Het begon zo goed, dacht ik, maar hier denken mevrouw Moorman en ik anders over. Als ik het zou mogen zeggen, als de VVD het zou mogen zeggen, dan is de arbeidseis een-op-een gekoppeld aan de uren gratis kinderopvang. Ik hoorde het ook in de bijdrage van de heer Ceulemans en ik ben het daarmee eens: als je publiek gefinancierde kinderopvang krijgt, vind ik het niet meer dan reëel dat je werkt. We hebben heel veel mensen nodig op de arbeidsmarkt, dus ook daarin is het alleen maar een grote win-winsituatie.
Het enige is — en daar kom ik weer met mijn tegeltjes — dat het in het kader van de eenvoud natuurlijk heel ingewikkeld is om precies te bekijken hoeveel uren iemand werkt en hoeveel uur kinderopvang iemand heeft. Dan gaan we weer een draak van een systeem bouwen, waarvan ik denk: wie help je daarmee? Toen ik hoorde dat één uur werk al voldoende is voor gratis kinderopvang, moest ik daar wel eventjes van bijkomen. Laat ik dat in alle eerlijkheid zeggen. In het kader van de eenvoud begrijp ik het. Als je met één uur werken bijna gratis kinderopvang hebt, dan denk ik dat mevrouw Moorman en ik ook weer heel dicht bij elkaar zitten. Je hebt dan al ongelofelijk snel vrijwel gratis kinderopvang. Ik zou dan heel erg hopen dat in ieder geval dat ene uur op een goede manier wordt besteed en aanmoedigt om nog meer uren te gaan werken. We zitten hier iets anders in, maar ik denk dat de uitwerking daarvan ons de facto heel dicht bij elkaar brengt. Zo sluit ik ook maar weer af zoals mevrouw Moorman begon.
Uitspraken Ingrid Michon-Derkzen, 25 jun