Vragenuur · dinsdag 22 september 2026
Vragenuur
Dilan Yeşilgöz-Zegerius
minister van Defensie, viceminister-president
Dank u wel, voorzitter. Dank aan mevrouw Jagtenberg voor deze zeer relevante vragen. De defensie-industrie in Europa en in Nederland is namelijk van groot belang voor de opgave waar we voor staan. Een sterkte krijgsmacht is niet mogelijk zonder een sterke defensie-industrie. Wij doen een groot beroep op hen. Dat maakt dat we zij aan zij staan met hen die ervoor zorgen dat onze militairen het juiste materieel tot hun beschikking hebben om ons veilig te houden. Al geruime tijd waarschuwen de diensten in onder meer hun jaarverslagen voor de toegenomen hybride dreiging of aanvallen zoals sabotageacties, die we net ook hoorden noemen. Primair is het mijn collega van Justitie en Veiligheid, die daar natuurlijk bovenop zit en bezig is om de dreiging tegen te gaan en aanvallen te verijdelen.
Wat betreft de vraag van mevrouw Jagtenberg over welke concrete dreigingen en aanvallen er zijn verijdeld: ik kan niet op alles ingaan, want we maken heel veel niet openbaar omdat we heel simpel gezegd de vijand niet wijzer willen maken dan strikt noodzakelijk. Mevrouw Jagtenberg had zelf al een heleboel voorbeelden van buurlanden waarvan de overheden dat al wel hebben gezegd, zoals dat in Leipzig de Russen erachter zaten. We hebben in Nederland zelf gezien dat er bijvoorbeeld camera's zijn gehackt door de Russen, vermoedelijk om militaire routes in kaart te brengen. Dat zijn momenten waarop wij het echt belangrijk achten om dat toch naar buiten te brengen. U kunt zich ook voorstellen hoeveel er achter de schermen gebeurt waar we liever niet over communiceren.
Wat betreft de concrete dreiging die er is, weten we waar de Russen toe in staat zijn en weten we dat dat niet fictief is. Daarom denk ik dat het goed is om extra te benadrukken hoeveel respect ik en natuurlijk ook mijn collega staatssecretaris Boswijk vanuit onze positie hebben voor al die mensen die bij die bedrijven werken, die weten wat voor potentieel risico ze lopen en alsnog heel graag aan de goede kant van de geschiedenis willen staan, zoals ik het zou noemen, en hun best willen doen om ervoor te zorgen dat de militairen van onze defensie al het materieel dat nodig is, tot hun beschikking hebben. Over de precieze aard van de dreiging en de aanvallen kan ik in het openbaar dus geen uitspraken doen, maar ook onze eigen bedrijven zijn potentieel doelwit. Wellicht herinnert mevrouw Jagtenberg zich nog dat er een dergelijke dreiging werd uitgesproken richting het bedrijf Destinus. Dat heeft toen ook in alle kranten gestaan. Ik ben meteen naar hen toegegaan en heb de werknemers daar bedankt omdat zij ondanks een potentiële dreiging nog steeds hun werk naar eer en geweten willen blijven doen. Ik heb daar heel veel respect voor.
Dan de derde vraag van mevrouw Jagtenberg: wat doen we nou concreet? Dat speelt zich af op een aantal niveaus. Primair zorgen heel veel bedrijven er zelf voor dat ze zo weerbaar mogelijk zijn, dat het er van het productieproces tot het bedrijf zelf zo veilig mogelijk is en dat hun eigen mensen zo veilig mogelijk zijn. Op het moment dat er daar incidenten zijn die bij ons worden gemeld en er militaire bijstand nodig is, kunnen wij natuurlijk inspringen. Er zal geholpen worden vanuit de politie en de NCTV. Zo kunnen we dus op allerlei verschillende lagen proactief aan de voorkant handelen, door informatie te delen, weerbaarheidstrainingen en advies te geven en bij een incident in te springen, afhankelijk van het soort incident.
Daarnaast — ik zei het net al met zoveel woorden — komt het ook regelmatig voor dat onze inlichtingendiensten informatie tot zich krijgen waarmee ze bedrijven waarschuwen. Ik kan daar niet op ingaan, maar er is dus een heel scala aan mogelijkheden waarmee we als overheid laten zien dat we zij aan zij staan met bedrijven. Die bedrijven dragen primair zelf echt een heel zware verantwoordelijkheid. Zij doen dat richting hun werknemers op een manier waar ik heel veel respect voor heb; zij doen dat heel knap