Naar de inhoud
Uitspraken Diederik van Dijk, 15 apr
Plenair debat · woensdag 15 april 2026

Wijziging van de Embryowet naar aanleiding van de derde wetsevaluatie (36677)

Dank u wel, voorzitter. Ik merkte bij de eerste spreker, mevrouw Bikker, dat ik niet de enige was die geïntrigeerd was door de maanreis. We hebben het de afgelopen dagen ongetwijfeld allemaal gevolgd: de reis naar de maan. Dit hebben we echt niet afgestemd; we hebben toch veel meer met elkaar gemeen dan we weleens denken. De reis naar de maan en weer terug en de beelden van de ruige maan maar ook van de nietige aarde tegen de achtergrond van een immens heelal waren ronduit adembenemend. Het trof mij dat een van de astronauten, Victor Glover, zei: we hebben het er vaak over hoe bijzonder deze reis is, maar vergeet tegelijkertijd niet dat we op een plek mogen wonen die speciaal voor ons geschapen is. Een prachtige reactie! Ik moest denken aan de woorden van Psalm 8. De hemel, de maan en de sterren worden daarin beschreven als het werk van de vingers van God. En vervolgens vraagt de mens zich af: wat is de mens dat u naar hem omziet? Wat is de mens? Hoe bijzonder is het dat in zo'n groot heelal menselijk leven bestaat, leven door God geschapen? Hoe bijzonder is het dat God de Schepper ieder van ons heeft gemaakt? Net zoals hij zon, maan en sterren maakte, maakte hij ook mensen. Hij heeft ons vanaf het prilste begin gewild en gekend. Dat besef maakt klein en nederig. Ik hoorde mijn collega van het CDA een Franse filosoof aanhalen, Sartre, die ik in het verleden ook met heel veel belangstelling gelezen heb. Maar ik heb toch nog iets meer met Pascal, de zeventiende-eeuwse wiskundige en filosoof Blaise Pascal, die ook schreef over de oneindige ruimte waar de mens door de uitvinding van de lens in terecht was gekomen. Door de telescoop zag hij de oneindige ruimte rondom onze planeet. Door de microscoop werd de oneindige wereld van cellen ín ons mensen zichtbaar. Beide vervulden Pascal met huiver en ontzag. Die mengeling van verwondering, nederigheid en huiver lijkt mij ook passend bij dit debat. Opnieuw een wijziging van de Embryowet, dit keer naar aanleiding van de derde wetsevaluatie. Het gaat om — ik citeer de Raad van State — "een ingrijpende aanpassing van deze wet". De definitie van "embryo" wordt gewijzigd, waardoor de wet in feite wordt verruimd. Dit wetsvoorstel staat niet op zichzelf. Eind vorig jaar is een fundamentele wissel omgezet: de Tweede Kamer stemde in met embryokweek voor wetenschappelijk onderzoek. Je kweekt heel pril leven om het daarna weer te vernietigen. Heel verdrietig om zo te handelen met menselijk leven. Hoewel de fundamentele wissels eind vorig jaar in feite al zijn omgezet, wil ik ook vandaag een duidelijke markering maken. Ook dit wetsvoorstel raakt namelijk de beschermwaardigheid van het menselijk leven en opent deuren naar verdergaande vertechnisering van de voortplanting. Het is om die reden dat er afgelopen zondag in veel kerken een voorbede is gedaan. Er is gebeden om wijsheid en voorzichtigheid voor alle Kamerleden en kabinetsleden. Er ligt een grote verantwoordelijkheid op onze schouders, ook naar de toekomst. Dit lijkt namelijk niet de laatste wijziging van de Embryowet. Zo ligt er een advies om de veertiendagengrens voor de embryokweek op te rekken. En er ligt een tweede initiatiefwet over embryo's klaar, vanuit D66 en de VVD, die erop gericht is om embryo's die erfelijke ziekten met zich kunnen meedragen al in een zo vroeg mogelijk stadium te vernietigen. De SGP wil er geen misverstand over laten bestaan; de medisch-ethische onderwerpen zijn voor ons cruciaal in de beoordeling en benadering van dit kabinet. Voorzitter. Het feit dat de Kamer het initiatiefvoorstel om embryokweek toe te staan heeft aanvaard, betekent