Voorzitter. Als je de analyses in deze Miljoenennota leest, is het beeld vrij duidelijk. Onze economie groeit de komende jaren minder hard dan we gewend waren. De groei van de arbeidsproductiviteit blijft achter. Investeringen staan onder druk. Ondertussen lopen de uitgaven op door onder meer vergrijzing, veiligheid en hogere rente. Daar komt nog iets bij. Op de arbeidsmarkt is het op veel plekken al krap. Ook al zouden we extra geld investeren, wil dat dus niet automatisch zeggen dat er ook extra mensen voor beschikbaar zijn.
Tegelijkertijd wil ik niet doen alsof er niets gebeurt. Voor het volle stroomnet heeft het kabinet inmiddels een pakket aangekondigd waarmee juridische procedures worden ingekort en vergunningen kunnen vervallen voor een deel van de uitbreiding van het net. Afgelopen vrijdag waren er de brief van de NII en de intentieverklaring van een groot deel van de financiële instellingen in Nederland. Ook op stikstof ligt er sinds deze zomer een pakket en laat het kabinet zien dat het belangrijk is om met de sectorpartijen aan tafel te blijven om het in de praktijk te verankeren.
Maar de Raad van State legt wel een pijnpunt bloot. Het kabinet heeft in de Miljoenennota goed opgeschreven wat er economisch aan de hand is. Hervormingen zijn nodig, want anders komt een groot deel van de rekening bij werkenden en volgende generaties terecht. Eerlijk is eerlijk, wij als Kamer hebben daar ook een stevige rol in. We willen een kleinere overheid, maar geven haar ongeveer iedere dinsdag nieuwe opdrachten. We willen gezonde overheidsfinanciën, maar vinden het ingewikkeld zodra ergens minder geld naartoe gaat. We zeggen dat er meer moet worden geïnvesteerd, maar voeren vaak het debat over wie welk deel van de bestaande koek krijgt in plaats van hoe we ervoor zorgen dat de koek groter wordt.
Voorzitter. Als kind had ik een hele stapel van dezelfde kleurplaten. De lijntjes waren steeds hetzelfde, maar ik kon er iedere keer net iets anders van maken. Zo kijk ik ook een beetje naar begrotingsregels. Die lijnen zijn nodig. We moeten netjes met belastinggeld omgaan en niet iedere rekening doorschuiven. Maar binnen die lijnen moet je wel blijven nadenken over wat Nederland over tien of twintig jaar sterker maakt. Dat was ook de gedachte achter de initiatiefnota over het verdienvermogen waarmee het CDA vorig jaar kwam. Alleen bezuinigen of belastingen verhogen is geen langetermijnstrategie voor gezonde overheidsfinanciën. Nederland moet ook genoeg blijven verdienen. Dan helpt het als we ons wat vaker realiseren dat niet iedere euro die we uitgeven hetzelfde doet.
Voorzitter. Bij een minderheidskabinet wordt dat misschien nog wel belangrijker. Voor ieder besluit moet opnieuw steun worden gezocht en daar is op zichzelf niets mis mee. Maar het totaal moet uiteindelijk leiden tot een sterker Nederland en moet geen rekeningen doorschuiven. Het kabinet heeft gisteravond op basis van gesprekken met vele fracties een nieuw voorstel gedaan, waarin veel van de wensen zijn meegenomen. Zo is een extra beweging gemaakt op het gebied van de sociale zekerheid, zodat het sociaal overleg tussen kabinet, vakbonden en werkgevers gevoerd kan worden over een toekomstbestendig sociaalzekerheidssysteem, gericht op preventie en op mensen weer richting werk helpen.
