Plenair debat · donderdag 3 september 2026
het rapport-Wennink "De route naar toekomstige welvaart"
André Flach
SGP
Voorzitter, dank u wel. Stel je voor dat Cornelis Lely aan het begin van de vorige eeuw had gezegd: die Afsluitdijk is veel te duur en veel te ingewikkeld en we weten niet eens wat die over 20, 30 of 50 jaar gaat opleveren. Dan was die dijk er misschien nooit gekomen. Lely keek niet alleen naar wat de plannen vandaag kosten, maar ook naar wat Nederland op de lange termijn nodig had. Je moet soms investeren in iets waarvan de opbrengst pas veel later zichtbaar wordt.
Het rapport-Wennink leest als één groot alarmsignaal: als we nu niet doorpakken, raakt Nederland achterop en leveren we de welvaart van morgen en zelfs die van vandaag in. Het kabinet zegt inmiddels dat Wennink gelijk heeft, maar dat is pas het begin, want Nederland is historisch gezien niet groot geworden door plannen te omarmen. Het is groot geworden door ze uit te voeren. Trekt het kabinet de portemonnee om onze economie te verstevigen? Hoe wordt private investering losgetrokken?
Voorzitter. Ondernemers hebben baat bij een vaste koers, niet bij zwabberbeleid. Nu is er weer onzekerheid over de begroting van volgend jaar, laat staan dat het helder is waar we op koersen over tien of twintig jaar. De SGP wil daarom al langer een nationaal ondernemersakkoord, waarin de overheid en het bedrijfsleven langjarige afspraken maken over investeringen, belastingen en het bredere vestigingsklimaat. Dat geeft financiers en bedrijven zekerheid en commitment om in Nederland te investeren. We zullen ook verstikkende regelgeving uit de weg moeten ruimen. 500 regels schrappen klinkt leuk, maar is eigenlijk te mager. Wanneer er jaarlijks duizenden nieuwe regels en verplichtingen bij komen, zijn we aan het dweilen met de kraan open. Daarom wil de SGP een kabinetsbrede doelstelling voor regeldrukreductie invoeren. Niet het aantal regels is daarbij bepalend, maar de daadwerkelijke tijd en kosten die ondernemers eraan kwijt zijn. Legt het kabinet zich nu eindelijk een reductietarget op?
Dan de aanpak van netcongestie. Daar hebben we al vele debatten over gevoerd. Ik merk dat het verschil tussen woorden en daden vaak zit in de huiver om af te wijken van de altijd gevolgde werkwijze en normering. Wat betreft de inzet op flexibel netgebruik of het zwaarder belasten van het net: deelt het kabinet de gedachte dat de belangen zo groot zijn dat we op dergelijke punten meer lef moeten tonen?
Over stikstof volgt Wennink de eenvoudige redenering, namelijk: de landbouw is de grootste boosdoener in het stikstofdossier, terwijl de bijdrage aan het bbp beperkt is, dus huppekee met die moeilijke keuzes! Dat vind ik een elitaire, kortzichtige insteek. Hightechchips kun je tenslotte ook niet op je brood smeren, zal ik maar zeggen. Problemen in de primaire sector werken door naar de ketenpartijen erachter. Het is niet los verkrijgbaar. De landbouw levert een belangrijke bijdrage aan de bedrijvigheid buiten de Randstad. De innovatiekracht bij boerenbedrijven wordt juist gefrustreerd door de Haagse modellenwerkelijkheid. Dat energieprojecten tegen de stikstofproblematiek aan lopen, zoals Wennink aangeeft, is puur een juridisch probleem. Ziet het kabinet dat boerenbedrijven vooral onderdeel zijn van de oplossing, in plaats van veroorzaker van de ellende?
Voorzitter. Dan een punt dat me na aan het hart ligt. Nederland is hét waterland bij uitstek. Onze maritieme maakindustrie is dan ook al decennialang toonaangevend in de wereld. Dat moeten we zo houden: Hollands glorie. Met de aangenomen motie die ik daarover heb ingediend, wordt de sectoragenda voortgezet, maar heeft het kabinet voor de komende jaren ook het budget vrijgemaakt?
Tot slot. De Afsluitdijk werd niet gebouwd omdat iedereen zeker wist wat hij zou opleveren. Hij werd gebouwd omdat men begreep wat er op het spel stond als je niets deed. Misschien is dat wel de kern van de discussie van vandaag: niet vragen of we het eens zijn met Wennink, maar of we bereid zijn te doen wat nodig is.
Tot zover, voorzitter.