dat een aantal aspecten die de regering bewust had uitgezonderd van haar voorstel inmiddels al werkelijkheid zijn geworden. Concreet gaat het dan om embryokweek voor onderzoek met klassieke embryo's, om embryokweek ten behoeve van therapeutisch kloneren, en om embryokweek voor onderzoek met ivg-geslachtscellen. De Kamer in de huidige samenstelling heeft besloten om die grens over te gaan. Dat is de wat mij betreft de pijnlijke realiteit waartoe we ons nu moeten verhouden. Dit brengt me echter wel op de volgende vraag waar de minister zich naar onze overtuiging indringend rekenschap van zal moeten geven. In het wetsvoorstel wordt namelijk voortdurend gezegd dat de regering een balans heeft gezocht tussen de bescherming van menselijk leven enerzijds en het belang van medisch-wetenschappelijk onderzoek anderzijds. De regering koos daarom — zo wordt in de toelichting keer op keer gesteld — bewust niet voor het volledig opheffen van het kweekverbod, maar wel voor het toestaan van de kweek van intacte embryoachtige structuren, ELS. De regering zag dit als een aanvaardbaar alternatief voor embryokweek. Nu de initiatiefwet is aanvaard, kan ik echter niet anders dan concluderen dat de balans die de regering nadrukkelijk heeft gezocht doorbroken is. Erkent de minister dat zelf ook? En zo ja, welke consequenties heeft dit volgens haar voor het voorstel dat wij vandaag bespreken? Is zij het ermee eens dat dit, als je redeneert vanuit de door de regering gezochte balans, op zijn minst zou moeten leiden tot een aanscherping van de Embryowet ten gunste van de bescherming van pril menselijk leven? Om daar vast een voorschot op te nemen: de amendementen die de SGP heeft ingediend, waarvan een aantal samen met de ChristenUnie, zijn daarop gericht. Voorzitter. Het is de SGP opgevallen dat de regering zich in de toelichting op het wetsvoorstel en in de nota naar aanleiding van het verslag beperkt tot een juridisch-technische uitleg en onderbouwing. Het ontbreekt aan een grondige ethische afweging van belangen, waarden en rechten. Ook de Raad van State legt hier in het advies nadrukkelijk de vinger bij. De regering zegt bijvoorbeeld wel dat zij de beschermwaardigheid van beginnend menselijk leven heeft afgewogen tegen het belang van wetenschappelijk onderzoek, maar het wordt nauwelijks duidelijk hoe die afweging heeft plaatsgevonden. De regering presenteert eigenlijk alleen het resultaat van de belangenafweging, namelijk het wetsvoorstel zelf. Sterker nog, in de kabinetsreactie op de brief van de NPV probeert de minister een onderscheid aan te brengen tussen levensbeschouwelijke perspectieven op embryo's en de juridische definitie van embryo's zoals die in de Embryowet is vastgelegd. Ik citeer: "De definities in de huidige Embryowet en in het wetsvoorstel van de regering zijn niet bedoeld om levensbeschouwelijk te duiden wat beginnend menselijk leven is." Ik meen oprecht dat de regering dit onmogelijk kan volhouden. Iedere wet is gestoeld op morele opvattingen en ethische overwegingen. Dat geldt dus ook voor deze wijziging van de Embryowet. Dat de regering er hier in de toelichting op het wetsvoorstel bewust aan voorbijgaat, vindt de SGP onbegrijpelijk en eigenlijk ook een pijnlijke nalatigheid. De regering verwijst in de toelichting en in de nota naar aanleiding van het verslag telkens naar de uitkomsten van publieksonderzoek, waaruit steun voor het voorliggende voorstel zou blijken. Zoals de SGP eerder heeft aangegeven, is een verwijzing naar maatschappelijke opvattingen op zichzelf nog geen inhoudelijke weging van belangen. Bij de behandeling van de oorspronkelijke Embryowet wees de Raad van State er al op dat breed maatschappelijk draagvlak slechts een informatieve waarde kan hebben en dat overheidsbeleid niet gebaseerd kan zijn