Plenair debat · dinsdag 22 september 2026
Wijziging van de Mededingingswet in verband met aanpassing van de bepalingen over markt en overheid (35985) antwoord 1e termijn + rest
Heleen Herbert
minister van Economische Zaken en Klimaat
Dan ga ik naar de zbo's. Tijdens het debat is veel aandacht gevraagd voor mogelijk marktverstorende activiteiten van zbo's. Ik zal daar in dit blokje op ingaan. Allereerst wil ik een onjuistheid de wereld uit te helpen. De Wet markt en overheid kent namelijk geen specifieke uitzondering voor zbo's. Economische activiteiten van zbo's vallen gewoon onder de wet. Wat niet onder deze wet valt, zijn de wettelijke taken van zbo's. Die zijn, net als de wettelijke taken van andere overheden, uitgezonderd van de Wet markt en overheid, omdat het geen economische activiteiten zijn. Dan gaat het bijvoorbeeld over het uitvoeren van statistisch onderzoek door het CBS, toevallig een zbo waar ik verantwoordelijk voor ben. Dat is een wettelijke taak, die niet verantwoord hoeft te worden onder de Wet markt en overheid.
Tijdens het debat uitte de Kamer veel zorgen over het gebrek aan een goede afbakening van juist die taken: wanneer zijn het nou publieke taken en wanneer zijn het economische activiteiten van zbo's? Die zorgen begrijp ik, want ook ik vind het heel onwenselijk als zbo's taken gaan uitvoeren die de markt prima kan uitvoeren. Nu is het alleen zo dat deze discussie geen plek kan krijgen in dit gesprek over de Wet markt en overheid. De afbakening van de wettelijke taken van zbo's moet namelijk in de zbo-wet worden bekeken die van toepassing is op dat specifieke zbo. De evaluatie van zbo's is bijvoorbeeld een gelegenheid waarbij daar aandacht aan kan worden besteed. Als ik verantwoordelijk ben voor zbo's, bijvoorbeeld het CBS, agendeer ik dat ook zelf. Ik heb al aangegeven dat ik dat ga doen bij de komende evaluatie van het CBS. Daar gaat het over de vraag: is het nodig dat nieuwe activiteiten die zijn ontstaan in de werking van zo'n zbo publiek zijn, of zijn dat economische activiteiten? Die afweging over wat waar thuishoort, kan bij zo'n evaluatie worden besproken.
Dit kwam ook aan bod in de uitvoering van de motie-Graus/Van Meetelen. Ik ben van mening dat deze motie zo goed mogelijk is uitgevoerd. De ACM heeft aangegeven dat er in de afgelopen jaren geen officiële klachten zijn ontvangen van ondernemers over zbo's. Er is wel één handhavingsverzoek ingediend, maar dat is kort na de indiening ook weer ingetrokken. In gesprekken met VNO-NCW en MKB-Nederland heb ik van hen een aantal concrete voorbeelden ontvangen van mogelijk verstorende activiteiten van zbo's. Dat is de aanleiding geweest om gesprekken te voeren met zowel de ACM als de zbo's en de verantwoordelijke ministeries. Zoals ik in mijn eerdere Kamerbrief hierover heb aangegeven, hebben de meeste zbo's hier vanuit zichzelf al aandacht voor en willen ze al voorkomen dat ze marktverstorend werken als ze besluiten nemen over nieuwe activiteiten. Voor Staatsbosheer heb ik aan mijn collega, de staatssecretaris van LVVN, gevraagd om tijdens de komende evaluatie hieraan aandacht te besteden.
Voorzitter. Om dit blokje af te sluiten is het misschien goed om nog in te gaan op één specifiek incident, namelijk dat wat het CBS aangaat. Ik wil benadrukken dat het CBS niet actief inschrijft op aanbestedingen in concurrentie met andere bedrijven. Sterker nog, het is niet toegestaan. Ik heb wel begrepen dat Rijkswaterstaat onlangs, naar aanleiding van een procedurele fout, ten onrechte een melding heeft gedaan op TenderNed van iets wat een wettelijke taak is die het CBS voor Rijkswaterstaat uitvoert. Daarmee werd het eigenlijk ten onrechte op TenderNed gezet, dus op het aanbestedingsplatform, alsof het iets zou zijn wat voor de markt open zou zijn. Wat mij betreft is dat dus een incident.
Voorzitter. Daarmee heb ik de vragen beantwoord die in de eerste termijn vanuit de Kamer werden gesteld.