Commissiedebat · dinsdag 8 september 2026
Circulaire economie (voortzetting, tweede termijn)
Stientje van Veldhoven-van der Meer
minister van Klimaat en Groene Groei
Mevrouw Müller vroeg naar dat inzamelpercentage van 90%; hebben we tot 2035? Nee, dat hebben we niet. We moeten voor 1 januari 2029 aantonen dat we de 90% hebben gehaald, want als we dat niet halen dan zitten we vast aan dat hele strikte Europese systeem waarbij we ook geen uitzondering kunnen maken voor kleine ondernemers. Dus alleen als we het tot dat hele strikte systeem zouden laten komen, hebben we tot 2035. Maar als we dat willen voorkomen, moeten we dat echt per 1 januari 2029 klaar hebben.
Waar zijn de 44 miljoen verpakkingen op gebaseerd? Dat is gebaseerd op verwachte extra inzameling bij nieuwe innamepunten.
Worden de gebruikelijke toetsen gedaan? Ja, de mkb- en HUF-toets nemen we uiteraard allemaal mee in de regelgeving.
Dan de vraag over het Duitse model. We gaan niet over op het Duitse model, maar ik hoorde mevrouw Müller ook spreken over zuivelverpakkingen bijvoorbeeld. Juist omdat we zuivel nu toevoegen, kan ik me wel voorstellen dat we in de verdere uitwerking nog eens kijken of er een manier is om partijen die echt geen zuivel verkopen — omdat die stroom ook weer een speciale schoonmaakbehoefte heeft — uit te zonderen van de verplichting om dat in te nemen, omdat dat weer ... Nou ja, er zou in de uitvoering van het ophalen en het schoonmaken wellicht nog wat kunnen. Dat onderzoek ik, maar alleen specifiek voor zuivel, omdat daar nou eenmaal die specifieke context bij hoort.
Praktijkpilots om alvast met die uitvoerbaarheid — dat is precies zo'n punt — aan de gang te gaan, lijken mij een uitstekend idee. Dat zal ik bespreken met Verpact en de sector, om te kijken of we alvast wat kunnen gaan leren. We voeren een grootschalige uitrol uit. Dat helpt ons allemaal, denk ik.
Dan de luiers. Dat onderwerp heeft warme belangstelling, heb ik begrepen. Ik heb de Kamer natuurlijk gehoord in de eerste termijn. We gaan dat allemaal goed wegen en dan komen we er nog eens bij u op terug. Wellicht wordt het eind dit jaar, misschien begin volgend jaar, maar we gaan natuurlijk ook kijken of er capaciteit is — de kosten zijn onderzocht — en of er een afzetmarkt is. Op de punten die mevrouw Müller noemt zullen we dan zeker terugkomen. Er gaan wat geruchten over grote kosten, maar de prijsstijging wordt op dit moment geschat op 2%. Dus dat is ongeveer de prijsrange waar het over gaat. Maar nogmaals, ik heb wel gezien dat er in 2025 volgens mij nog een motie met 100 stemmen in de Kamer was aangenomen om hiermee aan de slag te gaan. Aan de andere kant hoor ik ook wat zorgen en heb ik de inbreng van de Kamer goed gehoord. We wegen dat allemaal en we komen hier nog bij u op terug.
Dan de vragen over statiegeld en de handhaving. Ik vind het echt heel belangrijk om voor dit onderwerp iets meer tijd te nemen, want dit speelde onder de staatssecretaris van IenW, toen verantwoordelijk voor het statiegeld, zoals al werd aangehaald. Daar speelden eigenlijk twee dingen tegelijkertijd. Het is wel belangrijk dat we die net met elkaar vermengen.
Verpact haalt al jaren de inzameldoelstelling van 90% niet. Daarom hebben we nu ook dat gesprek over de uitbreiding van statiegeld. Daarom startte de ILT een handhavingstraject en legde zij in 2024 en 2025 lasten onder dwangsom op aan Verpact. Hiernaast liep een ander traject, dat van de totaalaanpak statiegeld, waarmee het de bedoeling was om het percentage van 90% te gaan halen. Dit moest dan de uitvoering van het bestaande statiegeldsysteem verbeteren. Hiervoor werd ook naar Verpact gekeken. Die twee trajecten hadden inhoudelijk natuurlijk op twee punten overlap met elkaar, namelijk het geven van een financiële prikkel en het aantal innamepunten.
Daarom is de ILT door het ministerie expliciet verzocht, vanuit haar eigen rol, om de totaalaanpak, die dus bedoeld was ter verbetering van het behalen van die 90%, op onderdelen te beoordelen. De ILT is toen akkoord gegaan met het voorgestelde alternatief voor een financiële prikkel en de Kamer is ook over al deze zaken geïnformeerd. Dus de suggestie dat de ILT ondermijnd is, herken ik dan ook niet. Met het lid Kostić zeg ik, en dat zei ik ook al vroeger toen ik zelf op IenW zat: ik gun echt elke minister een sterke onafhankelijke toezichthouder. Dat is ongelofelijk belangrijk, juist omdat we soms het politieke debat hebben; als we eenmaal een afspraak hebben gemaakt, dan moet daar onafhankelijk toezicht op worden gehouden. Dat mag geen onderdeel zijn van een politieke weging — en ik heb er ook alle vertrouwen in dat de ILT die rol speelt.
Voorzitter. Daarmee ben ik bijna aan het einde van de beantwoording. Er was nog een vraag gesteld over het Bouwbesluit van het lid Zalinyan, mede namens mevrouw Zwinkels van het CDA. De bouw is hartstikke belangrijk; dat is echt een van de prioritaire sectoren waar we veel kunnen bereiken als het gaat over een schaalsprong voor circulair. Ik kom er samen met de minister van VRO bij uw Kamer op terug hoe wij met die bouw aan de gang willen gaan.
Ik kijk even of ik nog iets anders heb gemist. Dat is niet het geval. Ik hoop dat ik daarmee de vragen van de leden heb beantwoord. De staatssecretaris van Financiën zal nog de vraag over de afvalsector beantwoorden.