op opvattingen van burgers of instanties. Het is aan de wetgever zélf om een ethische afweging te maken en die juridisch te vertalen. Ik wil de minister daarom vragen om in dit debat alsnog duidelijk te maken welke morele overtuigingen er aan dit wetsvoorstel ten grondslag liggen. Voorzitter. De SGP kan zich moeilijk aan de indruk onttrekken dat dit wetsvoorstel vooral is ingegeven door de wens tot medisch-wetenschappelijke vooruitgang. Diverse keren geeft de regering aan dat het wetsvoorstel zo is geformuleerd dat het zo goed mogelijk aansluit bij de huidige stand van zaken van wetenschappelijk onderzoek. Er is daarbij nadrukkelijk rekening gehouden met mogelijk toekomstig wetenschappelijk onderzoek. Ik moest denken aan een bekend citaat, dat vaak is toegeschreven aan de filosoof Søren Kierkegaard. Ik zie de voorzitter nu goedkeurend knikken. Dat citaat luidt: wie met de tijdgeest trouwt, wordt snel een weduwnaar. Dat geldt ook hiervoor. In voorgaande debatten over de Embryowet heeft de SGP er telkens op gewezen dat wanneer je de volledige beschermwaardigheid van het embryo eenmaal hebt losgelaten, iedere nieuwe grens altijd arbitrair zal zijn. Er zal altijd druk zijn om de mogelijkheden voor de medische wetenschap weer verder op te rekken, ten koste van pril menselijk leven. De SGP meent dat ook hier de vraag "wat is de mens?" op zijn plaats is. Wie zijn wij om ons in de positie van onze Schepper te manoeuvreren? Voorzitter. Ik wil nu dieper ingaan op de kern van het wetsvoorstel, namelijk het wijzigen van de definitie van een embryo. De huidige definitie van een embryo in de wet luidt: cel of samenhangend geheel van cellen met het vermogen uit te groeien tot een mens. De SGP vindt dit een onjuiste definitie. Een embryo heeft niet het vermógen om uit te groeien tot een mens, maar ís een mens. Deze definitie doet ook geen recht aan de beschermwaardigheid van embryo's die zich vanwege een gebrek of beperking nooit verder zullen ontwikkelen, zoals de regering trouwens terecht constateert. Een nieuwe definitie van een embryo als "het samensmelten van een in het menselijk lichaam ontstane eicel en zaadcel" spreekt ons daarom veel meer aan. Wij vinden die echt beter dan de huidige definitie. Vervolgens stelt de regering voor om de definitie van een embryo uit te breiden met allerlei embryoachtige entiteiten. Daar heeft de SGP grote moeite mee. Het wetsvoorstel wijzigt de definitie van het embryo, waardoor ook entiteiten die niet het resultaat zijn van het samensmelten van een in het menselijk lichaam ontstane eicel en zaadcel, maar wel dezelfde essentiële functies voor doorgaande ontwikkeling hebben, onder die definitie komen te vallen. Dat wordt gepresenteerd als een bescherming van pril menselijk leven, maar feitelijk is het een verruiming van de wet en vertroebelt het de waarde van menselijk leven. De SGP wijst het tot stand laten komen van deze embryoachtige entiteiten af, zowel voor reproductieve doeleinden als voor onderzoeksdoeleinden. Ik kom daar zo op terug. Echter, los van de vraag of het moreel wenselijk is om entiteiten te ontwikkelen die op het oog niet te onderscheiden zijn van menselijke embryo's, menen wij dat er een fundamenteel ethisch onderscheid blijft bestaan tussen embryo's en dergelijke embryomodellen. Je zou dit ook logisch-filosofisch kunnen beargumenteren: twee dingen die in wezen niet hetzelfde zijn, kun je niet onder één definitie scharen. Door embryo's en embryoachtige entiteiten op definitieniveau gelijk te schakelen, wordt de waarde van menselijk leven door de wetgever feitelijk aangetast. Daarom stellen wij een definitiesplitsing voor via het amendement op stuk nr. 13: het begrip "embryo" krijgt een aparte definitie en er wordt een nieuw begrip toegevoegd, namelijk "embryoachtige