Plenair debat · donderdag 26 maart 2026
Staat van de infrastructuur (CD d.d. 19/03)
Vincent Karremans
minister van Infrastructuur en Waterstaat
Er waren veel moties ingediend. Dat snappen wij natuurlijk goed en dat is ook terecht; waarvoor dank. Als bewindspersonen op IenW hebben we de Kamer namelijk niet voor niets gevraagd om input te geven voor het afweegkader dat wij moeten maken, want we moeten en zullen gaan afwegen. Wij zijn de Kamer dus zeer erkentelijk.
Ik begin met de vraag van mevrouw Van der Plas, dan kom ik bij de hartenkreet van de heer Grinwis en daarna kom ik tot de appreciatie van de moties.
Met betrekking tot de motie over de N50, deel ik de stand van zaken. We hebben Rijkswaterstaat nu opdracht gegeven om te bekijken wat er met 40 miljoen extra haalbaar is rond de realisatie van fysieke rijbaanonderscheiding tussen Kampen en Ramspol en onder welke voorwaarden dat kan. Die opdracht is uitgezet. Als daar voortgang op is, zullen we de Kamer daar verder over informeren. Ik heb nog geen gesprek gehad met de burgemeester van Kampen, maar voordat mevrouw Van der Plas bij de interruptiemicrofoon vraagt of ik dat wil doen, zeg ik dat alvast toe. Dat zal ik gaan doen.
Dan kom ik op de hartenkreet van de heer Grinwis. Die gaat erover dat wij ons best gaan doen voor IenW — dat werd al door de heer Stoffer gezegd bij het debat over de regeringsverklaring — maar dat ik te strak in mijn pak zit. U kunt dat zelf controleren. Wij gaan natuurlijk ons best doen om te vechten voor het belang van IenW. Dat kunnen we toezeggen aan de heer Grinwis.
Wat zit u naar mij te lachen, voorzitter?
Dan kom ik bij de appreciatie van de moties, allereerst de motie van de heer Heutink op stuk nr. 42. Die verzoekt de regering om de beschikbare middelen, inclusief de middelen die in het coalitieakkoord voor infrastructuur ter beschikking zijn gesteld, zo goed en snel mogelijk aan het werk te zetten voor Nederland. Deze motie kan ik oordeel Kamer geven. Dat is dus de motie op stuk nr. 42. Wij willen het beschikbare geld zo efficiënt en effectief mogelijk inzetten. Ik denk dat dit een goede oproep is. Dat betekent ook dat we kunnen schuiven naar projecten waar we nú het verschil kunnen maken. De motie op stuk nr. 42 krijgt dus oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 43 is ook van de heer Heutink. In die motie verzoekt hij de regering om een soort systematiek in te voeren, waarbij elke keer als een nieuw MIRT-project wordt toegevoegd, er zeker twee MIRT-projecten moeten worden afgerond. Laat ik zeggen dat ik heel goed snap waar de heer Heutink vandaan komt, omdat het MIRT-boek natuurlijk nogal vol zit. Dat is echt een heel dik boek. We hebben niks aan boeken of rapporten, maar wel aan rijstroken en rails; laat ik het zo zeggen. Dat snap ik, maar ik vind het lastig om daar op voorhand een systematiek voor af te spreken met de Kamer. Ik wil de gedachte natuurlijk wel meenemen, maar de motie moet ik wel ontraden, omdat die zo concreet is. Anders ontneemt de motie ons alle vrijheid in het afweegkader.