De VVD is tevreden met de stappen die het kabinet heeft gezet om een paar grote financiële knopen door te hakken. De oneerlijke belasting op papieren winst in box 3 is eindelijk van tafel. Het eindstation van de vermogenswinstbelasting is in zicht. Nederlanders met spaargeld, aandelen of vastgoed zullen voortaan belasting betalen over geld dat zij daadwerkelijk hebben verdiend. Er ligt een extra koopkrachtpakket met ruim 430 miljoen euro aan reparatie voor werkenden. Daarmee wordt minder genivelleerd en wordt het verschil tussen werk en uitkering niet kleiner. Precies datgene waarom onze fractievoorzitter Ruben Brekelmans tijdens de APB heeft gevraagd.
De belasting voor het mkb gaat omlaag, door vier jaar lang een lager tarief in box 2 te hanteren. Dit is een forse lastenverlichting voor ondernemers, die geld uit hun bv willen uitkeren om van te leven.
De tarieven in de vermogensbelasting, de erf- en schenkbelasting, de vennootschapsbelasting en de belasting op het eigen huis blijven gelijk, ondanks de hardnekkige roep van veel partijen om het geld maar op te halen bij mensen met een koophuis of bij ondernemers die voor hun pensioen hebben belegd in aandelen of die bijvoorbeeld het appartement boven hun zaak verhuren.
De bezuinigingen op de uitkeringen krijgen een slot op de deur en worden op dit moment op pauze gezet, in afwachting van gesprekken met werkgevers en werknemers. Er zal immers moeten worden hervormd. Het kabinet schrijft ook in de brief: als de bezuinigingen niet op die manier kunnen worden gerealiseerd, moet het op een andere manier. Dan moet het kabinet ingrijpen bij andere ministeries, met de verstandige uitzondering van Defensie, Veiligheid en Infrastructuur. Er zal hoe dan ook minder worden uitgegeven, waarmee we de groeiende overheidsuitgaven fors afremmen.
Het pakket van de augustusbesluitvorming, aangevuld met het pakket dat het kabinet gisteren presenteerde, vormt een goede basis om de Nederlandse economie krachtiger te maken. We kunnen namelijk alleen investeren, onze voorzieningen betalen en onze veiligheid versterken, als Nederland voldoende verdient.
Laten we vooral niet vergeten welke kansen voorliggen. Nu is het moment om ervoor te zorgen dat we als Nederland ook in de toekomst meedoen, dat we investeren in de technieken en producten die onze toekomst gaan bepalen. We moeten onze ondernemers de ruimte geven om te doen waar ze goed in zijn: hun dromen najagen en daar mooie bedrijven mee bouwen en vervolgens miljoenen mensen van werk voorzien. Daarvoor moeten werken en ondernemen lonen. Dat geldt voor alle hardwerkende Nederlanders. Zij houden dit land draaiende en betalen keurig hun belasting. Zij komen niet in aanmerking voor subsidies of toeslagen — daarvoor verdienen ze net te veel — maar die wíllen ze ook niet. Ze vragen om een eerlijke beloning voor hun harde werk. Want als thuiszitten zo veel oplevert dat aan het werk gaan de moeite niet meer waard is, dan is ons stelsel oneerlijk. Daarom moet de werkende middenklasse weer op één. Wie in dit land een stap extra zet, moet dat ook in zijn portemonnee terugzien.
Er zijn stappen gezet. Er komt lastenverlichting voor het innovatieve mkb. De verhoging van de vrijheidsbijdrage is verlicht. De accijnskorting wordt verlengd. De vliegbelasting wordt verlaagd. Een hogere kinderopvangtoeslag voor middeninkomens en hoge inkomens helpt werkenden. Maar daarmee zijn we er nog niet.
Voor de VVD is het uitgangspunt helder: wie meer gaat werken, moet daar ook daadwerkelijk meer van terugzien. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in ons huidige stelsel is dat lang niet altijd zo. Het was en is voor de VVD niet aanvaardbaar als werkenden er slechter voor komen te staan dan mensen met een uitkering. Dat is echt de omgekeerde wereld. Niet voor niets heeft mijn fractie daar bij de APB direct bezwaar tegen gemaakt en het kabinet gevraagd dit aan te passen. Die aanpassing is gedaan. Welke voorstellen kunnen we van het kabinet nog meer verwachten om werken en meer werken lonender te maken? En hoe zorgen we dat het arbeidspotentieel dat Nederland nog heeft beter wordt benut?
Daarbij moeten we ook kijken naar andere manieren om meer werken en overwerk te belonen. Worden de mogelijkheden om extra uren fiscaal vriendelijk te belonen op dit moment verkend? Wat is de stand van zaken? Wat kunnen we daarbij leren van het buitenland? Neem Frankrijk. Daar worden zowel overuren van voltijders als aanvullende uren van deeltijders gunstiger behandeld. De beloning voor die uren is tot duizenden euro's netto belastbaar inkomen per jaar vrijgesteld van inkomstenbelasting. Dat principe is interessant. In plaats van achteraf een vaste bonus uit te keren, kun je ervoor zorgen dat juist de extra gewerkte uren fiscaal gunstiger worden behandeld dan de uren die iemand al werkte. De werknemer ziet het resultaat dan meteen: een hoger netto-uurloon voor het extra werk.
Mijn vraag aan het kabinet is daarom de volgende. Zou zo'n systematiek in Nederland bijvoorbeeld in de werkkostenregeling kunnen worden ingepast? Is het kabinet inmiddels bezig met de voorbereidingen om de Wet onderscheid arbeidsduur aan te passen? Want als we serieus zeggen dat Nederland meer arbeid nodig heeft, dan moeten we ook serieus kijken naar de prikkels die we mensen geven om meer te werken. Dat betekent ook dat ons belasting- en toeslagenstelsel en onze uitkeringen veel sterker gericht moeten zijn op het stimuleren van werk. Kan de staatssecretaris van Financiën al iets meer zeggen over de brede hervorming die hij voorbereidt? Wanneer kan de Kamer zijn voorstel verwachten? Ik lees in de media dat de Sociaal-Economische Raad vergevorderd is met het advies. Hoe komen deze sporen straks bij elkaar en hoe wordt de Kamer daarbij betrokken?
Uitspraken Wendy van Eijk, 30 sep