entiteiten". Onder dat nieuwe begrip volgt dan de opsomming van mogelijke ontstaanswijzen van dergelijke entiteiten. Hiermee biedt de wetgever een juridische verankering van het ethische onderscheid tussen embryo's en embryoachtige entiteiten. Onder onderdeel B van de voorgestelde definitie worden vijf mogelijkheden voor de totstandkoming van embryoachtige entiteiten genoemd. Ik ga deze nu stuk voor stuk langs om aan te geven hoe de SGP daarnaar kijkt en welke consequenties wij daaraan verbinden. De eerste en de tweede mogelijkheid gaan over het samensmelten van een of meerdere in vitro geproduceerde geslachtscellen, de zogenaamde ivg-geslachtscellen, met andere ivg-geslachtscellen of met in het menselijk lichaam geproduceerde geslachtscellen. De initiatiefwet die embryokweek mogelijk maakte, regelde al dat ivg-geslachtscellen gebruikt mogen worden voor wetenschappelijk onderzoek. De wetenschap is op dit moment niet in staat een zwangerschap tot stand te brengen door samensmelting van een of meer ivg-geslachtscellen. Dit valt in de toekomst echter niet uit te sluiten. De SGP vindt dat als deze praktijk ooit technisch mogelijk wordt, de wetgever een expliciete keuze moet maken om dit al dan niet toe te staan. Daarom heb ik samen met mevrouw Bikker het amendement op stuk nr. 11 ingediend dat het tot stand brengen van embryo's met ivg-geslachtscellen voor reproductieve doeleinden verbiedt. Voorzitter. De derde ontstaanswijze van een embryoachtige structuur betreft het samenbrengen van pluripotente stamcellen. Deze embryo-like structures, ELS, bootsen een klassiek embryo na. Deze zijn echter niet ontstaan uit een samensmelting van een in het menselijk lichaam geproduceerde eicel met een of meer in het menselijk lichaam geproduceerde zaadcellen, maar uit stamcellen die zijn gevormd uit normale lichaamscellen en zo zijn geprogrammeerd dat zij zich gaan gedragen als embryonale stamcellen. Het gebruik van ELS voor reproductieve doeleinden is verboden vanwege het kloonverbod. De regering wil het gebruik van ELS voor onderzoeksdoeleinden echter mogelijk maken. Samen met de ChristenUnie heeft de SGP het amendement op stuk nr. 8 ingediend om ervoor te zorgen dat dat niet wordt toegestaan. Als een bepaald type ELS de mogelijkheid in zich draagt om zich tot een mens te ontwikkelen, dan is dezelfde terughoudendheid als bij een klassiek embryo met dezelfde potentie voor ontwikkeling tot een mens ons inziens gerechtvaardigd. Voorzitter. De vierde ontstaanswijze van embryoachtige structuren vindt plaats door middel van celkerntransplantatie. Dat is een techniek waarbij de celkern van een eicel wordt vervangen door de kern van een lichaamscel, bijvoorbeeld een huidcel, wat resulteert in een kloon van de donor. Het gebruik van deze techniek is, zoals bekend, verboden voor reproductieve doeleinden. Zoals in het debat over de initiatiefwet voor embryokweek al duidelijk werd, heeft de Kamer met het aanvaarden van die wet de mogelijkheid van celkerntransplantatie voor zogenaamd therapeutisch klonen al toegestaan. De SGP vindt dat een pijnlijke realiteit, maar dat is wel waar we het nu mee moeten doen. Daarom hebben we op dit punt geen amendement ingediend. Ik vraag de regering nog wel om bij de behandeling van die initiatiefwet in de Eerste Kamer maximale duidelijkheid te creëren over wat dit in de praktijk betekent, gelet op de verwarring die hierover ontstond tijdens de behandeling in de Tweede Kamer. Voorzitter. De vijfde mogelijkheid die de regering wil opnemen in de definitie luidt "een andere wijze van tot stand brengen". In verschillende interrupties is dit al teruggekomen. De SGP-fractie vindt dit een zeer open norm. Het betekent dat de wetenschap zonder enige betrokkenheid van de wetgever mag experimenteren met nieuwe ontstaanswijzen