Naar de inhoud
Uitspraken Mirjam Sterk, 30 sep
Plenair debat · woensdag 30 september 2026

Eindrapport Evaluatie subsidieregeling opvang kinderen van ouders met een trekkend of varend bestaan (29214, nr. 114)

Mirjam Sterk minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Dank u wel, voorzitter. Toen wij onze hond nog hadden, liep ik elke ochtend langs het kanaal. Daar zag ik dan die hele grote schepen langsvaren en realiseerde ik me: daarop zitten de ouders en de kinderen zitten elders op school. De schippersinternaten waar we het vandaag over hebben en waarop inderdaad ook kinderen zitten van mensen die op de kermis of in het circus werken, staan in een hele lange traditie: een thuis voor kinderen wier ouders elders zijn. Omdat wij dit zo'n belangrijke plek vinden, hebben we gekeken hoe we, hoewel het aantal kinderen terugloopt, voor de komende jaren toch ervoor kunnen zorgen dat deze internaten die belangrijke plek kunnen zijn die het ook voor mevrouw Van Meetelen is geweest, zoals ze zelf aangaf. Daarom zijn we ook in gesprek gegaan met de internaten over hun financiële positie en het toekomstperspectief. In goed overleg zijn we gekomen tot deze regeling. Daarmee verkleinen we de financiële impact van een daling en krijgen ook kleine locaties met krimp meer subsidie, ook in de afbouw, dan in de vorige regeling. Toch, en dat is ook wel weer het wrange aan dit verhaal, kan niet worden uitgesloten dat een kleine locatie op een gegeven moment niet meer economisch rendabel is en dus gesloten zal moeten worden. Dat heeft natuurlijk enorme impact op de gezinnen die daar heel lang een thuis hebben gevonden. Daarom hebben we de overgangsperiode van twee jaar in de regeling opgenomen, dus twee jaar nadat is gebleken dat ze onder het aantal kinderen dreigen te komen, om te zoeken naar een alternatief. Het is misschien ook wel goed om te vermelden dat we, bij de huidige prognose, niet verwachten dat dit de komende vijf jaar gaat gebeuren, maar je weet het natuurlijk niet. Zo zijn we gekomen tot deze regeling. Vanuit die blik wil ik ook de moties appreciëren. De eerste motie van mevrouw Van Meetelen, op stuk nr. 116, gaat over het in kaart brengen van de spreiding, opdat er toch iets in de buurt is. Uw verhaal was denk ik heel beeldend. Het is belangrijk dat je een plek hebt waar je vriendjes hebt. Toch komt er een moment dat het niet meer doelmatig is om er nog middelen in te steken. Als er nog maar een of twee kinderen in zo'n instelling zitten, kun je zo'n instelling niet zomaar overeind houden. Dat betekent dus dat een instelling dichtgaat en er andere plekken moeten zijn waar deze kinderen dan terechtkomen. Natuurlijk is het aan de ouders om vervolgens te kijken wat ze doen. Betekent dat bijvoorbeeld dat ze hun kind naar een ander internaat brengen, of zoeken ze naar een andere oplossing? Dan zou het natuurlijk heel mooi zijn als die oplossing in de buurt is van zo'n internaat waar zo'n kind dan terechtkan. Dat kan ik alleen geen onderdeel laten zijn van deze subsidieregeling. Om een lang verhaal kort te maken, moet ik daarom deze motie, helaas voor mevrouw Van Meetelen, ontraden.

In hetzelfde debat

5 andere bijdragen