Plenair debat · woensdag 2 september 2026
Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de risicoanalyse bestuurlijke integriteit voor kandidaat-bestuurders (Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche) (36892)
Pieter Heerma
minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Dat gaat de voorzitter vanwege de orde niet toestaan. Helaas; we zullen dat op een ander moment moeten doen.
Voorzitter. We spreken vandaag over de tweede tranche van het wetsvoorstel Wet bevorderen integriteit en functioneren van decentraal bestuur. Ik wil uw Kamer graag danken voor het agenderen van dit wetsvoorstel en voor het feit dat we hier op de eerste woensdag na het zomerreces staan. We hebben het over wetgeving voor provincies, gemeenten, waterschappen en de BES-eilanden. Voor de helderheid zal ik in dit debat vooral spreken over burgemeesters en wethouders. Dat hebben de Kamerleden ook gedaan. Alleen, het betreft ze wel allemaal. Het wordt alleen een veel langer debat als we dat elke keer moeten gaan benadrukken. Het heeft dus ook effect op betreffende functionarissen bij andere decentrale overheden.
Het doel van dit wetsvoorstel is om bouwstenen te geven om de integriteit van het lokaal bestuur verder te versterken. Dat is door diverse sprekers hier in de Kamer ook benadrukt. Daarmee kom ik ook meteen bij het belang en de noodzaak van het wetsvoorstel. Daar is het meest expliciet door JA21 en Groep Markuszower naar gevraagd, door de leden Clemminck en Schilder. De integriteit van bestuurders is een belangrijke randvoorwaarde voor het vertrouwen van inwoners in het openbaar bestuur en de legitimiteit van het bestuur. Daarmee is het ook een belangrijke bouwsteen in onze weerbare democratische rechtsstaat. Onze bestuurders zijn belangrijke dragers van de onderliggende waarden van de democratische rechtsstaat. Zij dienen van onbesproken gedrag te zijn. Uiteraard is integriteit meer dan je houden aan wettelijke normen. Dat is ook heel duidelijk door zeker de eerste paar sprekers aangegeven. Het is ook een grondhouding. Elke bestuurder dient ervan doordrongen te zijn dat die het algemeen belang behartigt en niet het persoonlijk belang.
De verplichte risicoanalyse vormt de kern van dit tweede wetsvoorstel, dat we vandaag bespreken, dus die tweede tranche. Terecht heeft uw Kamer — dit wetsvoorstel kent een voorgeschiedenis — bij meerderheid gevraagd om dit instrument wettelijk te verankeren. Bij de bespreking van de eerste tranche van dit wetsvoorstel is dat destijds via een nota van wijziging toegevoegd. Daar was de Raad van State, door de onbepaaldheid, toen heel kritisch over. Daarom is het er toen uit gehaald. Het vervolg op de motie-Van der Graaf c.s. die vroeg om dit te doen, ligt daarom nu in een apart wettelijk voorstel. Een groot deel van de Kamer spreekt hier uit daar nog steeds groot voorstander van te zijn.
Dit wetsvoorstel helpt decentrale bestuurders om integer te handelen. Het heeft namelijk als primair doel om het goede gesprek te bevorderen en eventuele integriteitsrisico's en kwetsbaarheden van de kandidaat tijdig in beeld te brengen. Daarmee wordt het integriteitsbewustzijn van de kandidaat versterkt en kunnen waar nodig beheersmaatregelen worden genomen om risico's te beheersen. Het is dus een voorzorgsmaatregel om te voorkomen dat democratische erosie van binnenuit optreedt. Daarmee zie ik dit wetsvoorstel ook als een onderdeel van een aanpak. Diverse woordvoerders in de Kamer, zeker van D66 en VVD, verwezen daar ook naar; het is geen eindpunt van dit gesprek. De waarde van de risicoanalyse wordt ook bevestigd door de staande praktijk. 96% van de gemeenten werkt hier al aan mee. De heer Mohandis gaf ook aan dat het wetsvoorstel daarmee een codificering is van een in overgrote meerderheid al staande praktijk. Dat is overigens vaak ook juist een goede legitimatie voor wetgeving. Dit wetsvoorstel uniformeert de aanpak waarop de risicoanalyse plaatsvindt. Het geeft bijvoorbeeld duidelijkheid over de reikwijdte van de risicoanalyse. Wie is verantwoordelijk en welke informatie is openbaar of juist niet? Daarmee wordt er wettelijk een balans getroffen tussen de openbare belangen en het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Als je dat niet doet, kunnen er in de praktijk juist risico's ontstaan. Sommige woordvoerders wijzen erop dat dit risico volgt uit het wetsvoorstel. Ik zou willen redeneren dat het omgekeerde eerder waar is. Dit soort vragen is van belang, maar de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt groter als je dit uniformeert en borgt waar het wel en niet over gaat. Daarnaast borgt de regeling dat de risicoanalyse plaatsvindt bij al het decentrale bestuur, in plaats van bij 96% van het lokaal bestuur. Bij alle decentrale overheden is het versterken van bestuurlijke integriteit waardevol.