van embryoachtige structuren. Op grond van deze bepaling komen die daarmee automatisch onder de Embryowet te vallen. Dat gaat ver. Zonder dat de wetgever daar nog aan te pas komt, wordt hier maximale ruimte geboden aan de wetenschap. Samen met de ChristenUnie dienen wij daarom een amendement in, dat op stuk nr. 12, om dit onderdeel te schrappen. Om als wetgever duidelijkheid te bieden, stellen wij voor om in artikel 24 van de Embryowet een nieuwe verbodsbepaling op te nemen, die verbiedt om een embryoachtige structuur tot stand te brengen op een andere wijze dan genoemd in de definitiebepaling. Als ik al deze amendementen samenvat, betekent dat het volgende. De SGP ziet een ethisch en wezenlijk onderscheid tussen embryo's en embryoachtige entiteiten, vandaar ons amendement voor definitiesplitsing. De SGP erkent dat er manieren bestaan of denkbaar zijn om embryoachtige structuren te maken die dusdanig lijken op embryo's dat het onderscheid in de praktijk nauwelijks of niet meer te zien is. In dat geval zouden embryoachtige structuren dezelfde bescherming moeten krijgen. De SGP vindt vervolgens de vijf mogelijke ontstaanswijzen van embryoachtige structuren voor onderzoek of vruchtbaarheidsbehandelingen om uiteenlopende redenen niet aanvaardbaar. Vandaar onze amendementen om dit onmogelijk te maken. Voorzitter. Dit wetsvoorstel is in de kern gebaseerd op een onderscheid tussen zogenaamde intacte en niet-intacte embryoachtige structuren. Niet-intacte ELS bootsen embryo's slechts gedeeltelijk na, waardoor zij zich niet kunnen ontwikkelen tot een embryo in de klassieke zin van het woord. Intacte ELS zouden hiermee onder de Embryowet komen te vallen. Niet-intacte ELS komen onder de Wet zeggenschap lichaamsmateriaal te vallen; zo is de bedoeling. Hoewel het onderscheid tussen intact en niet-intact niet in de wetstekst zelf terecht is gekomen, wordt hier in de toelichting en de nota naar aanleiding van het verslag wel veelvuldig gebruik van gemaakt. Uit de nieuwe richtlijn van de internationale vereniging voor stamcelonderzoek, de ISSCR, blijkt echter dat het onderscheid tussen intact en niet-intact problematisch is. De nieuwste richtlijn van de ISSCR, uit 2025, neemt afscheid van dit onderscheid. Hoe denkt het kabinet, ook met het oog op de behandeling van de Wet zeggenschap lichaamsmateriaal, om te gaan met dit onderscheid, dat dus geen onderscheid meer is? In de wet wordt gesproken over "essentiële functies", maar wat is het verschil tussen intacte embryo's en een embryo met dezelfde essentiële functies? Wordt hiermee niet hetzelfde bedoeld? Hoe houdbaar is dit dan op de lange termijn? Het onderscheid tussen intact en niet-intact roept ook de volgende vraag op. De mate van beschermwaardigheid van embryo's laten we ook niet afhangen van het feit of die al dan niet beperkt zijn; dat zou discriminatie zijn. Waarom doen we dat dan wel met ELS? Kan de minister dat uitleggen? Daarbij komt dat ELS bewust niet-intact worden gemaakt door de onderzoeker. Dan is het dus de onderzoeker die de mate van bescherming bepaalt van de ELS waarmee hij bezig is. Hoe wenselijk vinden we dat eigenlijk? Graag een reflectie daarop. Voorzitter. Er is nog een ander aspect waar ik de aandacht op wil vestigen. In het verslag zijn vragen gesteld over het gebruik van foetaal of embryonaal weefsel na een abortus ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek. Dit wordt geregeld in de Wet foetaal weefsel. Hoewel het in Nederland in de praktijk nu niet voorkomt, zouden embryo's die na een abortus zijn verkregen ook gebruikt kunnen worden voor de ontwikkeling van embryoachtige structuren. De SGP zou dat zeer onwenselijk vinden. Daarom hebben we samen met ChristenUnie een amendement, dat op stuk nr. 10, ingediend om dit expliciet te verbieden.

