Plenair debat · donderdag 18 juni 2026
Voorstel van wet van het lid Beckerman tot wijziging van de Woningwet ter bevordering van wooncoöperaties (Wet bevordering wooncoöperaties) (36780) antwoord 1e termijn Kamer + rest
Elanor Boekholt-O'Sullivan
minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Ja. Ik ben bij de vraag van de heer Grinwis over de voorwaarden van de aflossing. Het Fonds Coöperatief Wonen is nog … Ik ben de heer Grinwis even kwijt. O, hij is een moving … Hij beweegt zich door de Kamer heen, zie ik. Over de financieringsvoorwaarden is nog helemaal niks vastgelegd. We zijn die gesprekken nog aan het voeren met andere financiers. Er liggen nu proposities om te kijken hoe we de hefboomwerking van het fonds zo groot mogelijk kunnen maken. Als u interesse heeft in hoe het er straks uit gaat zien, hoor ik dat ongetwijfeld straks van u.
Dan de vraag van de heer Dijk wat ik doe om te voorkomen dat alleen bewoners die flink eigen geld kunnen inleggen, het redden. Dit gaat er wel van uit, net als het Fonds Coöperatief Wonen, dat de bewoners 5% zelf kunnen inleggen. Een eigen bijdrage verbetert de kosteneffectiviteit van de rijksbijdrage aan het fonds. Het is bovendien een transparant criterium, waarmee ook de haalbaarheid van een voorstel wordt getoetst. Het lukt de initiatieven steeds beter om dit ook te financieren. Ik heb begrepen dat er soms zelfs crowdfunding wordt ingezet.
Dan de vraag van de heer De Hoop. Wordt dit niet alleen opgericht voor zelfredzame burgers? En hoe zorgt het kabinet dat iedereen die dit wil, hierbij ook geholpen kan worden? Ik ben het ermee eens dat we er realistisch over moeten zijn dat een wooncoöperatie niet voor iedereen is weggelegd. Als ik dat zeg, bedoel ik niet alleen je financiële volume. Dit gaat er ook over dat je projectontwikkelaar wordt. Het gaat dus over mensen die dit ook gewoon kunnen, die een project aankunnen dat jaren kan duren, die de gesprekken kunnen voeren en die weten waar ze het over hebben. Daarmee maak ik het niet moeilijker dan het is — ik weet ook niet of ik het zelf zou kunnen om projectontwikkelaar van zoiets groots te zijn — maar dat is wel wat je nodig hebt.
Dan de vraag van mevrouw Steen: hoe borgen we dat deze woonvorm niet alleen aantrekkelijk is bij de start, maar ook op langere termijn stabiel en toegankelijk blijft? Langjarige stabiliteit zit in zekere zin ingebakken in de wooncoöperatie, want de betaalbaarheid blijft gegarandeerd doordat bewoners geen vermogen mogen onttrekken aan de coöperatie. Bewoners zijn bovendien verenigd rondom een gezamenlijke visie over hoe ze met elkaar willen samenwonen. Vaak is dat niet iets van heel korte duur. Cooplink heeft een keurmerk ontwikkeld om te waarborgen dat wooncoöperaties de goede voorwaarden opnemen om stabiel en toegankelijk te blijven.
Dan een vraag van de heer Dijk. Het Rijk heeft veel grond in bezit van het Rijksvastgoedbedrijf. Hoeveel coöperatiewoningen gaat de minister de komende jaren op deze grond realiseren? Ik ben met het Rijksvastgoedbedrijf en Cooplink aan het verkennen welke rol het Rijksvastgoedbedrijf kan nemen om te zorgen dat coöperaties ook een kans krijgen in de gebiedsontwikkeling. Omdat het hier gaat om vooralsnog niet-professionele partijen vergt dit wel meer inzet. Het moet haalbaar zijn om deze specifieke programma's te realiseren. Het rijksvastgoed is gebonden, zoals u weet, aan de eisen van marktconformiteit, openbaarheid en transparantie. Maar we zijn ook in overleg met gemeenten om te kijken hoe het past bij hun eigen ruimtelijke beleid.