Voordat ik bij de beantwoording van de gestelde vragen kom, wil ik benadrukken dat dit wetsvoorstel onderdeel is van een bredere beleidsinzet. Diverse woordvoerders hebben daar ook naar gevraagd. Deze is gericht op het bevorderen van de integriteit van het decentraal bestuur. Deze beleidsinzet is enerzijds gericht op het helpen voorkomen van integriteitskwesties. Denk daarbij aan het bijstaan van gemeentes, provincies, eilandbesturen en waterschappen met kennis en met expertise op dit gebied. Volgens mij is daar in dit kader ook al een motie over aangekondigd in tweede termijn door de spreker namens D66.
Anderzijds moet worden erkend dat niet alles aan de voorkant kan worden voorkomen. Er zullen in de praktijk altijd integriteitsincidenten plaatsvinden en kunnen plaatsvinden. Ook dan moet er voldoende handelingsperspectief zijn voor lokale besturen om daarmee om te gaan. In dat kader ben ik bezig om te bezien op welke wijze de kwaliteit van integriteitsonderzoeken naar politieke ambtsdragers bij een incident kan worden verbeterd.
Daarmee kom ik tot een afronding van mijn inleidende woorden en ga ik over naar de beantwoording van de gestelde vragen. Dat wil ik doen aan de hand van een aantal blokjes. Ik begin met het onderwerp waarover de meeste vragen zijn gesteld, te weten de rol van de burgemeester. Vervolgens kom ik bij de reikwijdte van de wet, dan de randvoorwaarden en ten slotte een kort blokje varia.
Ik ga dus allereerst in op de rol van de burgemeesters en de overige kroonbenoemde bestuurders bij de uitvoering van de risicoanalyse. Onder andere D66, CDA en Groep Markuszower hebben hierover vragen gesteld. Het wetsvoorstel regelt dat de kroonbenoemde bestuurder toeziet op de uitvoering van de risicoanalyse. Dat past goed bij hun taak om de bestuurlijke integriteit te bevorderen en hun neutrale rol binnen het bestuur. Gelet op die rol is de burgemeester bij uitstek in staat om de verantwoordelijkheid te dragen voor dit proces. Daarmee is de burgemeester niet verantwoordelijk voor de uitkomsten van de risicoanalyse. De burgemeester ziet er wel op toe dat de risicoanalyse voldoende degelijk wordt uitgevoerd.
Ik hecht eraan dat deze verantwoordelijkheid ook bij de burgemeester blijft liggen. De wens die door sommige partijen in dit debat is geuit om de verantwoordelijkheid bij de lokale volksvertegenwoordiging te leggen heb ik gehoord, maar tegen die variant heb ik grote bezwaren. Uiteraard blijft de politieke afweging of een kandidaat-wethouder wel of niet benoemd wordt, altijd bij de raad liggen, zoals ook passend is in de lokale democratie. Er is echter heel bewust voor gekozen om de toetsing van het proces van de risicoanalyse te scheiden van de politieke afweging over de benoeming. Daarmee houd je dit proces ook buiten het politieke krachtenveld. Daarover ging ook het interruptiedebat tussen de heer Clemminck en de heer Mohandis in de eerste termijn.
