Wetgevingsoverleg · maandag 28 september 2026
Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1712 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan (Implementatiewet herziene Europese richtlijn mensenhandel) (36835)
David van Weel
minister van Justitie en Veiligheid
Ja, daar zijn een hoop vragen over gesteld en ik denk ook dat dat terecht is, want uiteindelijk kunnen wij wetten maken, maar als we niet in staat zijn om dat ook te vertalen naar de uitoefening door de opsporingsdiensten en de rechterlijke organisatie, dan missen we een deel van de keten. Het is ook een van de prioriteiten binnen de politie. Ook in het veiligheidsplan 2027-2030, dat op zeer korte termijn komt, zult u zien dat mensenhandel als een prioriteit is aangemerkt, dus ook voor de komende situatie.
Wat doet men er dan aan bij de politie? Ik noemde net al de training voor eerstelijnsmedewerkers en politiemedewerkers over bewustwording en het herkennen van de verschillende vormen van afspraken. De politie zet zich binnen het kader van de bestrijding van mensenhandel ook in om bewijsmateriaal te vinden, zowel in het fysieke als in het digitale domein. Er werd ook naar gevraagd, maar juist door de werving van nieuwe medewerkers met een digitale achtergrond is hier echt een impuls aan gegeven, vanuit de motie-Segers/Asscher. Inmiddels is er aan iedere Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel een digitale specialist toegevoegd die kan helpen bij deze belangrijke component.
De politie heeft met de extra middelen ook de politieorganisatie versterkt, om de komende jaren mensenhandel aan te pakken. Uiteraard is het altijd aan het gezag om te bepalen waar de prioriteit wordt gelegd en zal politiecapaciteit altijd schaars worden, maar ik denk dat er met deze dedicated fte's wel een belangrijke impuls is gegeven.
We verwachten niet dat de wettelijke veranderingen van dit implementatievoorstel gaan leiden tot heel veel meer beslag op de strafrechtketen, maar dat hangt niet samen met het feit dat we daar geen prioriteit aan geven. Ik denk dat de tijd zal moeten leren, met het nu gevuld zijn van de posities bij het OM maar ook bij de politie, dus ook de opbouw van specialisme ... Ik denk dat we gaan zien dat er meer zaken kunnen worden behandeld, en ook adequater en sneller. Ik heb daar overigens geen cijfers voor, zeg ik u nu, maar ik ga proberen om die bij die jaarlijkse rapportage aan u te kunnen geven, zodat u wat meer inzicht heeft in: wat hebben die inspanningen van de afgelopen jaren nu voortgebracht, in ieder geval vertaald naar de strafrechtketen?
De heer Boomsma vroeg nog naar de Arbeidsinspectie: gaan we die ook inzetten bij opdrachtgevers en inleners? Als er duidelijke signalen zijn dat er gebruik is gemaakt van een dienst van een slachtoffer, kan onderzoek naar overtreding van artikel 273g van het strafrecht in het lopende strafrechtelijk onderzoek worden meegenomen. Dat kan dus ook plaatsvinden bij inleners. Dat hoeft dus geen apart strafrechtelijk onderzoek te zijn.
Verwacht ik dan, was een vraag van de heer Van den Brink, verbetering in het tegengaan van uitbuiting via gedwongen huwelijken, draagmoederschappen en illegale adoptie, en wordt het gemakkelijker om deze op te sporen door het expliciteren hierin? Niet per se, maar het kan wel echt helpen om zo expliciet in de wet kenbaar te maken dat dergelijke situaties als mensenhandel kunnen worden aangemerkt. Dit kan helpen voor de herkenning en de signalering, en daarmee dus ook voor het in beeld komen van slachtoffers en andere zaken. In die zin juich ik het dus toe.
Hoe gaan we die opsporing in het kader van huwelijke uitbuiting dan vormgeven, vroeg de heer Boomsma. Ja, dat heeft absoluut de aandacht van de politie, maar de politie moet natuurlijk wel signalen krijgen voordat ze iets kan doen. De politie kan niet proactief op zoek gaan naar deze signalen, maar als deze signalen er zijn, dan worden die met dezelfde voortvarendheid opgepakt als bij andere zaken van mensenhandel. Bij de herkenning van deze signalen bij andere vormen van mensenhandel zorgen we er dus voor dat in ieder geval de opvolging van signalen hetzelfde is.
Krijgen we een verschuiving van de aandacht van de opsporing, juist door niet meer alleen seksuele diensten aan te merken maar ook niet-seksuele diensten? Dat weten we nog niet. We weten nog niet wat de impact daarvan zal zijn op het werk van de politie. Natuurlijk is mensenhandel heel specialistisch werk, dus je kunt die specifieke politiecapaciteit voor de opsporing maar één keer inzetten. Maar als er straks een toename aan signalen is over de nieuwe vorm van uitbuiting, dan zou dat gevolgen kunnen hebben voor de keuzes binnen de opsporing. Die zullen we dan moeten wegen tegenover seksuele uitbuiting. Ik hoor uw Kamer namelijk goed, in meerderheid ook, denk ik: u wilt daarin zeker geen verslapping zien. Dat signaal nemen we dus mee bij de evaluatie.
