Wetgevingsoverleg · maandag 28 september 2026
Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1712 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan (Implementatiewet herziene Europese richtlijn mensenhandel) (36835)
Dank u wel, voorzitter. Mensenhandel gebeurt dichter bij huis dan we soms denken: een meisje dat online wordt geronseld, een arbeidsimmigrant die zijn baan en zijn woning dreigt te verliezen als hij zijn mond opendoet, een vrouw die binnen haar huwelijk wordt uitgebuit en steeds minder over haar eigen leven te zeggen heeft. Lang niet altijd herkennen we dit op tijd. De manier waarop mensen worden geronseld en uitgebuit, verandert voortdurend. Het criminele circuit leert snel, dus moeten wij dat ook doen. Daarom is het goed dat we vandaag spreken over de implementatie van de Europese richtlijn tegen mensenhandel. Maar met alleen een wetswijziging zijn we er niet. We moeten mensen eerder in beeld krijgen, zorgen dat zij de juiste hulp krijgen en voorkomen dat ze ergens onderweg uit beeld verdwijnen.
Voorzitter. Mensenhandel verplaatst zich steeds meer online. Ronselen via social media kan heel klein beginnen: een berichtje op Snapchat, een compliment onder een Instagramfoto of de belofte van snel geld. Voor je het weet kunnen jongeren terechtkomen in seksuele of criminele uitbuiting. Uit onderzoek van de Nationaal Rapporteur blijkt dat bij binnenlandse seksuele uitbuiting van minderjarigen in bijna acht op de tien gevallen het eerste contact online werd gelegd. Een meisje denkt dat iemand echt in haar geïnteresseerd is. Jongeren worden steeds verder een crimineel netwerk in getrokken. Dat gebeurt gewoon op de telefoon die ze iedere dag in hun hand hebben. We moeten dus eerder herkennen wanneer het misgaat. Als we pas in actie komen wanneer jongeren al diep in het netwerk zijn, zijn we te laat.
Voorzitter. Ik heb een aantal vragen hierover aan de minister. Waar schiet onze huidige aanpak van online ronseling voor mensenhandel nog tekort? Heeft de politie voldoende capaciteit, expertise en instrumenten om online signalen vroegtijdig te herkennen en om in te grijpen? Welke concrete verbeteringen gaat de minister doorvoeren? Kan de minister concreet maken welke interventies aantoonbaar effectief zijn om te voorkomen dat jongeren slachtoffer of dader van mensenhandel worden? Als die kennis er onvoldoende is, hoe zorgt hij er dan voor dat we sneller weten wat werkt en dat effectieve interventies vervolgens landelijk worden opgeschaald?
Voorzitter. Passende opvang, bescherming en zorg voor slachtoffers zijn cruciaal. Comensha speelt hierbij een belangrijke rol; dat hebben een aantal collega's van mij al aangegeven. Maar in de praktijk loopt het nog te vaak vast op iets heel basaals: welke informatie mag je met elkaar delen? Politie, gemeentes, zorgorganisaties en andere organisaties weten niet altijd welke gegevens ze wel of niet met Comensha mogen delen en op welke grondslag. Daardoor kan een signaal worden gemist of kan iemand niet worden doorverwezen of niet de juiste hulp krijgen. Als meldingen niet goed bij elkaar komen, wordt ook de landelijke registratie minder betrouwbaar. Dan weten we dus ook minder goed hoeveel slachtoffers er daadwerkelijk zijn. De Nationaal Rapporteur waarschuwt daarnaast dat het nationaal verwijzingsmechanisme nog onvoldoende is uitgewerkt. Dat raakt juist de mensen die zelf niet naar de politie stappen of daar nog helemaal niet in beeld zijn. Een systeem voor slachtofferbescherming kan niet beginnen bij de vraag of een slachtoffer zelf de weg naar de politie weet te vinden. Nederland is hier eerder door zowel de OVSE als de mensenhandeldeskundige van de Raad van Europa op aangesproken. Dan moeten we het nu ook echt goed gaan regelen. Het moet duidelijk zijn wie vanaf het eerste signaal waarvoor verantwoordelijk is, hoe iemand wordt doorverwezen en welke gegevens daarvoor mogen worden gedeeld. Ook moet Comensha een duidelijke wettelijke basis hebben voor de taken die het binnen het systeem uitvoert.
Voorzitter. Daarom vraag ik de minister of hij erkent dat de onduidelijkheid over gegevensdeling ertoe leidt dat slachtoffers buiten beeld blijven en onze landelijke registratie onvolledig is. Is hij bereid een specifieke wettelijke grondslag voor gegevensdeling en -verwerking met Comensha te regelen? Wanneer is het nationaal verwijzingsmechanisme volgens de minister daadwerkelijk op orde, met duidelijke taken en verantwoordelijkheden en een route naar hulp voor slachtoffers die niet bij de politie in beeld zijn? Hoe verhoudt de korting op de basissubsidie van Comensha zich tot de extra taken die het krijgt?