Als ik kijk naar de huidige praktijk, dan verwacht ik dat de kroonbenoemde bestuurder de daadwerkelijke uitvoering meestal belegt bij een andere partij, zoals een adviesbureau, een advocatenkantoor of een commissie. Dat zie je dus ook in de bestaande praktijk. De betrokkene zelf vervult een meer procedurele rol en is dus geen toezichthouder, maar ziet toe op het proces. In de rol van de burgemeester gaat het vaker zo: toezien op.
Ik heb het volste vertrouwen in het vermogen van deze bestuurders om te zorgen voor een goede uitvoering van de risicoanalyse.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra van het CDA en ook de heer Clemminck vroegen: is er een logisch moment voor een terugkerend integriteitsmoment, ook gedurende een periode? Aandacht voor integriteitsrisico's stopt natuurlijk niet na het aantreden en de risicoanalyse, maar is juist ook tijdens de uitoefening van het ambt van belang. Het is dan ook staande praktijk dat de burgemeester tijdens de uitoefening van het ambt het onderwerp integriteit periodiek agendeert en bespreekt, zowel in het college als een-op-een met wethouders. Deze staande praktijk zal ik ook van harte aanbevelen. In de handreiking over de uitvoering van de risicoanalyse die eraan komt, zal ik hiertoe nog eens expliciet oproepen. De eventuele beheersmaatregelen en andere relevante uitkomsten van de risicoanalyse kunnen hierbij worden gebruikt. Er is ook gevraagd naar het opnieuw invoeren van een risicoanalyse bij herbenoeming. Dat was de vraag van de heer Clemminck. Dat zal om de reden die ik net noemde inderdaad gebeuren.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra vroeg: wat nou als de raad het naast zich neerlegt? Dit is de kern waar de heer Clemminck aan de andere kant duidelijk op wees. Uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid voor de integriteit van de wethouder primair bij de betrokkene zelf. De burgemeester is verantwoordelijk voor het proces van de risicoanalyse, maar niet voor de uitkomst hiervan en zeker niet voor de politieke beslissing die de raad uiteindelijk neemt. Ik vind het ook niet wenselijk dat een burgemeester hierover zou beslissen, al begrijp ik dat dat soms lastig kan zijn — daar wees de CDA-fractie op — maar dit is wel hoe het geregeld is.
De burgemeester kan wel een belangrijke rol spelen bij het mitigeren van eventuele kwetsbaarheden van een wethouder, bijvoorbeeld door het onderwerp integriteit regelmatig te agenderen binnen het college en hierover aparte gesprekken te voeren met een wethouder. Overigens ligt het niet voor de hand dat de raad voorgestelde aanbevelingen of beheersmaatregelen naast zich neerlegt. Wanneer de raad een kandidaat tot wethouder benoemt, kunnen beheersmaatregelen juist helpen om de kwetsbaarheid van een wethouder voor integriteitskwesties te verminderen.
Welke handelingsmogelijkheden heeft een burgemeester wanneer de raad het toch terzijde zou schuiven? De burgemeester heeft op grond van de Gemeentewet de taak de integriteit van het gemeentebestuur te bevorderen. Daar past de taak om toe te zien op de uitvoering van de risicoanalyse goed bij. Deze taken van de burgemeester op het gebied van integriteit gaan niet gepaard met formele bevoegdheden. Dat past ook niet in de verhouding van de burgemeester ten opzichte van de raad als volksvertegenwoordiging en het college waarvan de wethouders worden benoemd door de volksvertegenwoordiging.
In concrete gevallen kan de burgemeester een beroep doen op de commissaris van de Koning. Deze kan adviseren en bemiddelen in die specifieke gevallen waarin de integriteit van het gemeentebestuur in het geding is. In zeer uitzonderlijke gevallen kan een burgemeester een beslissing die naar zijn oordeel voor vernietiging in aanmerking komt, aandragen voor vernietiging door de Kroon. Maar dit betreft echt zeer uitzonderlijke gevallen waarin het genomen besluit duidelijk in strijd is met het recht.