Wetgevingsoverleg · maandag 28 september 2026
Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1712 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan (Implementatiewet herziene Europese richtlijn mensenhandel) (36835)
David van Weel
minister van Justitie en Veiligheid
Dank, voorzitter. Daar waren een hoop vragen over van een hoop mensen. Ik moet eerlijk zeggen dat het ook wel ingewikkeld is. Dat komt deels door de taken die voortvloeien uit deze richtlijn en deels door de taken die, in Nederland, Comensha heeft en die breder zijn dan wat er in de richtlijn wordt vereist. Voor die verschillende taken gelden ook verschillende gegevensverwerkingsregimes. Dat maakt het niet eenvoudig. En als het niet eenvoudig is, heb ik geleerd, dan moet ik voorlezen wat er op mijn briefje staat.
Op dit moment is er een nationaal verwijzingsmechanisme voor het herkennen, de detectie en de doorverwijzing van slachtoffers naar hulp en opvang. Een vermoedelijk slachtoffer kan door een zorg- of opvangorganisatie worden gesignaleerd of door een van de drie opsporingsdiensten, dus de politie, de KMar of de Nederlandse Arbeidsinspectie. Er is op dit moment geen afzonderlijke instantie die formeel vaststelt dat iemand slachtoffer is van mensenhandel. Bij de geringste aanwijzing dat er sprake zou zijn van mensenhandel kunnen de opsporingsdiensten een slachtoffer de bedenktijd aanbieden. Voor vermoedelijke slachtoffers zonder rechtmatig verblijf betekent dit dat zij toegang tot de categorale opvang voor slachtoffers van mensenhandel kunnen krijgen voor drie maanden en dat zij in die periode kunnen bedenken of zij aangifte willen doen. Voor Dublinclaimanten geldt een bedenktijd van dertig dagen.
Wanneer aangifte wordt gedaan of het slachtoffer op andere wijze meewerkt aan het strafrechtelijk onderzoek, kan het in aanmerking komen voor een tijdelijke verblijfsvergunning. De IND beoordeelt de aanvraag op grond van de daarvoor geldende voorwaarden. Slachtoffers met rechtmatig verblijf kunnen toegang krijgen tot gemeenschappelijke opvangvoorzieningen voor slachtoffers van mensenhandel. Informatie over een vermoedelijk slachtoffer mag tussen organisaties worden gedeeld als er toestemming is gegeven door het slachtoffer of als er sprake is van een vitaal belang. Vanuit het actieplan wordt het nationaal verwijzingsmechanisme verder doorontwikkeld, inclusief de aansluiting op een nieuw opvangconcept. In deze ontwikkeling wordt ook bezien op welke wijze het verblijfsrecht en het strafproces kunnen worden losgekoppeld. Daarnaast wordt verkend onder welke voorwaarden een onafhankelijke en multidisciplinaire commissie kan worden ingesteld die buiten het strafproces om een rol kan krijgen bij de formele vaststelling van slachtofferschap. Een dergelijke aanpak kan bijdragen aan een meer onafhankelijke erkenning van slachtofferschap en aan passende ondersteuning van slachtoffers, ook wanneer een aangifte onvoldoende opsporingsindicaties oplevert om tot vervolging van een verdachte te komen. In de volgende voortgangsbrief, dus voor het einde van het jaar, hoop ik u te kunnen informeren over de doorontwikkeling van het nationaal verwijzingsmechanisme langs deze lijnen.
Zoals gezegd is de doorverwijzing van slachtoffers naar de juiste hulp en opvang geen taak van de Nationaal Rapporteur, maar van Comensha. Ik heb gezegd dat er op dit moment op grond van toestemming van het slachtoffer of als er sprake is van een vitaal belang, al kan worden gekeken naar gegevensdeling, maar in het kader van het herzien van het opvanglandschap zoals ik dat net noemde en de rol die Comensha hierin krijgt, kunnen er aanpassingen van wettelijke grondslagen nodig zijn. Ik loop daar nadrukkelijk niet van weg, zeg ik hier, maar ik wil wel de discussie over de opvang afwachten, zodat we precies weten hoe het er dan uit gaat zien en wat Comensha daarvoor nodig zal hebben.
Dan is er nog het nationaal contactpunt grensoverschrijdende doorverwijzing. Dat is een aanvullende verplichting uit de herziene richtlijn mensenhandel. Daarvoor regel ik sowieso een aanvullende verwerkingsgrondslag voor Comensha, waarbij ik ook het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens zal meenemen.
Voor de Nationaal Rapporteur is ook nog een wettelijke grondslag nodig om bijzondere persoonsgegevens te mogen verwerken. Ik werk samen met de Nationaal Rapporteur aan een conceptwetsvoorstel, waar u ook naar heeft gevraagd.
Ik geloof dat ik daarmee de verschillende actoren en regimes heb genoemd, al dan niet gekoppeld aan de implementatie van deze richtlijn. Ik kijk nog even of ik iets gemist heb in deze beantwoording.
De heer Van den Brink vroeg in hoeverre het Centraal Informatiepunt Mensenhandel nu functioneert. We hebben dat nagevraagd bij Comensha. Zoals bekend kunnen slachtoffers van mensenhandel bij het Centraal Informatiepunt terecht voor informatie over onder andere opvang, zorg en hulpverlening. Professionals vinden er ook routes voor signalering of doorverwijzing. Ook burgers die vermoedens hebben van mensenhandel, krijgen duidelijkheid over de vraag welk handelingsperspectief ze hebben. Het is in meerdere talen beschikbaar, waaronder Nederlands, Engels, Spaans en Roemeens. Werkt het naar behoren? Comensha ziet wel een stijging in het aantal adviesaanvragen, maar nog geen stijging in het aantal geregistreerde slachtoffers. Dat is onderdeel van de verdere monitoring naarmate het langer bestaat. Dan zullen we zien of dat uiteindelijk ook verder in de keten doorwerkt. Dat is de stand voor dit moment.