Dank, voorzitter. Ik wil mij graag eerst richten tot de inwoners van de gemeente Moerdijk die vandaag in groten getale op de publieke tribune zitten. Dit debat gaat over meer dan hectares en ruimtelijke scenario's. U bent een gemeenschap, met een geschiedenis. Mensen wonen daar soms al generaties lang. Het gaat om echte mensen met echte verhalen.
Juist daarom wil ik vandaag beginnen in 1969. Eind juni 1969, 57 jaar geleden, kwamen de inwoners van Moerdijk massaal in opstand tegen de aanleg van het industrieterrein. Zij waarschuwden toen al voor verlies van leefbaarheid, voor vervuiling en voor een dorp dat steeds verder zou worden ingesloten door de industrie. Maar de economische belangen werden zwaarder gewogen, ten koste van gewone mensen. Voor Shell werden honderden hectares grond beschikbaar gemaakt tegen een bodemprijs. Er werden grote economische beloftes gedaan: werkgelegenheid, groei en vooruitgang. De inwoners van Moerdijk verloren die strijd. Wat wringt, is dat niet alles uitkwam wat toen werd beloofd. De industrie kwam en de overlast ook, maar een groot deel van de economische verwachtingen bleef uit. Het terrein lag jarenlang grotendeels braak en de leefomgeving veranderde voorgoed. Sindsdien lijkt de geschiedenis zich iedere paar jaar weer te herhalen met een nieuwe uitbreiding en een nieuwe discussie over de toekomst van het dorp. Steeds weer komt de overheid langs met de boodschap dat Moerdijk opnieuw moet bijdragen. Opnieuw wordt gevraagd om vertrouwen te hebben. Opnieuw wordt gezegd dat het noodzakelijk is. Maar opnieuw verandert het verhaal. De vraag die de inwoners inmiddels al meer dan een halve eeuw stellen, is daarom niet alleen: wat gebeurt er vandaag? De vraag is: wanneer houdt dit op?
Voorzitter. In 2023 werden afspraken gemaakt voor Powerport Moerdijk. In 2024 werd met inwoners gesproken over leefbaarheid en toekomstperspectief. Toen kwam november 2025. De inwoners kregen te horen dat hun dorp zou worden opgeheven ten behoeve van industriële uitbreiding. Een maand later werd het besluit wederom uitgesteld door het Rijk. Nog geen halfjaar later was er een compleet ander verhaal. Ineens bleek het dorp misschien toch te kunnen blijven. Eerst was de opgave groot, toen iets kleiner en nu nog kleiner. Wat is het nou?
Uit de stukken begrijp ik dat een deel van de oorspronkelijke ruimtevraag bestond uit ontwikkelingen die nog helemaal niet concreet waren. Mijn vraag is daarom simpel: was deze koerswijziging het gevolg van nieuwe inhoudelijke inzichten of speelt hier iets anders? Heeft de staatssecretaris koudwatervrees gekregen voor de consequenties van het besluit of ontdekte het kabinet dat de rekening simpelweg niet betaald kon worden? Hoe kan een kabinet een dorp vertellen dat het mogelijk moet verdwijnen, terwijl het kabinet nog geen concreet plan had? Is er inmiddels voldoende geld beschikbaar, niet alleen voor de uitbreiding zelf, maar juist voor leefbaarheid, compensatie, voorzieningen en de kwaliteit van de leefomgeving?
Voorzitter. Dit debat gaat niet alleen over Moerdijk. Is dit hoe Nederland ruimtelijke ordening gaat bedrijven? Dat vraag ik de minister. Is dit het voorbeeld? Dan maak ik me wel grote zorgen. Eerst wordt een onvoldoende onderbouwde claim neergelegd zonder financiële dekking. Daarna worden mensen jarenlang in onzekerheid gehouden. Is dit de nieuwe standaard? Welke lessen trekt de minister hieruit? Waarom maakt de minister de keuze om even snel voor het debat nog langs te gaan? Moerdijk zit al jaren in onzekerheid.
Ik ben ook benieuwd hoe het kabinet het vervolgproces gaat vormgeven. Ik hoor steeds dat het dorp mogelijk kan blijven bestaan, maar dat wil niet zeggen dat het dorp ook leefbaar zal zijn. Wat is de ambitie van het kabinet? Is de ambitie simpelweg dat er over twintig jaar een plaatsnaambord staat of is de ambitie dat er over twintig jaar nog sprake is van een leefbare gemeenschap, waarin mensen willen wonen, investeren en kinderen grootbrengen? Als dit minderheidskabinet niet durft te kiezen of te investeren, zal het laatste stukje leefbaarheid verdwijnen. Dan vertrekken de mensen zelf, iets wat nu al gebeurt. Dan heeft niet de industrie het dorp verdreven, maar de onzekerheid van de overheid.
Dank.
Uitspraken Ani Zalinyan, 25 jun