Plenair debat · woensdag 9 september 2026
Wijziging van de Visserijwet 1963 in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2023/2842 over visserijcontrole met betrekking tot de maximaal op te leggen bestuurlijke boete 36899
Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog wel een paar vragen over de wetswijziging. Een gezonde zee is een voorwaarde voor gezonde natuur, een koel klimaat en voor mensen om hun boterham mee te verdienen. Als er genoeg vissen zijn, is er genoeg te vissen voor de vissers. Als dat niet zo is, gaat de populatie, dus de natuur, achteruit en komen vissers in het nauw, met lege netten. Dat is precies waarom D66 hecht aan een stevige, geloofwaardige handhaving van visserijregels, om ervoor te zorgen dat vissers vandaag, morgen en over tien jaar nog volle netten uit zee kunnen halen. Deze wet is er dus indirect voor bedoeld om ervoor te zorgen dat die volle zee vol blijft, maar ik hoop eigenlijk dat die wet volledig overbodig is. Een maximale boete betekent namelijk ook een maximale overtreding. Dat heeft grote gevolgen voor de natuur, maar ook voor andere vissers die zich netjes aan regels proberen te houden. Ook moet er wat D66 betreft een duidelijk onderscheid zijn tussen vissers die wellicht per ongeluk de regels overtreden en tussen partijen die stelselmatig willens en wetens de gemeenschappelijke bron uitputten, ten koste van iedereen. Onze zorg is alleen wel dat we vandaag praten over een dak, terwijl het fundament, namelijk welke overtredingen precies onder welk boetebedrag vallen, nog gebouwd moet worden in een besluit en een regeling die we nog niet hebben gezien.