Plenair debat · dinsdag 22 september 2026
LVVN-inzet in de EU (21501-32, nr. 1824)
Silvio Erkens
staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Voorzitter. Ik zal kort inleiden over het voorstel en het proces en een aantal vragen beantwoorden, en vervolgens de moties appreciëren.
Zoals een aantal Kamerleden hebben aangegeven, verdient het proces wederom niet de schoonheidsprijs. We hebben de laatste weken meermaals geruchten gehoord dat het geagendeerd zou worden. Dat verschilde dan per week en dan schoof het weer op. We hebben gisteren officieel te horen gekregen dat het onderdeel van de agenda is geworden. We hebben dus snel het Ctgb om advies gevraagd en de appreciatie vanuit het kabinet afgestemd met meerdere departementen, en u daarover zo snel mogelijk geïnformeerd. Maar ik snap dat dit wederom met stoom en kokend water is gebeurd. Daar wordt niemand vrolijk van, ook ikzelf niet.
Voorzitter. In het vorige debat heb ik aangegeven dat het voorstel een verbetering was, maar wel echt nog flinke haken en ogen kende. Wij hebben daarbij als Nederland ook aangegeven dat we enkel een tweede keer voor zouden kunnen stemmen als het signaleringssysteem er komt. Dat was in het debat het belangrijkste punt vanuit de Kamer. Daarmee kunnen we ook het grootste risicobeschermingsniveau afdekken. Dat signaleringssysteem is er nu in gekomen. Dat is eigenlijk de enige grote wijziging in het huidige voorstel vergeleken met het vorige voorstel. De inzet die we gepleegd hebben, heeft dus echt tot resultaat geleid. Daar ben ik blij mee. We moeten dat signaleringssysteem inderdaad verder inrichten. Ik kan de heer Lohman dus de toezegging doen dat we daar richting de triloog verder invulling aan geven. Ik heb daar wel vertrouwen in, aangezien wij nu ook als enige lidstaat een relatief grote concessie hebben gekregen om dit te kunnen steunen. Dat geeft ook aan dat we daaraan de komende periode als gesprekspartner invulling kunnen geven. In het voorstel staan hierover bijna letterlijk de teksten die Nederland heeft aangeleverd. Dit betekent ook iets voor het proces. Als wij zeggen "wij kunnen het pas steunen als er iets veranderd wordt", is het wel zo goed voor onze effectiviteit als we het in dat geval ook inderdaad steunen.
Wat zou het betekenen als het voorstel het niet redt? Dat was een vraag van het lid Bromet. Als het voorstel het niet zou redden en wij niet zouden voorstemmen, zou dat betekenen dat de Commissie en de voorzitter naar andere routes voor meerderheden gaan zoeken. Dat betreft dan meestal niet de lidstaten die het willen aanscherpen. Dat zou dus het scenario zijn waarin het voorstel het niet redt als wij er niet voor stemmen. Het andere scenario is dat wij er niet voor stemmen, maar dat het voorstel het alsnog haalt en doorgaat naar de triloog. Ik denk dat je dan moeilijker in staat bent om ook een signaliseringssysteem en andere zaken vorm te geven. Dat is dus meer het politieke proces. Kijken we feitelijk naar het voorstel, dan vergelijk ik het graag met het huidige systeem. Het huidige systeem kent ook forse nadelen. We zien inderdaad dat er nu onvoldoende duurzame alternatieven in kunnen komen. Tegelijkertijd zien we dat herbeoordelingen vaak langer op zich laten wachten, omdat het systeem vastloopt. Het is dus niet zo dat we het vergelijken met een perfect systeem waarin alles nu goed loopt. Een systeem zoals het nu voorligt biedt een verbetering.
Mevrouw Van der Plas stelde ook de vraag: zorgt dit ervoor dat er meer duurzame alternatieven op de markt komen? Ja, dit zorgt daarvoor — dat geeft het Ctgb ook aan — dus dat voordeel heeft het nieuwe systeem. Het risico zat met name op beschermingsniveau, met name het ontbreken van een signaleringssysteem, ook vergeleken met oudere voorstellen. Veel stoffen worden nu alsnog regulier periodiek beoordeeld, behalve zogeheten laagrisicostoffen en stoffen waarvoor wij nu nog geen aanleiding hebben om te vermoeden dat herbeoordeling nodig is. Daarover vroeg de Kamer ook terecht: hoe zorg je ervoor dat er binnen vijf of tien jaar toch nieuw onderzoek is dat aantoont dat iets wat nu laagrisico geacht wordt te zijn wel een risico heeft? Via zo'n herbeoordelingssysteem kunnen we dat tijdig signaleren. Als we dat met elkaar goed inrichten — dat is ook de inzet van het kabinet — zou je het mogelijk daarmee op basis van signalen nog eerder kunnen herbeoordelen dan in het huidige systeem.
Zoals ik net aangaf, betekent dit dat het kabinet voornemens is vóór te stemmen met die verdere inzet bij de triloogfase om dat signaleringssysteem handen en voeten te geven. Wat wij over de linie zien, is dat het een verbetering is vergeleken met het vorige voorstel, dat onze grootste zorgen weggehaald zijn en dat het ook zorgt voor die broodnodige toelating van duurzame middelen.
Nu heb ik een aantal vragen al beantwoord, maar een aantal ook nog niet. Vanuit de BBB was er de vraag: kunnen biologische middelen ook als niet-laagrisico geclassificeerd worden? Ja, dat kan inderdaad. Als een biologisch middel nog steeds gevaarlijke eigenschappen heeft, dan zou het in dit voorstel onder een ander regime vallen.
De vraag van het CDA heb ik beantwoord: ik ben bereid het signaleringssysteem als prioriteit mee te nemen in de triloogfase.
De vraag van PRO heb ik volgens mij beantwoord. Die vraag ging over het risico van verdere afzwakking als wij niet voorgaan.
Dan kom ik bij de moties.