In hetzelfde debat

16 andere bijdragen
Alexander Kops PVVDank u wel, voorzitter. In 2002 is de Embryowet in werking getreden. De bedoeling daarbij was, en is eigenlijk nog steeds, "de bescherming van menselijk leven/menselijke waardigheid in een evenwichtige afweging met ander… Alexander Kops PVVIk kom daar dadelijk in mijn bijdrage nog op, maar je kunt je wel afvragen wat er nou eerst gebeurt. Bepaalt eerst de wetgever, hier in dit huis, wat we wenselijk vinden, wat we opschrijven in een wet, wat we oké vinden,… Alexander Kops PVVJa, ik ben het daar zeker grotendeels mee eens, maar in het debat is het er al veel over gegaan. Je kunt je bijvoorbeeld afvragen wat "een intact embryo dat volledig wordt nagebootst" eigenlijk is. Wat is "een niet-intac… Alexander Kops PVVJa, maar dan zeg ik daar wel bij wat ik net al zei over een inkadering. We zouden hier natuurlijk ook kunnen zeggen: nee, we stemmen niet met het wetsvoorstel in. Dan hebben we ook een inkadering, want alles wat hier in … Alexander Kops PVVIk had het dus over de embryomodellen waarvan niet te onderzoeken is of ze kunnen uitgroeien tot mensen. Mijn vraag aan de minister was: het is niet te onderzoeken — zo staat het er — maar zou het wel mogelijk kunnen zij… André Poortman CDADank u wel, voorzitter. Alles is politiek, maar politiek is niet alles. Dat is een uitspraak van de protestantse theoloog en ethicus Harry Kuitert. Het hele leven van mensen is van wieg tot graf naar politieke vraagstukk… André Poortman CDAHet is daarom goed, zo vervolg ik, dat we vandaag een poging doen om de wetenschappelijke stand van zaken open en kritisch onder ogen te zien, en om aan de hand daarvan de wet aan te passen en aan te scherpen, om zo de w… André Poortman CDAJa, en volgens mij is punt vijf daar een uitdrukking van. De normering wordt namelijk volgens mij bepaald door dat punt vijf, om het maar even zo te zeggen. Het kan natuurlijk in de toekomst zijn dat de definitie van de … André Poortman CDAJa, maar ik vraag me af of we op dit punt nu al bij elkaar gaan komen, omdat ik dus punt vijf echt andersom interpreteer. Ik zie het als een afbakening van toekomstig onderzoek en niet als een vrijbrief voor toekomstig o… André Poortman CDAIk herken uw aarzeling. Ik moet op dit punt zeggen dat ik dat nog niet goed weet, omdat ik niet bij voorbaat al een principiële afwijzing voel bij het idee dat er via ivg embryo's tot stand gebracht kunnen worden, omdat … André Poortman CDADat zou bij mij vooral zitten in het punt van veiligheid en toepasbaarheid. Volgens mij wordt het in de wet goed gereguleerd. Ook in de initiatiefwet is het natuurlijk niet zo dat al dat onderzoek maar ruim baan wordt ge… André Poortman CDADat punt van instrumentaliteit is ingewikkeld, want de tragiek van ons menselijk handelen is dat er altijd een tendens tot instrumentalisering in zit, omdat niet alles wat we doen en tot stand brengen altijd een doel op … André Poortman CDAHet risico is dat we het debat van december over gaan doen, want het is een beetje de thematiek van toen. Ik denk dat daarover binnen het CDA verschillend wordt gedacht. Dat bewees de stemming ook. Mevrouw Clémence Van D… André Poortman CDAIk denk dat het niet zo is dat de wetenschap ervoor zorgt dat wij het leven anders gaan zien of dat de wetenschap ervoor zorgt dat het leven anders wordt dan het is. Ik denk wel dat het ons soms corrigeert in hoe wij het… André Poortman CDADat is een goede vraag. Ik kom niet alleen met een ethiek van voorzichtigheid maar ook met een ethiek van moed, omdat dit duidelijk nieuw terrein is dat we betreden. We moeten onze definities bijstellen. We leren anders … Diederik van Dijk SGPLaten we in de eerste plaats constateren dat als die aanleiding er niet is en er geen sprake van is, er geen enkele reden is om het uit te sluiten en te zeggen: laten we het maar helder vastleggen in de wetstekst. Het is…