Plenair debat · donderdag 24 september 2026
de bevindingen van de Algemene Rekenkamer dat 10.000 aangiften niet door de politie worden onderzocht
Songül Mutluer
PRO
Voorzitter. "Heeft de minister van Justitie en Veiligheid de Kamer onjuist geïnformeerd?" Dat is de aanleiding voor dit debat. Dat vind ik ernstig, om meerdere redenen, want als de minister de Kamer onjuist heeft geïnformeerd, dan wordt de basis om met deze minister verder te gaan op z'n best erg dun. Die vraag moet wat mij betreft vandaag dus glashelder beantwoord worden. Ook als de minister de Kamer niet verkeerd zou hebben geïnformeerd, heb ik grote zorgen. Dan wil ik namelijk weten of hij de signalen dat er in de opsporing verkeerde keuzes worden gemaakt, werkelijk serieus neemt en of hij die vooral probeert weg te redenen, weg te masseren, met het argument dat de methode van de Algemene Rekenkamer eenzijdig is en een verkeerd beeld zou geven.
Dat er over de onderzoeksmethode een discussie is tussen de minister en de Algemene Rekenkamer lijkt op het eerste gezicht misschien niet zo ernstig te zijn, maar dat is het wel. Achter die cijfers gaat namelijk zeer, maar dan ook zeer groot menselijk leed schuil. Het gaat niet alleen over statistieken. Het gaat niet over cijfers. Het gaat over de vraag welke zaken de politie en het OM willen oppakken en prioriteren en welke niet. En als de politie en het OM met de schaarse capaciteit die ze hebben niet de juiste keuzes kunnen maken, dan blijven slachtoffers van ernstige zedenzaken en van geweldsmisdrijven met lege handen achter en blijven daders buiten schot.
Heeft de minister de Kamer verkeerd geïnformeerd? Dat is de vraag. Heel kort de droge cijfers. De Rekenkamer zegt: van de ruim 10.000 niet behandelde zaken is ongeveer 10% een melding. De minister zei eerder: dat is ongeveer de helft. Dat kan niet allebei waar zijn. Uit de brief van vandaag blijkt ook dat de politie zelf zo'n 6.200 niet behandelde aangiften terugvindt. Dat ligt in mijn beleving een stuk dichter bij wat de Rekenkamer zegt. Vandaag zie ik dat de minister zegt dat hij die 10% niet betwist, maar ook niet kan verifiëren. Dan is mijn vraag gewoon vrij simpel: waarom zei hij dan tijdens het debat zo stellig dat het bij die 10.000 zaken voor de helft om meldingen ging? Waar baseerde hij dat op? En als dat niet klopt, moet hij dat dan niet gewoon vandaag ruiterlijk erkennen en toegeven dat hij de Kamer "op het verkeerde been heeft gezet", zoals de Algemene Rekenkamer dat zei? En als de minister vindt dat hij de Kamer niet op het verkeerde been heeft gezet, dan blijft er wel nog iets anders over, namelijk de indruk dat hij de bevindingen van de Rekenkamer veel kleiner heeft gemaakt of willen maken dan ze zijn. Daarmee laadde de minister bij mij de verdenking op zich dat dat hem politiek, als crimefighter die de middelvinger naar criminelen uitsteekt, even goed uitkwam — zeg ik met alle respect.
Voorzitter. Door in de brief nu vooral over cijfers en methoden te praten, verdwijnt uit beeld waar het werkelijk om gaat, en dat zijn echt de slachtoffers. Stelt u zich namelijk eens voor dat je slachtoffer bent van een zware mishandeling en je hoort dat je zaak vanwege gebrek aan capaciteit of prioriteit niet verder is behandeld. Of neem een vrouw die seksueel is aangerand, die na veel angst eindelijk de stap naar de politie zet en daar uiteindelijk geen aangifte doet, maar een melding. Alsof zo'n melding ineens weinig betekenis heeft ... Ik wil daarom ook dat de minister stopt met meldingen te gebruiken alsof die het probleem kleiner maken. Want achter een melding kan net zo goed een slachtoffer zitten dat iets ernstigs is overkomen. En het gaat niet alleen om Bolle Jos; het gaat ook om de slachtoffers wier zaak nooit verder komt. In de brief van vanmorgen vind ik de aandacht voor hen onthutsend mager, en lippendienst aan slachtoffers. Ik wil graag dat de minister daarop ingaat.
Tot slot, voorzitter: de verschillende meetmethoden. Ik vind het allemaal prima dat de minister de cijfermatige beelden wil gaan harmoniseren, maar al dat gekissebis over die methoden is niet de fundamentele vraag. De fundamentele vraag is en blijft: is de Kamer verkeerd geïnformeerd en op het verkeerde been gezet, zoals de Algemene Rekenkamer dat heeft aangegeven?