Plenair debat · donderdag 24 september 2026
de bevindingen van de Algemene Rekenkamer dat 10.000 aangiften niet door de politie worden onderzocht
Ismail El Abassi
DENK
Voorzitter. Ik wil vandaag niet alleen spreken over de 10.000 aangiften die niet zijn opgepakt. Daar zullen we het vandaag genoeg over hebben en daar zullen ambtsgenoten het ook over gaan hebben. Ik wil het hebben over iets wat mij breder zorgen baart: de manier waarop deze minister de Kamer informeert. Ik sta regelmatig tegenover deze minister en steeds vaker zie ik hetzelfde patroon. Er wordt een stellig antwoord gegeven, de Kamer krijgt een bepaald beeld en later verschijnen er stukken, onderzoeken of nieuwe feiten waaruit blijkt dat de werkelijkheid anders of genuanceerder ligt.
We hebben nu bijvoorbeeld de 10.000 aangiften. De minister relativeerde de bevindingen van de Algemene Rekenkamer door erop te wijzen dat het voor een deel om meldingen ging. Dat bleek niet het geval. De Algemene Rekenkamer concludeert letterlijk dat de minister de Tweede Kamer op het verkeerde been heeft gezet. Dat zijn niet mijn woorden, maar woorden van de Algemene Rekenkamer.
Neem ook de moord op de 18-jarige Sjaak Gerwig. De minister presenteerde deze cold case hier in de Kamer alsof die was opgelost, maar die was helemaal niet opgelost. Na een woedende familie en Kamervragen van mij erkende de minister: de zaak is niet afgerond; het is anders dan ik in het debat suggereerde. Ik vroeg of hij het met mij eens was dat het onzorgvuldig was. Dat was de minister wel met mij eens. Maar dit is feitelijk onjuiste informatie die later moest worden rechtgezet.
Neem ook de zaak Lisa. De minister communiceerde over ongeveer 1.700 politiemedewerkers die informatie hadden geraadpleegd en sprak daarbij over het dossier. Later moest ook hij erkennen: mijn communicatie in de Kamerbrief van 3 maart en in de media had zorgvuldiger gemoeten. Ook moest worden verduidelijkt dat over politiesystemen had moeten worden gesproken. Eerst ontstaat dus ook hier weer een stellig beeld, waarna dat beeld weer genuanceerd moet worden.
Voorzitter. Dan afgelopen dinsdag nog. Ik vroeg de minister naar extreemrechts en de mogelijke relatie met de politiek. Hij zei: dat staat los van wat we afgelopen zaterdag op het Malieveld hebben gezien. Diezelfde dag, ongeveer een halfuur later, waarschuwden de AIVD en de NCTV dat rechtsextremisten proberen hun gedachtegoed te normaliseren en zelfs proberen politieke partijen van binnenuit te beïnvloeden. Vandaag, net nog, meldt NRC dat een FVD-senator aanwezig was bij de extreemrechtse demonstratie op het Malieveld. Waarom zegt deze minister zo stellig dat deze zaken los van elkaar staan, terwijl de feiten nog niet volledig bekend zijn en de AIVD en de NCTV ons hiervoor waarschuwen? Neemt hij deze instanties nog wel serieus?
Voorzitter. Ik heb nog een flink aantal andere gevallen. Ik parkeer die, want het is een flinke stapel, maar gezien de tijd zie ik dat ik er nog wel een aantal kan noemen. Ik doe het toch wel.
Voorzitter. De verkeersboetes. Daarvan gaf de minister aan dat ze niet onrechtmatig waren. We hebben onlangs nog meegemaakt dat verschillende rechters die boetes bestempeld hebben als niet evenredig, en dus als onrechtmatig.
Voorzitter. Gezien de tijd die ik gelukkig nog heb, zal ik nog een voorbeeld erbij pakken: huisbezoeken aan demonstranten. De Inspectie JenV waarschuwde dat die huisbezoeken intimiderend waren. De minister kwam tot een andere conclusie. Hij vond namelijk dat de huisbezoeken onder meer als onderdeel van contact zoeken en politiewerk bestempeld moesten worden. Hij gaf ook aan dat er geen verschil van inzicht was tussen de inspectie en hem.