Voorzitter. De bescherming van een slachtoffer mag niet ineens wegvallen omdat een zaak later juridisch anders wordt beoordeeld. Als iemand eerst als mogelijk slachtoffer van mensenhandel wordt gezien, maar de zaak later wordt aangemerkt als ernstige benadeling, kan de behoefte aan opvang en bescherming nog precies hetzelfde zijn. We hebben het hier dan vooral over arbeidsmigranten. Ook het Strategisch Overleg Mensenhandel waarschuwt voor dit risico. Kan de minister garanderen dat iemand in zo'n situatie niet ineens zijn bescherming verliest?
Voorzitter. Mensenhandel stopt niet bij de grens, maar juist daar kunnen slachtoffers wel uit beeld raken. Recent onderzoek van het Centrum Kinderhandel en Mensenhandel laat zien dat Nederlandse jongeren, vooral meisjes, in België en Duitsland seksueel worden uitgebuit. Professionals kwamen in twee jaar tijd naar schatting minstens 125 slachtoffers tegen. Het jongste meisje was 14 jaar. In de formele registraties waren slechts negen jongeren terug te vinden. 125 tegenover 9. Dit verschil laat zien hoeveel jongeren we mogelijk niet in beeld hebben. De bescherming van een meisje mag natuurlijk niet ophouden zodra zij de grens overgaat. Een Europese richtlijn moet juist helpen om die grenzen tussen onze systemen te overbruggen. Hoe verklaart de minister het verschil tussen die 125 slachtoffers en de 9 jongeren in de formele registratie? Welke concrete afspraken zijn er nu met België en Duitsland over signalering, gegevensdeling en doorverwijzing? Waar zitten er nog gaten en wat gaat de minister doen om die te dichten?
Voorzitter. Een slachtoffer van mensenhandel kan zelf ook strafbare feiten plegen, niet uit vrije wil, maar omdat hij of zij ertoe gedwongen wordt. Een jongere kan worden gedwongen om drugs te vervoeren of fraude te plegen. Een meisje dat zelf wordt uitgebuit, kan onder dwang worden ingezet om andere meisjes en vrouwen te ronselen. Ook dan hebben we nog steeds te maken met iemand die slachtoffer is van mensenhandel. Daar is het non-punishmentbeginsel voor, dat al een aantal keren is genoemd. Wie als gevolg van mensenhandel wordt gedwongen om iets strafbaars of onrechtmatigs te doen, moet vervolgens niet zelf worden bestraft zonder dat er naar die dwang wordt gekeken. Ook de Nationaal Rapporteur vraagt hier aandacht voor. Het kabinet verwijst voor de bestuurlijke boetes naar artikel 5:41 van de Algemene wet bestuursrecht, maar volgens de rapporteur is er in de praktijk nog onduidelijkheid over de toepassing en is de kennis hierover niet overal voldoende. De vraag is bovendien of deze bescherming niet breder moet worden bekeken dan alleen bestuurlijke boetes. Kan de minister bevestigen dat het non-punishmentbeginsel ook kan gelden wanneer een slachtoffer onder dwang andere slachtoffers ronselt? Hoe zorgt hij ervoor dat politie, OM en bestuurlijke instanties dit beginsel kennen en slachtofferschap op tijd herkennen? Hoe kijkt de minister naar het punt van de Nationaal Rapporteur dat non-punishment mogelijk breder moet worden toegepast dan alleen bij bestuurlijke boetes?
Voorzitter. Mijn collega's hebben het hier al genoemd: het breder trekken van deze richtlijn bij huwelijken. Zoals mijn collega Verkuijlen ook al zei, zullen wij beiden een amendement indienen met betrekking tot gedwongen huwelijken. Iemand kan namelijk vrijwillig trouwen of in een relatie zitten en later binnen het huwelijk of de relatie worden uitgebuit. Voor een slachtoffer moet niet bepalend zijn hoe het huwelijk ooit is begonnen, maar wat hem of haar binnen het huwelijk of de relatie wordt aangedaan. Ik kijk ook uit naar het amendement van de heer Bosma, dat een verdere uitbreiding is. O, ik bedoel de heer Boomsma. Excuses. Ik ben vandaag een beetje met de woorden …
Een ander punt is de wetsevaluatie. Hoe gaat de minister de uitvoering en de effecten van deze wet monitoren en evalueren? Hoe zorgen we ervoor dat deze wet daadwerkelijk effectief is? Ik mis een specifieke wetsevaluatie in deze wet. Graag hoor ik van de minister hoe hij hiernaar kijkt.
Voorzitter. Als er één ding uit dit debat duidelijk wordt, is het dat mensenhandel zich voortdurend aanpast. Onze aanpak moet dus net zo wendbaar zijn als de criminaliteit die we proberen aan te pakken. Deze implementatie geldt niet alleen voor het aanpassen van wet- en regelgeving. We maken de strafbaarstelling breder en explicieter, zodat verschillende vormen van uitbuiting beter kunnen worden aangepakt. Maar een wet werkt pas echt als we slachtoffers eerder weten te vinden, als we daders kunnen aanpakken en als mensen die worden uitgebuit, uit die situatie kunnen komen.