Plenair debat · woensdag 9 september 2026
Wijziging van de Mededingingswet in verband met aanpassing van de bepalingen over markt en overheid
Jan Schoonis
D66
Voorzitter. Deze wet heet "markt en overheid". Dat klinkt als een gevecht, maar het gaat over iets veel gewoners: eigenlijk of je het even vraagt. Het gaat, heel simpel, over overleg tussen overheid en markt: een gemeente die een sporthal verhuurt, bedrijfsafval ophaalt of een zaal exploiteert. Dat mag en daar is weinig mis mee. Maar verderop in datzelfde dorp zit soms een ondernemer die precies dat al doet of het zou willen doen en die leest iets pas in de lokale krant wanneer het besluit genomen is. Dat is een gemiste kans op ondernemerschap. Dat is niet de uitzondering: dat is de regel. Dat is zonde, want wanneer we als Kamer draaien aan de juiste knoppen, staat die ondernemer misschien zelf wel in zijn lokale krantje.
Voorzitter. Allereerst kort iets over de tijd die dit gekost heeft. Deze wet is van 2012 en was toen uitdrukkelijk tijdelijk bedoeld. Hij zou in 2017 vervallen. Inmiddels is hij vijf keer verlengd, steeds met twee jaar, steeds bij algemene maatregel van bestuur. Het voorstel dat vandaag voorligt, ligt er sinds 2021 en rust op een evaluatie uit 2015. Doen we vandaag niets, dan vervalt deze wet in juli 2027 en houden ondernemers helemaal geen bescherming meer over. Het wordt dus tijd dat we deze wet netjes behandelen. Daarmee geven we ondernemers ook de zekerheid die zij vragen.
Nu waar het daadwerkelijk om draait. Een gemeente kan een activiteit aanwijzen als algemeen belang en hoeft dan de kostprijs niet door te rekenen. Dat is een werkend instrument. Een dorpszwembad kan commercieel zelden uit en dan is het logisch dat de gemeente bijspringt. Daar wil mijn fractie niets aan veranderen. Maar uit evaluatie blijkt dat bij minder dan 10% van die besluiten ondernemers vooraf zijn geraadpleegd. Negen van de tien keer wordt er dus een besluit genomen over iemands markt zonder dat diens spelers iets is gevraagd. Dat is niet zo netjes. Dát is wat het wetsvoorstel repareert, niet of de gemeente de markt op mag, maar wel dat ze eerst kijkt wat er al is. Die verplichte marktconsultatie is precies waar de toenmalige leden Ziengs en Verhoeven, mijn voorganger hier tien jaar geleden, voor pleitten. Ik ben blij dat die nu eindelijk in de wet belandt, niet als drempel, maar als startpunt van een gesprek dat er sowieso had moeten zijn.
Voorzitter. Wij vragen drie dingen. Ten eerste staat alles wat gemeenten in de praktijk gaat raken, niet in deze wet. Wat je precies moet motiveren, waar die vijfjaarlijkse evaluatie uit bestaat: dat komt allemaal in een algemene maatregel van bestuur. Die krijgt deze Kamer niet te zien. Juist daar wordt bepaald of dit werkbaar is of niet. Ik vraag de minister het ontwerpbesluit daarom voor te hangen bij de Kamer.
Het tweede betreft de evaluatietermijn. Ik begrijp de zorg van de gemeenten heel goed. Een verwerkingsinstallatie of een sporthal bouw je niet voor 5 jaar, maar voor 30 jaar. Mijn voorstel is daarom om het naar twee kanten te laten werken. Is er niets wezenlijks veranderd, dan zou een korte toets moeten volstaan, maar is de markt wel veranderd, dan moeten de ondernemers kunnen vragen om een eerdere evaluatie. Dus: lichter waar het kan en scherper waar het moet. Daar zou ik graag een reactie op hebben van de minister, en eventueel een toezegging. Even voor de duidelijkheid voor mijn collega-Kamerleden: wij zijn ook bezig om daarvoor een amendement en een motie te maken. Die ligt voor.
Ten derde: bij deze wet is nooit een mkb-toets uitgevoerd. Dat is opmerkelijk voor een wet die over ondernemers gaat. Ik vraag de minister deze wet binnen vijf jaar te evalueren en die toets alsnog te doen.
Voorzitter, tot slot. Over dit onderwerp wordt vaak gesproken alsof er iets te verdelen valt, alsof elke meter die de overheid neemt, een meter is die de ondernemer verliest. Ik geloof niet in deze valse tegenstelling, want kijk wat er gebeurt als je de ondernemer voor het besluit aan tafel vraagt. Soms blijkt dat iemand het al doet. Dan hoeft de gemeente het helemaal niet zelf te organiseren. Soms blijkt dat niemand het kan of wil. Dan staat het besluit van de gemeente daarna een stuk steviger, ook als het eventueel bij de rechter komt. Soms komt er iets wat niemand vooraf had bedacht: een accommodatie die ze delen, een ondernemer die aanhaakt of een oplossing die beter is dan wat beide partijen apart hadden verzonnen. In alle drie de gevallen is de uitkomst beter dan het besluit dat in stilte tot stand kwam.
Er zit nog een derde partij aan de tafel, en die is de belangrijkste. Dat is de inwoner. Die betaalt namelijk twee keer, als belastingbetaler en als klant. Hij heeft er belang bij dat gemeente en ondernemers elkaar niet zien als concurrenten, maar als twee partijen die hetzelfde dorp draaiende houden. Deze wet heet "markt en overheid". Wat mijn fractie betreft gaat hij over de markt mét overheid, voor de inwoner van Nederland: alles praktisch geregeld.
Dank u wel.