Plenair debat · woensdag 30 september 2026
Passend onderwijs (CD d.d. 27/05)
Judith Tielen
staatssecretaris Onderwijs en Emancipatie
Meneer Kisteman had twee vragen. Allereerst: hoe ziet de tijdslijn eruit? Ik heb in de brief geprobeerd op te schrijven dat de transitie naar inclusief onderwijs in drie fasen wordt ingericht. We doen dat om het enigszins — hoe moet je dat zeggen? — behapbaar te houden. Negen jaar is best wel ver weg, maar tegelijkertijd voelt het ook als heel dichtbij wanneer je zoiets groots verandert. We gaat het dus in drie fasen doen. We zijn nu bezig met het opschrijven van hoe die eerste fase eruit gaat zien. Die fase loopt tot en met '29. De volgende fase loopt van '30 tot en met '33 en de laatste fase loopt van '34 tot en met '35. We hopen in '35 te zijn waar we nu voorzien te zijn, maar daar hebben we tussentijds ook een aantal toetsmomenten voor.
Wij zijn nu in co-creatie, zoals dat mooi heet, met al die mensen waar mevrouw Beckerman naar verwees, bezig om echt concreet op te schrijven hoe we die eerste fase vorm gaan geven. Wat zijn de doelen? Met welke acties gaan we dat doen? Wat zijn de randvoorwaarden? Daar gaan we zo veel mogelijk cijfermatige elementen aan toevoegen. Daarmee kom ik in de lente. "In de lente" vind ik gewoon mooi. Ik kom daarmee in de lente naar uw Kamer. Ik neem aan dat we dan met elkaar in debat gaan om het echt goed te kunnen pakken met elkaar, om het maar populair te zeggen.
Meneer Kisteman vroeg ook naar het hoogbegaafdheidsonderwijs. "In hoeverre is dat hiervan een oordeel en hoe wordt het geborgd?" Inderdaad, een deel van de leerlingen die nu geen onderwijs vinden, is hoogbegaafd. Deze kinderen vinden geen passende plek. We hebben het zo ingeregeld dat samenwerkingsverbanden daar ondersteuning en geld voor kunnen krijgen. Vanaf dit kalenderjaar is daar structureel extra geld, 23,3 miljoen euro per jaar, aan toegevoegd. Dat betekent dat er geld gereed staat voor die samenwerkingsverbanden om aanbod aan te bieden. Het Kenniscentrum Hoogbegaafdheid zorgt er dan voor dat die middelen aan de goede programma's worden besteed. Dus op die manier proberen we het zowel qua financiële als qua inhoudelijke ondersteuning te borgen.
Mevrouw Westerveld had een motie over de deskundigenverklaring. Ik snap wel wat ze daarover zegt, maar ik wil daar wel een paar woorden aan wijden. Scholen kunnen nu al zelf bepaalde aanpassingen doen, bijvoorbeeld door een leerling in een aparte ruimte te zetten omdat die daar beter zijn examen kan maken. Tegelijkertijd zijn er dingen die scholen niet zelf kunnen kiezen. Misschien moeten we dat ook niet toelaten, om ervoor te zorgen dat examens en diploma's voor iedereen hetzelfde zijn. Stel dat ik de motie zo mag interpreteren, zoals dat zo mooi heet, dat er voor de aanpassingen die de school zelf kan doen, ruimte wordt genomen om de ervaringen van ouders, leerlingen en docenten mee te nemen, maar dat de deskundigenverklaring voor een deel echt nodig blijft, bijvoorbeeld voor extra tijd voor het examen. Als mevrouw Westerveld het eens is met die invulling, kan ik de motie oordeel Kamer geven.