Plenair debat · woensdag 15 april 2026
Wijziging van de Embryowet naar aanleiding van de derde wetsevaluatie (36677)
Alexander Kops
PVV
Ik had het dus over de embryomodellen waarvan niet te onderzoeken is of ze kunnen uitgroeien tot mensen. Mijn vraag aan de minister was: het is niet te onderzoeken — zo staat het er — maar zou het wel mogelijk kunnen zijn? Als die vraag te beantwoorden is met "ja", "waarschijnlijk" of "mogelijk", vallen die embryomodellen dan, althans in theorie, niet al onder de huidige definitie met de zinsnede "het vermogen uit te groeien tot mensen"? Of zouden ze daaronder moeten vallen?
Twee. Onderschrijft dat dan niet juist dat het onderscheid tussen een klassiek embryo en een embryomodel hiermee vervaagt? Drie. Bevestigt dat dan niet het belang van de bescherming van ook die embryomodellen, net als klassieke embryo's? Graag een reactie. De PVV vindt van wel.
Voorzitter. Toen we hier eind vorig jaar spraken over het opheffen van het kweekverbod — zo noem ik het maar — van klassieke embryo's, was een van de argumenten dat Nederland nu afhankelijk is van onderzoek in het buitenland, dat dat onderzoek daar in een commerciële setting plaatsvindt en dat "nieuwe methoden en technieken daar snel geïntroduceerd worden in de klinische praktijk zonder gedegen evaluatie en soms met schadelijke gevolgen". En kort gezegd, om het even plat te slaan, was de conclusie dat dat onderzoek dus ook hier in Nederland mogelijk moet worden gemaakt. Daar kwam het toen op neer.
Maar hoe zit het dan met onderzoek in het buitenland met embryomodellen en specifiek met het tot stand brengen daarvan? Oftewel, zoals ook toen in het debat door de PVV werd aangedragen: waarom moet ook dit onderzoek dan per se hier in Nederland gedaan worden? Wat is de exacte noodzaak daarvan? En hoe verhoudt deze wetswijziging zich eigenlijk tot het opheffen van dat kweekverbod van klassieke embryo's? Dat is een wijziging die feitelijk verder gaat dan de hier nu voorliggende wetswijziging en, zoals gezegd, al door de Tweede Kamer is aangenomen.
Nota bene staat in de memorie van toelichting bij de voorliggende wet: "(…) heeft de regering ervoor gekozen uitsluitend een uitzondering te maken op dit verbod, het kweekverbod, voor embryomodellen die een intact klassiek embryo nabootsen, omdat dit de maatschappelijk-ethische reflectie volgt dat onderzoek met dit type embryomodellen minder gevoelig wordt geacht dan onderzoek met klassiek tot stand gebrachte embryo's." Oftewel, de regering kiest hier dus bewust voor een minder vergaande wet, terwijl een verdergaande wet hier al is gepasseerd. Dat is toch raar? Als dat voorstel ook door de Eerste Kamer wordt aangenomen, wordt er iets werkelijkheid wat de regering zelf te ver vond gaan. Wat vindt de minister daarvan?
Voorzitter. Ook relevant is de vraag hoe de CCMO hier uiteindelijk mee omgaat. Of onderzoek überhaupt kan en mag plaatsvinden, wordt namelijk getoetst door die Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek. We hebben toetsingscriteria en dat zijn de volgende. Er is sprake van deugdelijk onderzoek dat zal leiden tot nieuwe inzichten op het terrein van de medische wetenschap. Er zijn geen redelijke alternatieven voor het onderzoek met de betreffende embryo's; dat is de subsidiariteitseis. Ten eerste. Welke nieuwe inzichten verwacht de minister hier dan, anders dan of aanvullend op bijvoorbeeld onderzoek in het buitenland? Ten tweede. Hoe wordt er dan concreet invulling gegeven aan redelijke alternatieven? Wat zijn die alternatieven in het scenario dat beide wetten definitief worden aangenomen, maar ook in het scenario dat alleen de ene wet of alleen de andere wet wordt aangenomen? Hoe gaat dat dan in de praktijk? Bovendien, waarom is toetsing eigenlijk noodzakelijk? Dan citeer ik uit de memorie van toelichting. "Er dient een zorgvuldige afweging plaats te vinden of het belang van de wetenschappelijke vooruitgang voldoende opweegt tegen het belang van de beschermwaardigheid van beginnend menselijk leven." Ja, zeker. Maar ja, hoe vindt die afweging dan in de praktijk plaats als de wetgever met deze wet al een intrinsieke keuze heeft gemaakt, namelijk de keuze voor onderzoek dat feitelijk ten nadele is van de bescherming van het ongeboren menselijk leven? Graag ook een reactie op dat punt.
Ik dank u wel, voorzitter.