Plenair debat · woensdag 9 september 2026
Wijziging van de Mededingingswet in verband met aanpassing van de bepalingen over markt en overheid
Annabel Nanninga
JA21
Waarvoor dank, voorzitter. We hebben het hier over de verhouding tussen markt en staat, maar als we even inzoomen, hebben we het eigenlijk over ondernemers, over gezinnen, over mensen die een bedrijf opzetten en met al hun creativiteit en energie daar hun brood mee verdienen. Zij zijn ook onze gasten vandaag op de publieke tribune. Het zijn mensen die anderen ook in staat stellen om hun brood te verdienen als werknemer of als leverancier. "De markt" is geen gezichtsloos, homogeen concept. Het is een realiteit, het is het leven van mensen. Los van het aantal klachten over de wetgeving — en het aantal klachten kan ook nog vertekend zijn, zoals eerder in het debat is gezegd — gaat ieder geval van verdringing van een marktpartij door de overheid over een ingrijpende inbreuk op de levens van ondernemers en hun gezinnen. Dat wil ik hier toch wel gezegd hebben.
Voorzitter. Ondernemers vertellen ons dat hele businessmodellen onder druk komen te staan wanneer een gemeente dezelfde dienst aanbiedt met publieke middelen, gunstige voorwaarden en/of tarieven waar een normale ondernemer niet tegenop kan, omdat de gemeente zegt "ja, maar dit is een algemeen belang". Daarom is het goed dat dit wetsvoorstel een periodieke beoordeling verplicht stelt. Een algemeenbelangbesluit moet niet voor onbepaalde tijd blijven doorwerken, zonder dat er opnieuw wordt gekeken naar de marktomstandigheden, naar de gevolgen voor ondernemers en de vraag of de uitzondering nog steeds nodig is. JA21 is dus positief over deze wetswijziging. Overheden moeten beter motiveren, ondernemers vooraf raadplegen en besluiten ten minste eens per vijf jaar opnieuw beoordelen. Dat verhindert overheden niet om het algemeen belang te dienen. Het vraagt wel dat zij beter onderbouwen waarom afwijking van de normale gedragsregels noodzakelijk is.
Voorzitter. Voor JA21 zit de kern straks in de algemene maatregel van bestuur. Wat ons betreft moet daarin in ieder geval worden vastgelegd dat een bestuursorgaan bij een algemeenbelangbesluit motiveert welk algemeen belang er concreet wordt gediend. Daarbij moet worden onderzocht of ondernemers de activiteit al verrichten of redelijkerwijs kunnen verrichten, en als dat zo is, dan moet worden gemotiveerd waarom die ondernemers het algemeen belang niet voldoende of niet onder redelijke voorwaarden kunnen behartigen. Daarnaast moet duidelijk worden waarom toepassing van de normale gedragsregels de behartiging van het algemeen belang wezenlijk belemmert.
Het uitgangspunt blijft dat de overheid zich bij economische activiteiten aan de regels houdt. Afwijken daarvan vraagt om een concrete onderbouwing. Ook moet worden onderzocht of het algemeen belang met een minder concurrentieverstorende maatregel kan worden bereikt. Dat hoeft niet in alle gevallen tot dezelfde uitkomst te leiden. Het dwingt een bestuursorgaan wel om expliciet te bezien of er alternatieven zijn voor het zelf verrichten of betalen van de activiteit of het bevoordelen van een overheidsbedrijf.
Tot slot moet helder zijn dat het enkele feit dat een overheid een activiteit goedkoper, kosteloos of verlieslatend kan aanbieden, op zichzelf niet voldoende grond is voor een algemeenbelangbesluit. Het zegt immers nog niet dat een ondernemer niet ook het algemeen belang zou kunnen dienen. Daarom vragen wij de minister om de AMvB stevig, concreet en ondernemersgericht in te vullen. Op dit punt overwegen wij afhankelijk van haar beantwoording een motie. Ik hoor graag hoe de minister hiernaar kijkt.
Voorzitter, dank u wel en tot zover.