Commissiedebat · woensdag 9 september 2026
Politie
David van Weel
minister van Justitie en Veiligheid
Dank. De heer Mathlouti vroeg ook of we voorbereid zijn op het soort geweld als in Overasselt en hoe de politie erop traint. Het moge duidelijk zijn dat de eerste agenten die daar aankwamen natuurlijk verrast werden door de enorme omvang van het geweld en de massa mensen die daar stond. Die hebben zeer adequaat gehandeld. Ze zijn daarbij beschoten en zijn gewond geraakt. Ik ben blij dat beide agenten inmiddels thuis zijn. Dat komt ook door zeer adequaat optreden van de tweede auto die aankwam, waarbij echt levensreddende handelingen zijn verricht om dit te beperken. Dit had echt heel anders af kunnen lopen. De snelle inzet van de DSI, die gelukkig bezig was met een actie en Nijmegen en daardoor vrij snel ter plaatse kon komen, heeft daar ook aan bijgedragen. Als ze dit soort zaken verwachten — de politie weet natuurlijk in sommige gevallen wat ze kunnen verwachten als ze op bepaalde locaties worden gevraagd — dan kunnen ze daar rekening mee houden in de manier waarop ze reageren op meldingen. U zag een dag later in Nijmegen dat dat dus gebeurde, dat de politie vanwege het adres waar een melding op was grootschalig uitrukte. Gelukkig waren het hier geen schoten, maar knalpijpgeluiden. Het geeft aan dat de politie daarin kan variëren.
De heer Mathlouti vroeg ook of het nu lukt om de ronselaars achter al die jongeren te pakken. Ja, dat is absoluut de insteek. Uiteindelijk zit niemand in de strafrechtketen te wachten op de laagste laag. We willen juist de opdrachtgevers daarboven hebben. Laat ik een voorbeeld noemen, dat niet zozeer met drugs te maken heeft. We hebben eerder dit jaar aanslagen op synagoges gezien. Daar is nadrukkelijk het doel van het OM om erachter te komen wie nou uiteindelijk de opdrachtgevers zijn en niet wie de uitvoerders zijn die zich voor een appel en ei, een paar honderd euro, hebben laten verleiden om dit te doen. Overigens, als je de professionaliteit van het optreden van deze groep in Overasselt ziet, kun je je ook afvragen hoe gehard een aantal van dit soort mensen waren of dat ze zich gewoon hebben laten verleiden om hieraan deel te nemen voor een paar grijpstuivers.
Dat wat betreft Overasselt en ondermijning. Dan kom ik nu bij een groot blok: het inzicht in de begroting.
Het inzicht in de begroting. Ook daar hebben we het in ieder geval sinds ik hier zit over en ook daarvoor al. Mevrouw Michon is daar altijd een groot voorvechter van geweest en ik waardeer haar daarvoor. Ook ik vind inzicht in de uitgaven van de politie belangrijk. Ik ben daar iets optimistischer over dan een aantal van u. Ik denk dat er echt wel stappen zijn gezet in de afgelopen jaren om dat inzicht te vergroten. Als ik kijk naar andere uitvoeringsorganisaties die we hebben en het inzicht dat daar in de begroting is, dan loopt de politie daar echt op vooruit, ook met inzicht in grafieken en de werksoorten die inmiddels inzichtelijk worden gemaakt, waaronder gebiedsgebonden politie en de opsporing.
Een aantal van u vroeg naar de uitsplitsing per wettelijke taak. Dat is lastiger, omdat heel vaak dezelfde mensen verschillende van de wettelijke taken kunnen uitvoeren, maar dan op een ander deel van de dag. Als je het hebt over handhaving van de openbare orde, hulpverlening of opsporing, zijn dat heel vaak dezelfde agenten die afhankelijk van waar ze op dat moment mee bezig zijn ofwel bezig zijn met handhaving van de openbare orde ofwel met hulpverlening ofwel met opsporing. Het is dus moeilijk om dat uit te splitsen. Wat we wel hebben gedaan — dat is in reactie op de motie-Michon-Derkzen — is een extern onderzoek laten uitzetten om te kijken wat nou nuttig, maar ook haalbaar zou zijn en voor de politie niet te veel administratieve last om nog meer inzicht te geven in die begroting. Zodra we dat onderzoek terug hebben — dat zal ergens begin volgend jaar zijn — zullen we uw Kamer daarover informeren en dan gaan we dat ook meteen verwerken in de begroting van volgend jaar.
Wat ik op korte termijn heel in ieder geval graag wil aanbieden, ter voorbereiding op het WGO Politie dat we hebben later dit jaar, is een technische briefing met ook de financiële kant van de politie, om u volledig door de politiebegroting heen te praten. Dat geeft hun ook inzicht denk ik in het soort vragen dat u daarover heeft en dan kunnen zij ook kijken wat zij daar als antwoord op kunnen geven.
Dan de 114 miljoen. Ik zei het eigenlijk al een beetje in mijn inleiding. Ik heb een klein beetje een teaser gegeven over waar die ongeveer heen zouden gaan, maar pas bij Prinsjesdag zal dat helemaal bekend worden. Ik heb dat overigens gedaan met het LOVP, het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie, dus met de regioburgemeesters, politie en OM. Dit is dus uiteindelijk een gedragen verdeling van de extra investeringen die we hebben. Daarmee zeg ik ook meteen tegen mevrouw Bikker, die vroeg hoe het zit met de kleine gemeenten: we hanteren een verdeelsystematiek, waarbij, zwaarbevochten natuurlijk door de regioburgemeesters, is overeenkomen bij elke nieuwe impuls hoeveel er naar welke regio gaat. Dat is het niveau tot op waar de minister zich ermee bemoeit. Daarna is het aan de regioburgemeesters om in overleg met de politie en de andere burgemeesters te komen tot een verdeling over de gemeentes en de steden. Dus dat is echt aan hen.