Dank, voorzitter. Recentelijk hadden wij het in de commissievergadering over pensioenonderwerpen. Ik vroeg de minister toen waarom Nederland niet heeft gekozen voor een zogeheten tweestromenland binnen het pensioenstelsel en welke mogelijkheden er bestaan om dit alsnog mogelijk te maken. Mijn vraag was waarom het oude en het nieuwe stelsel niet naast elkaar zouden kunnen bestaan. De minister antwoordde toen dat dit al lang en breed zou zijn besproken, maar werd afgewezen. Ik ben daar nog even in gedoken en ik ben toch bang dat dat antwoord van de minister geen recht deed aan wat ik vroeg. Er bestaan namelijk verschillende mogelijkheden, die hier volgens mij door elkaar worden gehaald. Optie 1: invaren waarbij zowel bestaande als nieuwe aanspraken onder het nieuwe stelsel komen. Optie 2: niet invaren, waarbij bestaande afspraken in het oude stelsel blijven maar nieuwe opbouw in het nieuwe stelsel plaatsvindt. Optie 3: een recht voor individuele deelnemers om binnen hun eigen fonds te weigeren in te varen. Die drie zaken zijn inderdaad lang en breed besproken.
Maar ik presenteer hier eigenlijk een soort vierde optie, namelijk een tweestromenland waarbij sociale partners er collectief voor kunnen kiezen om een uitkeringsovereenkomst onder het financieel toetsingskader, oftewel het oude stelsel, voort te zetten voor zowel bestaande aanspraken als toekomstige pensioenopbouw. Het gaat daarbij dus uitsluitend om het wegnemen van de wettelijke verplichting voor alle fondsen om met het nieuwe stelsel te werken. Als het kabinet beweert dat het nieuwe pensioenstelsel zo veel beter is voor deelnemers, hoeft het de concurrentie van het oude stelsel niet te vrezen. Mijn oproep is dus: laat beide mogelijkheden naast elkaar bestaan. Daarom heb ik de volgende motie.
Uitspraken Milan Schenk, 24 sep