Plenair debat · woensdag 9 september 2026
Wijziging van de Visserijwet 1963 in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2023/2842 over visserijcontrole met betrekking tot de maximaal op te leggen bestuurlijke boete 36899
Wim Meulenkamp
VVD
Dank u wel, voorzitter. De VVD steunt het aanpassen van het boetemaximum aan de herziene Europese regelgeving. Als regels bewust en ernstig worden overtreden, moeten we daar ook stevig tegen optreden, zeker als het gaat om ondernemingen die herhaaldelijk de regels aan hun laars lappen. Het kan niet zo zijn dat het overtreden van regels onderdeel wordt van een verdienmodel. Als je met een overtreding meer kunt verdienen dan je met een boete kwijt bent, dan werkt de handhaving natuurlijk niet.
Stevige handhaving betekent wat de VVD betreft niet automatisch zo hoog mogelijke boetes. Een boete moet in verhouding staan tot wat er daadwerkelijk gebeurd is. Dat is niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid; het is ook belangrijk voor het draagvlak voor de regels en het vertrouwen in de handhaving. Daarom moeten de regels waarmee ondernemers te maken krijgen, duidelijk en voorspelbaar zijn. Een visser moet vooraf kunnen weten: dit is de regel en als ik deze regel overtreed, dan staat daar deze sanctie tegenover. Dat vraagt om transparantie over de manier waarop boetes worden opgelegd en over de sancties die bij verschillende overtredingen horen.
Dan het gelijke speelveld. Dat is voor de VVD een belangrijk punt. De Europese regelgeving is juist bedoeld om de handhaving tussen lidstaten meer te harmoniseren. Tegelijkertijd blijft er ruimte voor nationale invulling van het sanctiestelsel. Daar zit onze zorg. Daarom is mijn belangrijkste vraag aan de staatssecretaris om toe te lichten hoe hij ervoor gaat zorgen dat de toepassing van het nieuwe boetemaximum in Nederland niet leidt tot een concurrentienadeel voor Nederlandse vissers ten opzichte van vissers uit andere lidstaten.
Dank u wel.