Wij zijn blij dat snel wordt doorgepakt op de vermogenswinstbelasting, zoals we vaker in de Kamer hebben bepleit. We zien ook dat wordt geluisterd naar de wens van deze Kamer om dekking binnen het vermogensdomein te vinden, al zullen we het over de precieze details nog gaan hebben bij het Belastingplan. Ook wordt aanvullend iets aan de koopkracht voor werkenden gedaan. Wij blijven wel, zoals ook aangegeven bij de APB, kritisch op de verhoging van de arbeidskorting, want dat is het weer ophogen van een inkomensafhankelijke regeling, terwijl we nu juist in het coalitieakkoord hebben opgenomen dat we minder inkomensafhankelijke regelingen willen.
Het kabinet onderzoekt ook een arbeidskorting per uur; dat is een wens die al langer leeft bij het CDA en die we ook in onze doorrekening hadden opgenomen. Niet omdat iedereen voltijd zou moeten werken — voor ons is het belangrijk dat mensen hierin hun eigen keuze kunnen maken — maar omdat we met ons belastinggeld mensen die wel meer willen werken daarvoor ook echt moet belonen. Kan de minister aangeven hoe het inmiddels staat met het in kaart brengen van deze optie en de effecten op arbeidsparticipatie?
Twee jaar geleden, toen het CDA in de oppositie zat, hebben wij onze bijdrage aan de beschouwingen in het teken gezet van verantwoordelijke politiek, omdat verantwoordelijkheid voor de toekomst van ons land niet ophoudt bij de grens tussen coalitie en oppositie. Ik denk dat het kabinet nu ook een handreiking doet aan oppositiefracties om meer verantwoordelijkheid te dragen, niet door het overal over eens te worden, maar door samen te zoeken naar keuzes die Nederland verder helpen en die ook financieel houdbaar zijn. Juist met betrekking tot de grote opgaven die voor ons liggen, hoop ik dat we elkaar vaker kunnen gaan vinden. Mijn fractievoorzitter sprak erover dat het proces niet de schoonheidsprijs verdient. Ik denk dat de uiteindelijke uitkomst in de brief van gisteren een verbetering is. Hoe kijkt de minister hierop terug? Belangrijker nog: ziet hij mogelijkheden om dit volgend jaar beter te doen?
In het coalitieakkoord noemen we Denemarken als land waar veel meer ervaring is met minderheidskabinetten. Daar worden politieke afspraken gemaakt met andere partijen, terwijl er ook meerjarige financiële kaders zijn waarbinnen die afspraken moeten passen. Natuurlijk, Denemarken is geen Nederland en onze politiek werkt anders. Maar ik ben wel benieuwd naar de manier waarop zij proberen politieke samenwerking en financiële discipline bij elkaar te houden. Kan de minister voor de volgende Voorjaarsnota eens op een rij zetten welke lessen we daaruit zouden kunnen trekken? Bijvoorbeeld over hoe je bij brede politieke afspraken vooraf duidelijk bent over het geld, de looptijd van de afspraken en over wat er gebeurt als partijen later iets willen veranderen? Of over de manier waarop Denemarken een structurele efficiëntiekorting op de overheid combineert met beleid om productiviteit te verhogen, waaronder investeringen in digitalisering en technologie?
Ik ga weer terug naar mijn betoog over toekomstgericht begroten. Voor mij volgen daar voor vandaag drie dingen uit. Ten eerste moeten we scherp zijn op wat iets oplevert. Ten tweede moeten we investeringsruimte op de lange termijn bewaken. Ten derde, het lastigste: soms moeten we ook gewoon iets niet doen.
Allereerst moeten we dus scherper kijken naar wat ons later iets oplevert. Als we miljarden uitgeven, wil ik ook weten wat we daarmee opbouwen. Als we nieuwe regels voor bedrijven maken, moeten we ons afvragen of bedrijven daardoor makkelijker kunnen investeren en groeien of dat die regels juist extra in de weg zitten. Arbeidsproductiviteit hoort daar nadrukkelijk bij, want als de arbeidsmarkt krap blijft, kunnen we onze welvaart alleen vasthouden als we met de mensen die er zijn meer kunnen doen.
