Dank, meneer de voorzitter. Dank aan de heer Schenk voor zijn vragen, uiteraard. Het voorbeeld van de monteur dat de heer Schenk noemt, is, helaas, bekend. Dat is ook de reden waarom dit kabinet een belangrijke ambitie heeft neergezet. Dat is de ambitie om ervoor te zorgen dat de loondoorbetaling bij ziekte voor in ieder geval het mkb weer werkbaar gaat worden. Dat doen we om twee redenen. De eerste is dat we zien dat het voor heel veel ondernemers, maar vooral voor kleine ondernemers, echt een zware last is. Europees lopen we inderdaad zwaar uit de pas. De last van loondoorbetaling bij ziekte is voor het hele bedrijfsleven bijna 20 miljard euro. 20 miljard euro zijn bedrijven kwijt aan die twee jaar loondoorbetaling. Maar er zijn inderdaad vooral risico's voor bedrijven zoals een schildersbedrijf met maar vijf medewerkers. Als een van die mensen zo lang ziek wordt of zo lang uitvalt, loop je als kleine ondernemer gewoon een enorm groot risico.
Het is echter ook belangrijk dat we dit probleem voor werkenden, dus voor werknemers, aanpakken. We zien namelijk gewoon in de arbeidsmarkt dat heel veel ondernemers het niet aandurven om vaste contracten te geven. Ze zeggen: "Ik durf dit risico niet aan, want als er wat gebeurt, als er iemand ziek wordt, loop ik zo'n groot risico. Laat ik dus maar een flexcontract aanbieden of een uitzendbureau inzetten." Het zijn dus juist die kwetsbare mensen die niet aan de bak komen, dus de mensen die de wind niet mee hebben gehad in het leven. Dat zijn mensen die bijvoorbeeld een ziekteverleden of een werkloosheidsverleden hebben. Zij krijgen geen vast contract, waar ze dus wel op zitten te wachten.
Voorzitter. Daarom zijn we aan de slag gegaan langs drie lijnen. Lijn 1: wat kunnen we doen aan de hoogte van de loondoorbetaling? Dat is die 100% die nu vaak in de praktijk wordt bijbetaald. Wat kunnen we doen aan de lengte, die 104 weken, twee jaar lang? Wat kunnen we nou doen aan die bureaucratische invulling, aan die rapportageverplichtingen die werkgevers tijdens die twee jaar ervaren? Daarover hebben wij gezegd: we maken een aantal scenario's om te delen met uw Kamer, maar ook met werkgevers en werknemers, zodat we daar samen over kunnen spreken. Er zitten namelijk voor- en nadelen aan.
De heer Schenk vroeg mij ook wat het kabinet nu doet. Los van het feit dat we werken aan die uiteindelijke permanente oplossing, zijn er drie dingen die wij doen. We werken op dit moment hard aan een knelpuntenanalyse van de Wet verbetering poortwachter. Ik heb gisterochtend zelf nog met kleine mkb'ers mogen spreken over zaken waar zij tegenaan lopen in de dagdagelijkse praktijk. Wij hebben een wetsvoorstel gemaakt ten aanzien van de zogeheten RIV-toets. Wij zorgen ervoor dat ondernemers niet meer bang hoeven te zijn voor een loonsanctie op het moment dat ze het advies van hun bedrijfsarts opvolgen. Het derde ding is dat er een wetsvoorstel bij u in de Kamer voorligt om kleine werkgevers vanaf het tweede ziektejaar meer duidelijkheid te geven.
Voorzitter. Is dit voor nu voldoende? Nee. We hebben de ambitie om echt aan de slag te gaan, maar de "afdeling makkelijke oplossingen" is al een tijd gesloten. We moeten dit goed doen. Daarom heb ik deze scenario's naar uw Kamer gestuurd. Ik zie uit naar het gesprek met uw Kamer en met werkgevers en werknemers, om te kijken hoe we dit probleem kunnen oplossen.
Uitspraken Thierry Aartsen, 29 sep