Wetgevingsoverleg · maandag 28 september 2026
Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1712 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan (Implementatiewet herziene Europese richtlijn mensenhandel) (36835)
Mirjam Bikker
ChristenUnie
Voorzitter, dank u wel. Te veel slachtoffers van mensenhandel zijn onzichtbaar: vrouwen en jonge meisjes, waarvandaan ook. Ik weet nog goed hoe onthutst ik was toen ik ontdekte dat het in mijn eigen Utrecht, waar ik destijds woonde, volop voorkwam dat ook jonge meiden in de prostitutie belandden. Hoe kwamen ze daar? Door pooiers die ze uitbuitten, maar ook door klanten die in hun leaseauto's langsreden en betaalden voor seks met deze jonge meiden. Het kan niet waar zijn dat we dat toestaan in ons land, of het nou wel of niet gereguleerd is. Officieel was dit namelijk gereguleerd. Het is gewoon mis als een volwassen vent van een jaar of 40 of ouder denkt dat hij bij een jonge vrouw tegen betaling alles maar kan maken, al helemaal als er sprake is van mensenhandel en je toch wel signalen moet hebben dat het mis is.
Voorzitter. Ik vind het walgelijk dat daders, klanten, straffeloos zijn in dat opzicht. Daarom zijn we vandaag bijeen, omwille van een belangrijke herziening van een richtlijn die in de kern een uiterst kwetsbare doelgroep beter beschermt en strenger toeziet op iets wat we een "markt" noemen, maar waarbij criminaliteit en uitbuiting aan de orde van de dag zijn. Het reactieve en voornamelijk strafrechtelijke instrument uit 2011 wordt met deze herziene richtlijn aangevuld tot een breder instrument dat zich ook richt op de vraagkant van de "markt" — u merkt: ik blijf het een beetje onder protest zo noemen — maar daarbij blijft er ook oog voor de slachtoffers. De ChristenUnie vindt het daarom heel goed dat deze voorstellen beter definiëren wat seksuele uitbuiting is, dat het begrip verbreed wordt, dus dat er ook naar draagmoederschap, gedwongen huwelijken en illegale adoptie wordt gekeken, en dat er verder wordt uitgebreid naar andere soorten van uitbuiting. In een circuit waarop zo weinig toezicht is, is dat van groot belang.
Voorzitter. Toch heb ik echt nog een aantal zorgen die wat mij betreft nog te veel over het hoofd zijn gezien. Het is namelijk ontzettend belangrijk dat "de klanten", dus de kerels die misbruik maken, veel meer aandacht krijgen in deze wijzigingen. De ChristenUnie vindt het daarom wijs dat zowel opzet als schuld strafbaar worden gesteld en dat de minister in dit voorstel iets verder gaat dan de Europese richtlijn minimaal eist. Te vaak wordt in de context van prostitutie en mensenhandel de gebruiker van deze diensten buiten schot gelaten. Uiteindelijk valt of staat een product bij de vraag; dat is toch een economische wetmatigheid. Ik denk dat we, door keihard op te treden en de verantwoordelijkheid bij de gebruiker te leggen, net als bij heling, toch heel veel kunnen doen aan de misstanden.
Tegelijk lost strafbaarstelling niet alles op als je niet handhaaft. Het CKM kaart in zijn brief aan de Kamer aan hoe uiterst gering de strafrechtelijke vervolging op dit moment is. Wanneer er dan toch een straf wordt opgelegd, zijn de straffen over het algemeen uiterst mild. Meestal zijn het taakstraffen. Hoe mild moet het worden? Zouden klanten zich niet veel meer moeten realiseren dat de plek waarnaar zij zich begeven overladen is met menselijke uitbuiting, dat heel veel vrouwen daar getraumatiseerd en gekwetst rondlopen en dat dan voorzichtigheid past, zoals de Raad van State ook terecht stelt? Ze zijn immers niet bezig met het uitzoeken van een kamerplant bij de Praxis. Zonder scherpe handhaving blijft deze uitbreiding een papieren verscherping van de klantenaanpak. Daarom is mijn vraag aan de minister hoe hij erop toeziet dat de vraag naar mensenhandel niet alleen ontmoedigd wordt, maar ook daadwerkelijk afneemt. Heeft hij gedachten over hoe dit in te richten?