De Raad van State maakte daar dit jaar een nuttig punt over. We noemen vooral gebouwen, wegen en andere vaste activa als investering, maar ook bijvoorbeeld onderwijs, onderzoek of een goed werkende digitale overheid kunnen later iets opleveren. De Raad adviseert daarom ook breder te kijken naar overheidsuitgaven die bijdragen aan productiviteit, en daarover jaarlijks te rapporteren. Hoe kijkt de minister hiernaar?
We zijn ook blij met de brief over de NII en vinden het positief dat een groot deel van de financiële sector hier samen met ons de schouders onder wil zetten. Financiële instellingen zien mogelijkheden om veel kapitaal te mobiliseren voor de Nederlandse economie en tegelijkertijd geven zij aan dat de hefboom nog verder versterkt kan worden op het moment dat er door de NII zelf obligaties kunnen worden uitgegeven. In de intentieverklaring spreken de banken van oplopend tot 100% staatsgegarandeerd. Zou de minister willen aangeven hoe hij hiernaar kijkt, en of en hoe hij een mogelijk ingroeipad hiernaartoe ziet? De banken geven ook aan dat ze willen helpen door goede mensen te detacheren aan de NII en een strategische adviesgroep in te richten. Ik zou tegen de minister zeggen: grijp dit aanbod met twee handen aan, want een succesvolle NII kan niet zonder goede bankiers.
Voorzitter. Als we ons verdienvermogen willen versterken, moeten we ook meer particulier kapitaal voor de lange termijn loskrijgen. Nederlanders sparen veel, maar de stap naar beleggen en investeren wordt nog relatief weinig gezet. Recent onderzoek laat zien dat 40% van de Nederlanders beleggen vergelijkt met naar het casino gaan, terwijl juist langjarig kapitaal kan bijdragen aan economische groei en aan vermogensopbouw van mensen zelf. Dat vraagt wat ons betreft een brede aanpak gericht op voorlichting, eenvoudige en begrijpelijke beleggingsproducten, aanbieders die investeren toegankelijk maken en een actief aanbod van banken om een deel van het spaargeld te gaan beleggen. Een van de redenen dat Nederlanders terughoudend zijn in beleggen, is toch echt wel een beetje onze behoudende cultuur op dat gebied. Dat verander je niet een-twee-drie, dus moeten we vroeg beginnen.
Voorzitter. Het CDA heeft jaren gepleit voor zilvervlootsparen. Het is wat ons betreft nu tijd voor versie 2.0, namelijk zilvervlootbeleggen, zodat jongeren met een mooi startbedrag aan hun volwassen leven kunnen beginnen. Wij denken concreet aan een startrekening. Bij de geboorte komt er een bedrag op te staan, ouders, grootouders en anderen kunnen later bijstorten, en het geld wordt voor een langere tijd belegd, bijvoorbeeld in een Nederlands indexfonds. Het interessante vind ik dat je daarmee verschillende dingen bij elkaar brengt: geen enkel kind begint later helemaal op nul, gezinnen komen eerder in aanraking met verstandig beleggen en we mobiliseren particulier geld voor langetermijninvesteringen in de Nederlandse of Europese economie. Natuurlijk zitten er allerlei vragen aan vast. Wie voert zo'n rekening uit? Waar wordt in belegd? Wanneer mag het geld worden gebruikt? En natuurlijk: wat zijn de kosten? Maar vooral interessant is de vraag: levert het niet nog veel méér op voor kinderen en voor de economie? Mijn vraag aan de minister is daarom of hij wil toezeggen om te onderzoeken of en hoe zo'n startrekening in Nederland zou kunnen werken en wat daarbij randvoorwaarden zouden moeten zijn voor de uitvoering, de beleggingsvoorwaarden, de kosten en de risico's.
Uitspraken Inge van Dijk, 30 sep