Zaken buiten Nederland: hoeveel zijn dat er geweest? Helaas kunnen we uit de systemen van het OM niet naar voren halen in hoeverre de feiten van de zaak zich buiten Nederland hebben afgespeeld; dan moet je echt in de individuele zaken duiken. Ik heb u net wel, in de rapportage voor het einde van het jaar, een overzicht toegezegd van alle mensenhandelzaken die er de afgelopen jaren zijn geweest, maar dit kan ik daar helaas niet uit halen.
De heer Van den Brink vroeg: hoe verlopen de Europese en internationale samenwerking in den brede? Een terechte vraag, want mensenhandel beperkt zich niet tot de landsgrenzen en er moet dus ook nauw worden samengewerkt met Europese partners. Dat gaat om het bespreken van trends, om samenwerkingen, maar ook om andere aspecten van de aanpak van mensenhandel. In de Benelux hebben we ieder jaar een werkgroep rondom het thema "mensenhandel", waarin we bespreken hoe we gezamenlijk de aanpak binnen de Benelux kunnen verbeteren.
Internationale samenwerking is ook een structureel onderdeel van de Nederlandse politieaanpak in de bestrijding van mensenhandel. Dat behelst het samenwerken met herkomst- en transitlanden, het verkrijgen en delen van informatie via kanalen zoals die van Europol, Interpol of het netwerk van liaison officers in de verschillende landen, en in sommige gevallen ook concrete operationele en niet-operationele interventies, stroomopwaarts of, wanneer Nederland het transitland is, in landen van bestemming. Politiesamenwerking is bij een grensoverschrijdend delict als mensenhandel van groot belang. Daarom ben ik ook blij dat de Nederlandse politie zich sterk inzet in het kader van EMPACT, een Europese politiesamenwerking die zich onder meer specifiek op de mensenhandel richt. We zijn al enige jaren trekker op het thema mensenhandel binnen EMPACT.
Verder wordt lidstaten in de herziene richtlijn ook gevraagd om een contactpunt voor grensoverschrijdende doorverwijzing in te stellen; daar hebben we het net over gehad. Dat wordt voor ons Comensha. Dat zou ook de internationale samenwerking moeten versterken, ten behoeve van goede en betere zorg voor slachtoffers.
Dan was er nog een vraag van de heer Verkuijlen over de achttien zaken waarvan geen aangifte is gedaan: wat zegt dat nu over de prioritering van een ernstig delict als mensenhandel? Ik noemde al eerder dat in de prioritering voor de Veiligheidsagenda ook mensenhandel in ieder geval weer een van de prioriteiten zal worden. En het klopt: mensenhandel is ambtshalve vervolgbaar en vereist dus ook geen aangifte om dat verder op te pakken. Een melding is voor de politie voldoende om daarmee aan de slag te gaan. Ik kan alleen niet zeggen wat in deze achttien individuele zaken de reden is geweest dat die melding niet is opgepakt; het kan ook zijn dat er verder te weinig opsporingsindicaties waren. Dat is althans wat door de politie in algemene zin werd gezegd over het feit dat een groot deel van die meldingen de eerste drempel niet heeft gehaald, maar ook hier zullen we de vinger aan de pols houden over het opvolgen van meldingen.
De heer Verkuijlen vroeg naar de resultaten van de 58 fte. In ieder geval kun je met die 58 fte, vanwege het specialisme, meer complexe zaken behandelen en ook tot een succesvol einde brengen. Ik denk dat dat specialisme de grootste toegevoegde waarde is, nog los van het aantal fte dat daarmee gemoeid is. Is dat ook direct terug te leiden tot extra zaken? Ik ga u dat overzicht voor het einde van het jaar geven, maar zoals ik zei: de complexiteit is een belangrijke route, dus dat we meer doorhebben hoe deze mensen opereren en dat we ze dus ook effectiever kunnen aanpakken, want uiteindelijk gaat het om het breken van deze netwerken. Zijn al die extra fte dan ook ingevuld? Ja, zowel bij het OM als bij de politie zijn de functies voor mensenhandel vervuld.
Nogmaals, daarbij wil ik helemaal niet zeggen dat er nooit in het kader van prioriteitstelling door het gezag een afweging wordt gemaakt waarbij een mensenhandelzaak niet wordt opgepakt; dat is hoe we het systeem hebben ingericht in Nederland. Maar ik denk dat de prioriteitstelling en het zorgen voor expertise zeker wel helpen.
Dat was het blokje opsporing.