Plenair debat · woensdag 2 september 2026
Wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met het opnemen van de medisch hulpverlener acute zorg en de klinisch fysicus in de lijst van registerberoepen (36832)
Julian Bushoff
PRO
Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de minister en de ondersteuning voor de beantwoording van de vragen. Ik denk dat er op één punt nog wel het een en ander aan werk te doen is, wellicht voor de tweede termijn, maar hopelijk kunnen we dat kort houden. Dat gaat toch over dat punt van die klinisch fysicus-audioloog. Ga je nou in die AMvB, zoals de minister ook in de wet voor ogen had, die vier werkterreinen en welke handelingen wie mag verrichten precies opsplitsen, zoals dat ook in de wet stond? Ga je dat ook precies zo doen in die algemene maatregel van bestuur? Daar voel ik eigenlijk niet zo heel veel voor, mede omdat het Zorginstituut naar mijn weten ook het advies gaf dat je prima aan die hele beroepsgroep de bevoegdheid zou kunnen toekennen om deze handelingen ook met ioniserende straling te verrichten, omdat dan nog steeds dat principe van bekwaam en bevoegd zou gelden.
Dat stond ook in het advies, waar de minister logischerwijs — dat doe ik zelf ook — veel waarde aan hecht. Als dat ook in het advies staat, kan ik me voorstellen dat de minister in de tweede termijn zegt: gegeven dat dat tweede deel van het advies in eerste instantie achterwege is gelaten, maar ik dat nu toch tot me heb genomen, ga ik toch nog eens goed met de beroepsgroep overleggen, gegeven het advies van het Zorginstituut, en kijken of we er dan uit zouden kunnen komen. Ik hoop echt dat de minister dat in de tweede termijn op die manier zou kunnen toezeggen, en niet op voorhand al zo stevig blijft vasthouden aan de inrichting van de AMvB zoals die eigenlijk in de wet stond. Ik doe een klemmend beroep op de minister om er toch iets flexibeler in te gaan staan, omdat dat volgens mij echt kan volgens het advies van het Zorginstituut.
Voorzitter. Dat gezegd hebbende heb ik nog één andere korte opmerking. De minister geeft aan dat de Raad van State een blanco advies had. Daarmee geeft ze aan dat de Raad van State geen problemen met dit wetsvoorstel heeft gezien. Dat klopt. Er stond alleen bij dat de Raad van State natuurlijk verder geen beleidsinhoudelijke opvattingen had over hoe dit precies is vormgegeven. Als dit het argument zou zijn bij de vraag waarom er dan nu kritisch naar gekeken wordt, dan gaat dat niet helemaal op, zou ik de minister willen meegeven.
Dan nog één motie op het allerlaatste punt van mijn eerste inbreng; de minister eindigde daar ook mee. Dat gaat er eigenlijk over dat we ervoor zorgen dat het zo efficiënt mogelijk wordt voor mensen die in het buitenland een diploma hebben gehaald, dat ze zo snel mogelijk hier aan de slag kunnen gaan, maar dit alles natuurlijk wel met borging van de kwaliteit die wij hier in Nederland voor ogen hebben. Die motie luidt als volgt: