Plenair debat · donderdag 3 september 2026
het rapport-Wennink "De route naar toekomstige welvaart"
Annabel Nanninga
JA21
Voorzitter, dank u wel. Ik begin vandaag met een woord van dank aan de heer Wennink, maar ook aan al die mensen die hebben bijgedragen aan dit mooie rapport, De route naar toekomstige welvaart, en de aanbevelingen, want daar hebben we het vandaag over.
Een punt dat ik vaker heb gemaakt: voor JA21 bestaat een gezonde samenleving uit drie pijlers, de markt, de gemeenschap en de Staat. Die verhouding is op dit moment uit balans. De Staat is steeds groter geworden en bemoeit zich met veel te veel onderdelen van de economie en ons dagelijks leven. Ondernemers krijgen te maken met veel te veel regels, vergunningen, subsidies en duurzaamheidseisen. Dat kost tijd, geld en vooral heel veel energie van de ondernemer.
Vanuit dit perspectief kijken wij naar het mooie rapport-Wennink. Veel van de problemen die daarin worden genoemd, herkennen wij dus, en deels ook de oplossingen. Nederland groeit te weinig. De productiviteit blijft achter. Bedrijven lopen vast op regeldruk, hoge kosten, netcongestie, trage vergunningverlening en personeelstekort. Het rapport stelt ook duidelijk: als we deze koers voortzetten, worden onze publieke voorzieningen onbetaalbaar en worden we uiteindelijk arm en irrelevant. Dat geldt temeer voor onze kinderen en kleinkinderen. En misschien nog het ergste: we worden ook afhankelijk van de rest van de wereld.
Het rapport wijst ons erop dat we dreigen achter te lopen in de zogenaamde sleuteltechnologieën. Dit gaat om hoogwaardige innovatie en industrie. Denk daarbij aan AI, kwantum en dergelijke. Maar vergeet niet: de eerder genoemde problematiek geldt niet alleen voor die industrie. Het gehele Nederlandse bedrijfsleven heeft hieronder te lijden, van het mkb tot de grote basisindustrieën als chemie, raffinage en staal. Vele productieketens staan onder druk en dreigen uit Nederland te verdwijnen. De linkervleugel van de Kamer beschouwt het verdwijnen van industrie misschien als klimaatoverwinning, maar van waar ik zit is dit een tragedie, en niet alleen vanuit economisch oogpunt of vanuit het perspectief van de vele werknemers die hun baan dreigen te verliezen. Nee, het maakt ons onveiliger. Industrie is van groot belang voor onze nationale veiligheid. De oorlogen in Oekraïne, Iran en Israël laten zien dat het overwicht op het slagveld voor een groot deel ligt bij het vermogen om zowel hoogwaardig technisch materiaal als laagwaardig materiaal en masse te kunnen produceren. Het floreren van onze industrie en innovatie is dus niet alleen voor onze welvaart belangrijk, maar ook voor onze veiligheid.
Laten we het beestje toch maar even bij de naam noemen: VVD, D66 en CDA droegen jarenlang regeringsverantwoordelijkheid. Nederland en zijn bedrijven moesten verduurzamen op een manier die totaal niet rendabel was. De infrastructuur was er ook niet voor. Nationale heffingen kwamen daar nog eventjes lekker bovenop. En o ja, de stikstofcrisis is ook nog steeds niet opgelost. Deze partijen kunnen niet hun handen wassen in onschuld. Ze zijn mede verantwoordelijk voor de problemen waarover we het vandaag hebben. Het zijn wel de partijen die dit nu moeten gaan oplossen. Dat baart mij zorgen. Mijn vraag aan de minister is daarom vrij simpel: hoe nu wel? Wat gaat er na dit debat veranderen? Wennink vroeg expliciet om snelheid en haast. Wat is er sinds het verschijnen al in werking gezet? Voelt de minister urgentie? Waaruit zou dit moeten blijken? We gaan toch niet weer jaren aanmodderen en selectief shoppen in een rapport, omdat de coalitie het verder onderling over helemaal niets eens lijkt te kunnen worden?
Voorzitter. Dan nog een punt over de nationale investeringsbank. JA21 is altijd tegen het Nationaal Groeifonds geweest, omdat de staat zich niet in de economie moet gaan roeren. Dat moeten we lekker aan de ondernemers overlaten. Maar we zijn op dit punt, een investeringsinstelling, minder kritisch geworden. Dat komt omdat we hierover veel met bedrijven en kennisinstellingen hebben gesproken. We zien dat er wel degelijk problemen zijn bij de financiering van grote investeringen, scale-ups en nieuwe technologie. Het vraagt allereerst wel om een beter investeringsklimaat. Een investeringsinstelling kan daarop een aanvulling zijn. Daarom zijn we ondanks onze kritiek op het Groeifonds niet op voorhand tegen, maar dan wel onder duidelijke voorwaarden. Economisch rendement, productiviteitsgroei en het Nederlandse strategisch belang moeten centraal staan. Dus geen geneuzel met diversiteitsprogramma's bij Invest-NL met een waarde van 50 miljoen euro. Ik hoor graag hoe de minister hiernaar kijkt.
Dank u wel.