Plenair debat · donderdag 24 september 2026
de bevindingen van de Algemene Rekenkamer dat 10.000 aangiften niet door de politie worden onderzocht
Jan Struijs
50PLUS
Dank, voorzitter. Ik wil dit graag bezien door de bril van de slachtoffers en de uitvoerende organisaties, met name de politiemensen. Zij hebben een hoge mate van acceptatie van een pijnlijke realiteit, namelijk het rapport van de Rekenkamer. Dat erkennen ze ook. Ze zien dat dit een heel valide rapport is. Er valt nog wel van alles op af te dingen, maar het legt wel een pijnlijke waarheid bloot, namelijk dat we te weinig doen voor de slachtoffers in Nederland. We hebben een pervers systeem, want we zijn nu al jarenlang bezig met het verdelen van de schaarste bij allerlei calamiteiten.
Ik neem u even mee naar een realiteit die er ook is. Die realiteit heet Noah: 12 jaar, in elkaar geslagen door drie jongemannen. Zijn moeder meldt het bij het politiebureau; dat wordt een melding. Er wordt geadviseerd: komt u vooral aangifte doen. Noah was daar echter nog niet klaar voor. Dat is dus een melding geworden. Ik geef u alvast mee dat 80% van de meldingen een directe relatie heeft met een misdrijf, volgens politiemensen. Laat u zich niet misleiden door het idee dat een melding lager in gradatie is.
Twee. Noah gaat na een week aangifte doen. Hij komt in een systeem. Laat ik u daar ook eens in meenemen: hij krijgt te maken met het selectiviteitscriterium van het Openbaar Ministerie. Daar is dat hele bedrijfsprocessysteem op gebouwd. Dat systeem deugt niet; laat ik dat vooropstellen. Daar kun je niet alles in kwijt. In de aangifte die werd gedaan, zegt Noah: daar is het gebeurd. Hij geeft niet aan of er mensen zijn die iets gezien hebben, maar hij vertelt vanuit zijn belevingswereld wat er gebeurd is.
Wat gebeurt er dan? Vinkje: geen opsporingsindicatie. De wijkagent was er namelijk niet, omdat die een ME-optreden moest doen; als hij er wel was geweest en even de wijk in was gelopen, had hij gezien dat er drie deurbelcamera's hingen en twee getuigen waren. Dat gaat de familie zelf doen, dus na twee weken komt de familie terug en zegt: wij hebben hier de opsporingsindicatie. Ondertussen hadden ze al die brief gekregen waarin staat: er is geen opsporingsindicatie, dus we doen er niets aan. Vervolgens gaan er weer twee weken overheen. Wat gebeurt er? "We nemen de zaak niet in behandeling, want we hebben helaas een capaciteitsgebrek". Staat de zaak van Noah uit Zeeland, van wie de ouders ondertussen zijn verhuisd — want die zien het niet meer zitten — op zichzelf? Nee, kijkt u vooral nog even naar de uitzending van Pointer.
Politiemensen in dit veld zeggen het volgende tegen mij, zeker degenen in de coördinatie, die dagdagelijks al die aangiftes binnenkrijgen, ook van ernstige zedenmisdrijven. "Ja, er gaat ontzettend veel mis. Ik zit op de stoel van God. Ik moet keuzes maken die ik gewoon niet wil maken. Ik lig er wakker van: drie overvallen, twee verkrachtingen en zes woninginbraken." Laten we hier ook even stoppen met het onderscheid naar ernstige misdrijven. Dat is een pleonasme. Elk misdrijf is ernstig. Ja, we mogen onderscheid maken in het systeem, maar elk misdrijf is ernstig, ook voor de ondernemer van wie de helft van de voorraadkast is leeggeroofd. Hij heeft geen opsporingsindicatie, dus wat doet hij? Gelukkig mag hij voor de verzekering een particulier onderzoeksbureau in de arm nemen. Dat komt binnen twee dagen met filmbeelden, de naam van een dader en kentekens. Dat is toch wel heel bijzonder, want de koepel van particuliere onderzoekers zegt tegen mij: we kunnen het werk niet meer aan, omdat elke keer de indicatie "geen opsporingsindicatie" niet klopt. Dat zegt de politie ook, want als we de straat inrijden, kunnen we zo zien waar we ze wel kunnen halen. Dus laten we dit beeld met z'n allen beeldhouwen.
Waarom schets ik dit beeld? Omdat ik heel graag toe wil naar een discussie over het feit dat de hele rechtsstaat onder water staat. We hebben gewoon meer geld en meer mensen nodig om meer veiligheid in het land te garanderen. Het gaat niet goed met dit land als we zo doorgaan. Daar moeten we het over hebben. Dank u wel.