Plenair debat · woensdag 23 september 2026
Wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de verankering van de Maatschappelijke Raad Schiphol (36655) antwoord 1e termijn + rest
Vincent Karremans
minister van Infrastructuur en Waterstaat
De volgende vraag is of ik kan toezeggen dat bij belangrijke adviezen van de MRS ook steeds wordt gekeken naar de gevolgen voor werkgelegenheid, internationale verbindingen, ondernemers en verduurzaming. De MRS brengt het maatschappelijk perspectief in. Dat is aan hen. Uiteindelijk is het aan ons om altijd te appreciëren vanuit het bredere belang, en dat zal ik ook doen in mijn rol als minister van IenW: de bredere belangenafweging. Maar de MRS adviseert vanuit het maatschappelijk perspectief, zoals de sector adviseert vanuit het sectorperspectief. Ik denk dat dat prima is. Uiteindelijk — mevrouw Van der Plas vraagt daar terecht aandacht voor — is het belangrijk dat wij hier in Den Haag de belangen wegen en tot besluitvorming komen, zodat niet één advies van één partij kan leiden tot eenzijdige besluitvorming.
Dan werd gevraagd of ik kan bevestigen dat een advies van de MRS nooit op zichzelf voldoende is om de capaciteit of bereikbaarheid van Schiphol te beperken. Dat is inderdaad het geval: dat kan niet.
Er werd gevraagd of ik kan toezeggen dat bij ieder belangrijk advies van de MRS duidelijk wordt vermeld welke cijfers, metingen en modellen zijn gebruikt, hoe actueel die zijn en welke onzekerheden daarbij horen. Ik deel met mevrouw Van der Plas dat transparantie en navolgbaarheid belangrijk zijn, maar de MRS is als onafhankelijk adviesorgaan zelf verantwoordelijk voor de inhoud en de onderbouwing van zijn adviezen. Dat geldt ook voor andere partijen. Ik kan wel met de MRS in gesprek gaan en aandacht vragen voor het belang van transparantie over het gebruik van modellen en gegevens. Als mevrouw Van der Plas daar prijs op stelt, in lijn met de vraag die zij net heeft gesteld, kan ik daar ook op een gepast moment over terugkoppelen richting de Kamer.
Dan werd gevraagd of ik ervoor kan zorgen dat Schiphol, de luchtverkeersleiding, de luchtvaartmaatschappijen en werknemers feitelijke fouten of onuitvoerbare voorstellen kunnen signaleren voordat een advies definitief wordt. De MRS blijft zelf verantwoordelijk voor de adviezen die hij uitbrengt. Uiteindelijk draagt het ministerie — draag ik — er zorg voor dat bij de appreciatie van de adviezen en bij besluitvorming de best beschikbare informatie wordt betrokken en dat er ruimte is voor feitelijke checks door deskundigen. We nemen dus nooit alles klakkeloos over. Dat geldt nergens voor. We kijken altijd wat we er tegenover zouden moeten zetten en dat doen we ook bij de appreciatie van de onderzoeken.
De heer De Groot vroeg of ik bereid ben de wettelijke verankering aan een gezamenlijke luchtvaarttafel te verbinden. Hij vraagt hoe ik voorkom dat de nieuwe tafel alleen maar boven op de bestaande overlegstructuren wordt geplaatst. Hij vraagt welke overlegstructuren kunnen worden samengevoegd en beëindigd. De heer De Groot, die vanavond wordt vertegenwoordigd door de heer Bikkers, heeft daar een motie over ingediend. De motie is aangenomen. Er wordt verzocht te werken aan een luchtvaarttafel. Ik heb in de voortgangsbrief, die hedenmorgen naar de Kamer is gegaan, gemeld dat we daaraan werken. Bij een eerste verkennend gesprek bleek dat er bij partijen geen draagvlak was voor zo'n tafel, maar ik vind het wel belangrijk dat er goed overleg is tussen de verschillende partijen. Ik kan niemand dwingen om aan tafel te komen. Die macht heb ik niet als minister. Maar ik kan wel het initiatief nemen om te proberen structureel overleg voor elkaar te krijgen. Vanochtend was ik weer bij de MRS. Ik spreek natuurlijk ook weleens de luchtvaartsector. Daar herinnert lid Kostić mij af en toe aan. Ik merk aan beide kanten dat er wel behoefte is aan overleg met elkaar, op een goede manier. Soms staan een bepaalde geschiedenis of bepaalde gevoelens dat in de weg; dat is op zichzelf prima. Maar ik heb niet het idee dat de deuren dicht zijn, dus daar kunnen we aan blijven werken.
De heer De Groot vroeg of ik kan toezeggen dat de evaluatie niet alleen kijkt naar het aantal uitgebrachte adviezen, maar expliciet kijkt naar representativiteit, verkiezingsprocedures, toegankelijkheid en diversiteit van standpunten. En hij vroeg of ik kan toezeggen dat de Kamer de onderliggende gegevens ontvangt en niet alleen de bestuurlijke samenvatting. Daar kan ik positief op antwoorden. Het gaat om een volledige evaluatie en het rapport moet inderdaad openbaar beschikbaar komen.
Het lid Kostić vroeg aan mij of ik kan toezeggen dat ik in overleg met de MRS tot verbeterstappen ga komen, onder andere door te borgen dat de MRS altijd tijdig en in de vroege fase van beleidsvorming wordt betrokken. Dat doen we. Ik neem de MRS persoonlijk in haar rol als adviesorgaan heel serieus, zeker ook bij de totstandkoming van het LVB. Daarom is de MRS in een vroeg stadium bij de ontwikkeling van het ontwerpbesluit van het Luchthavenverkeerbesluit betrokken door middel van een informele consultatie en deelname aan werkgroepen. De inbreng uit het informele participatieproces is betrokken bij de verdere uitwerking van het ontwerp.
Input van de MRS heeft bijvoorbeeld geleid tot een verfijning van de methodiek voor het bepalen van de locaties van de handhavingspunten en de randen van de contour. Bij de monitoring van de Balanced Approach is op advies van de MRS onderscheid gemaakt tussen de effecten van hogere tarieven en tariefdifferentiatie. Mede naar aanleiding van het advies van de MRS wordt advies gevraagd aan de Gezondheidsraad. De MRS is ook betrokken bij de consultatie over die adviesvraag. Dat zijn allemaal voorbeelden waarmee wij opvolging geven aan de adviezen van de MRS.
Dan was er de vraag of ik bereid ben toe te zeggen dat ik meerdere keren per jaar in gesprek zal gaan met de MRS, zoals ik dat ook doe met de luchtvaartsector. Mevrouw Kostić gebruikte een andere term, maar ik gebruik maar even het woord "luchtvaartsector". Ik ga regelmatig in gesprek met de MRS. Ik heb binnen een maand na mijn aantreden als minister een gesprek gevoerd met de MRS. Dat vond ik belangrijk om te doen. Ik vond het belangrijk om naar hen toe te gaan. Ik ben er vanochtend geweest. Ik zei het net al tegen een aantal leden in de Kamer: ik heb vannacht gelogeerd in Zwanenburg, met een raam open, onder de rook van de Zwanenburgbaan. Daar zijn ook goede gesprekken gevoerd. Ik heb dus regelmatig overleg met de MRS.