Commissiedebat · donderdag 10 september 2026
Vreemdelingen- en asielbeleid
Bart van den Brink
minister van Asiel en Migratie, viceminister-president
Dank u wel. Ik denk dat de beelden van de afgelopen zomer vanuit Ceuta de meeste wenkbrauwen hebben doen fronsen en heel veel debat en onrust hebben gegeven in de samenleving rondom de vraag wat daar aan de hand is. Dat hebben we ook als kabinet gelijk zo benoemd: het is zeer zorgelijk, uitzonderlijk en ongekend. Er is al veel over gezegd. Ook in de schriftelijke overleggen hebben we daarover gewisseld. Ik denk dat wat de heer Struijs zei heel waar is: je wil gewoon meer duidelijkheid krijgen over wat hier nu aan de hand is en wie er betrokken was. Dat is ook de reden dat het kabinet en ikzelf bij de Raad van Ministers hebben aangedrongen op onderzoek waarin we daar duidelijkheid over krijgen. We zien daar nu de eerste resultaten van, maar op de volgende JBZ-Raad, van begin oktober, en de daaropvolgende Europese Raad staat migratie hoog op de agenda. Ik verwacht ook dat het vervolg daar aan de orde zal komen.
Wat de heer Boomsma zei, is daarin natuurlijk ook een onderdeel. Als 80.000 mensen een grens overgaan, dan is er gewoon een grensprobleem. Dan is het geen asielvraagstuk. Er is ook als zodanig opgetreden door die hele grote groep mensen weer terug naar de andere kant van de grens te brengen, maar er blijven natuurlijk nog wel een paar mensen nu daar in Ceuta. Daar komen dan mogelijk asielvraagstukken uit naar voren.
De heer Boomsma vroeg: is hier sprake van instrumentalisering? Ik snap die vraag heel goed. Tegelijkertijd weten we ook dat daar een definitie aan zit die gaat over wie de actor is en wie er verantwoordelijk is. Zolang we dat niet weten, is het wel de terechte vraag en is het, vind ik, echt een grensprobleem dat moest worden opgelost zoals het is opgelost. Ik verwacht echter wel dat we er in Europees verband opnieuw over gaan spreken of onze maatregelen en onze mogelijkheden, ook in juridische zin, wel voldoende zijn om die hiertegenover te stellen. Uit het feit dat ik daar een vraagteken zet, kunt u afleiden dat ik denk dat we daar nog meer maatregelen op zullen moeten treffen. Voor het beschermen van de buitengrens hebben we namelijk allerlei afspraken, het Schengensysteem en early warning nodig. We hebben al gezegd: socialmediamonitoring is essentieel. Daar zullen wij ook toe blijven oproepen.
De screening zelf. Spanje is zelf gehouden aan het pact, dus daarom heb ik ook gelijk benadrukt: nee, die mensen komen dus niet in Nederland, want Spanje is hiervoor verantwoordelijk en dat blijft het ook; daar zal dus geen sprake van kunnen zijn. Mocht onverhoopt toch een keer iemand zich hier melden en hij blijkt al vanuit Spanje te komen, dan wordt hij gewoon weer teruggebracht naar Spanje. In de regel is Spanje een land dat ook gewoon bijdraagt aan de Dublinafspraak die we hebben gemaakt. Dat is het dus op het vlak van Ceuta.
Dan wordt er ook nog gevraagd naar binnengrenscontroles en hoe we daarmee omgaan. U heeft gezien dat een aantal landen binnengrenscontroles — ik zeg erbij: ook in een soort politiekachtige discussie tussen Italië en Spanje — hebben ingesteld; dat is dus ook een soort opbieden tegen elkaar. Nederland heeft ervoor gekozen om zijn binnengrenscontrole om te zetten naar mobieltoezichtcontrole en die op een veel geïntensiveerdere wijze toe te gaan passen, met meer uren, of op meer voertuigen en op meer plekken. Ik kom straks ook nog wel even terug op de vraag van de heer Ellian hoe we daar in en rondom Ter Apel op inzetten. Maar dat is de manier waarop het kabinet omgaat met onze binnengrenscontroles. Het zou zomaar eens kunnen dat we misschien in de komende tijd berichten gaan krijgen dat er in Duitsland weer een andere afweging wordt gemaakt.
Dat was het op vlak van Ceuta.