Wetgevingsoverleg · maandag 22 juni 2026
Raming der voor de Tweede Kamer in 2027 benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en raming van de ontvangsten
Thom van Campen
VVD
Dat zeg ik toe. Ik denk dat het goed is om ervaringen op te halen. Sowieso vind ik het belangrijk, en ik denk dat dat bij mijn vervangers of in commissies ook wel zo is, dat je vooraf mag verwachten dat de spelregels voor hoe het debat gaat verlopen, worden vastgesteld. Natuurlijk kun je vervolgens altijd met een punt van orde tijdens het debat kijken of je het weer anders doet als daar behoefte aan is, want ik ben het helemaal met mevrouw Tseggai eens dat het debat wel ruimte moet krijgen. Ik heb ook weleens een debat voorgezeten waarvan ik dacht dat het heel lang ging duren, maar vervolgens waren we heel snel klaar. Je kunt het dus ook niet altijd vooraf inschatten. Soms moet je dus tijdens het debat even met elkaar bij stilstaan bij de vraag: zijn we nog tevreden over de spelregels? Ik ga gewoon bij mijn collega's in de commissies en bij de ondervoorzitters ervaringen ophalen over hoe we hier op een goede manier mee om moeten gaan.
Meneer Vermeer heeft gevraagd of ik bereid ben om een extra vragenuur te organiseren voor te laat beantwoorde schriftelijke vragen. Zeker, daar ben ik toe bereid. Het is een goed instrument. Volgens mij is het destijds ingevoerd door mevrouw Gerdi Verbeet. Je moet het ook niet vooraf plannen, want dan wordt daarop geanticipeerd door de departementen. Dat hoorde ik de heer Vermeer ook zeggen in zijn inbreng, meen ik: op willekeurige momenten. Daar ben ik toe bereid.
Ik geef even de stand van vandaag, 22 juni. Er staan nog 45 sets schriftelijke vragen open. Die zijn redelijk verdeeld over de departementen. Het aantal is relatief laag. Soms zijn er goede redenen om vragen niet te beantwoorden, maar in algemene zin hebben we termijnen niet voor niets met elkaar afgesproken en moeten de departementen daar wat mij betreft ook gewoon op leveren.
Mevrouw Inge van Dijk verwijst naar de taakstelling op de Rijksoverheid. Ze vraagt wat ik als Voorzitter kan doen om bij te dragen aan de vermindering van vragen en moties, zodat de omgang daarmee beter verloopt. Ik weet dat haar fractie daar voor de moties een heldhaftige en goede poging voor doet. Ik zie alleen ook dat we morgen nog steeds stemmen over twintig pagina's aan moties. Ik zeg hier dus ook maar weer: ik ben echt wel bereid en nieuwsgierig om te kijken wat we kunnen doen om dit te verminderen, maar ik heb daar ook wel de hulp van uw leden bij nodig. We staan namelijk allemaal bij het indienen van die moties.