Wetgevingsoverleg · maandag 7 september 2026
Wetsvoorstel bijmengverplichting groen gas
Alisha Müller
VVD
Een vraagverplichting alleen bouwt namelijk nog geen vergister. Daar zit na lezing van de nota naar aanleiding van het verslag mijn grootste zorg. De regering erkent dat netcapaciteit, stikstofruimte en vergunningverlening knelpunten zijn, maar vervolgens lees ik dat de regering "inzet" op het verbeteren van deze randvoorwaarden. Dat klinkt goed, maar wat verandert er dan concreet? De verplichting moet namelijk op 1 januari 2027 ingaan. Tegelijkertijd moeten belangrijke onderdelen van de stikstofaanpak nog worden uitgewerkt en juridisch worden geborgd. Wat betekent dat voor een ondernemer die volgend jaar een groengasinstallatie wil bouwen? Ik heb daarom drie vragen. Eén. Hoeveel groengasprojecten lopen op dit moment vast in een natuurvergunning of een andere vergunningsprocedure en hoeveel daarvan verwacht de minister in 2027 daadwerkelijk vlot te trekken? Twee. Welke concrete maatregelen gaan de doorlooptijd verkorten? Kan het Expertisecentrum Groen Gas vastgelopen projecten actiever begeleiden? Wordt er gewerkt aan standaardisatie, modelvergunningen of vaste behandelmijnen? Drie. Wat gebeurt er als de vraag door deze wet groeit, maar de Nederlandse productie door vergunningverlening achterblijft? Ik wil voorkomen dat we vooral meer gas importeren of de buy-out betalen, terwijl Nederlandse producenten in de wachtkamer staan.
Voorzitter. Wie een groengasinstallatie bouwt, investeert voor veel langer dan een paar jaar. Ik had het er net ook over met heer Grinwis. De regering onderschrijft het belang van langjarige zekerheid, maar wil pas in 2029 duidelijkheid geven over de periode na 2035. Dat kan te laat zijn voor producenten die vandaag financiering zoeken. Wat mij betreft zorgen we voor zekerheid en laten we de verplichting tot in ieder geval 2040 doorlopen. Dit is ook in lijn met de motie-Erkens/Vermeer, die mijn fractie eerder heeft ingediend. Welke redenen ziet de minister om de verplichting in de AMvB niet tot 2040 te verlengen?
Voorzitter. Dan de betaalbaarheid en de weerbaarheid van onze energievoorziening. De VVD heeft in eerdere debatten nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de energierekening van huishoudens en ondernemers. Die zorgen zijn reëel. Mensen zien hun netkosten stijgen, krijgen te maken met nieuwe vormen van CO2-beprijzing en hebben de afgelopen jaren ervaren hoe sterk internationale ontwikkelingen kunnen doorwerken in de prijs van energie. Ik vind het daarom ook enigszins ongemakkelijk dat we vandaag een maatregel behandelen die extra kosten met zich meebrengt, terwijl we het bredere beeld van de energierekening pas rond Prinsjesdag krijgen. De stapeling van maatregelen moeten we namelijk nadrukkelijk in samenhang blijven beoordelen.
Tegelijkertijd moeten we ook eerlijk zijn over de andere kant van die rekening. Een robuust en weerbaar energiesysteem is niet gratis. Meer energie van eigen bodem, meer diversificatie en minder afhankelijkheid van fossiele import brengen investeringen en dus kosten met zich mee. Maar juist de afgelopen jaren hebben laten zien dat afhankelijkheid ook een prijs heeft. Internationale onrust en schokken op de gasmarkt kunnen rechtstreeks terechtkomen op de rekening van Nederlandse gezinnen en bedrijven. Voor deze wet vind ik het daarom verstandig dat de buy-out als een prijsplafond werkt. Daardoor zijn maximale meerkosten begrensd. Volgens het kabinet liggen de werkelijke kosten naar verwachting lager dan het maximum, omdat het economisch aantrekkelijker moet zijn om daadwerkelijk groen gas in te zetten dan om de verplichting af te kopen.