Is de minister het met mij eens dat wij toch ook eens moeten kijken naar de waardigheid van de vrouwen die het betreft en daarom de leeftijd van de klant moeten betrekken bij de aanpak? Dat wisselde ik net ook al met collega Faber.
Voorzitter. Keer op keer blijkt dat de coördinatie van de aanpak van mensenhandel verstek laat gaan. Slachtoffers van mensenhandel hebben bescherming, opvang, zorg en ondersteuning nodig. Dat vergt een keten waarin goed op elkaar wordt ingespeeld en die sterk is gericht op het registreren van signalen en gegevens. Als uit de ingestuurde brieven van Comensha, het SOM, het CKM en de Nationaal Rapporteur één zaak duidelijk wordt, dan is het wel de eensgezindheid over de behoefte aan de wettelijke verankering van de rol die Comensha moet hebben als nationaal verwijsmechanisme. Om zijn rol te kunnen vervullen, moet er een overzichtelijk contact zijn met de hele keten, van gemeente, politie, scholen, zorg en eigenlijk iedereen die daarbij betrokken is, en moet er toegang zijn tot gegevens over de slachtoffers. Dit systeem hapert echter al jaren, omdat er onduidelijkheid is, maar bovenal omdat een wettelijke grondslag ontbreekt. Ik kan me geen rapport herinneren waarin dit niet staat. Kan de minister aangeven op welke manier hij zorg wil dragen voor een wettelijke verankering?
Dan het non-punishmentbeginsel. Het is cruciaal om in de context van deze richtlijn stil te staan bij de nazorg voor slachtoffers. Als je aan de handen van mensenhandelaars bent ontglipt, bent opgevangen en niet meer in dat duistere circuit zit, wil je niets liever dan een frisse start, een schone lei. De dingen die jou zijn overkomen, zijn immers al op zichzelf een hele zware last voor de rest van je leven. Slachtoffers worden echter nog te vaak en telkens opnieuw ook door justitie herinnerd aan het duistere hoofdstuk in hun leven. Te vaak wordt door politie of OM niet gezien dat criminele handelingen hebben plaatsgevonden in de context van uitbuiting, waardoor slachtoffers als daders worden behandeld. Slachtoffers hopen op steun en rechtvaardigheid, maar worden weggezet als de boeven door wie zij uitgebuit worden. Daarom is de ChristenUnie blij dat het non-punishmentbeginsel via het wetsvoorstel Modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel, dat nu ter behandeling bij de Eerste Kamer ligt, zo wordt ingevoerd. Dit beginsel gaat ervan uit dat een slachtoffer niet gestraft mag worden voor de criminele handelingen die het heeft verricht in de context van de uitbuiting. Ik wil met ere collega Verkuijlen noemen, die zich daar ook sterk voor heeft gemaakt. Mijn vraag is nu wel hoe de minister denkt het non-punishmentbeginsel in de praktijk toe te passen. Kan de minister in kaart brengen wat er op coördinerend vlak in de keten nodig is om te waarborgen dat een slachtoffer niet keer op keer voor de schone lei hoeft te vechten? Dat gaat namelijk ook de aangiftebereidheid van slachtoffers helpen.
Voorzitter. Deze richtlijn biedt ons niet alleen de kans om strenger te zijn voor degene die van iemand misbruik maakt, maar ook om eerlijker te zijn voor degene die is misbruikt. Laten we die kans grijpen door een scherpere handhaving aan de vraagkant. Ik vind dat er op dat gebied ook online veel meer moet gebeuren. Ik weet toevallig dat collega Boomsma daarover meer zal zeggen, en daar sluit ik mij nu al van harte bij aan. Het is belangrijk dat de keten rond Comensha wordt verbeterd en verstevigd en een wettelijke basis krijgt en dat een slachtoffer werkelijk een schone lei krijgt, zodat iedereen die nu in moderne slavernij verkeert, weet: wij gaan die banden verbreken en jij verdient een recht op een nieuwe toekomst.
Dank u wel.