Wetgevingsoverleg · maandag 28 september 2026
Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1712 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan (Implementatiewet herziene Europese richtlijn mensenhandel) (36835)
Ruud Verkuijlen
VVD
Dank u wel, voorzitter. Fijn dat we dit debat met deze minister voeren. Laat ik dat ook gezegd hebben.
Een jong meisje dat tussen twee mannen een hotellobby binnenloopt om seksuele handelingen te verrichten op een hotelkamer en daar seksueel wordt uitgebuit. Een hotel dat waarschijnlijk meerdere keren overboekt is door uitbuiters en waar het baliepersoneel de andere kant op kijkt. Een bedrijf waarvan het personeel ziet dat een collega veel langer doorwerkt en gevaarlijk werk verricht. Voor die collega is er geen arbobescherming, maar arbeidsuitbuiting. Een leerling die op school in ruil voor een blikje zwaar verslavende snus gevraagd wordt om een pakketje met cocaïne af te geven. Geen pakketbezorging, maar criminele uitbuiting. Seksuele uitbuiting, arbeidsuitbuiting, criminele uitbuiting: drie verschijningsvormen van het mensonterende delict mensenhandel.
Vandaag debatteren we over de implementatie van de Europese richtlijn ter voorkoming van mensenhandel en ter bescherming van de slachtoffers. De richtlijn benoemt een aantal verschijningsvormen: uitbuiting van het draagmoederschap, uitbuiting van gedwongen huwelijken en uitbuiting van illegale adoptie. Dit zijn delictsvormen die overigens al in juni 2025 door Kamerleden Wijen-Nass van de BBB en de heer Van Dijk van de SGP zijn geamendeerd en met brede steun van de Kamer, waaronder de VVD, in het wetsvoorstel zijn opgenomen.
Bij de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer vorige week en uit de reactie van de Raad van State blijkt dat uitbuiting van gedwongen huwelijken als te eng geformuleerd wordt gezien. Daar is al het nodige over gewisseld. Mijn fractie sluit zich daarbij aan. Een huwelijk hoeft niet onder dwang gesloten te zijn om daarna in huwelijkse uitbuiting over te gaan. We zien dat uitbuiting plaatsvindt binnen huwelijken of andere relaties die aanvankelijk vrijwillig zijn begonnen. Vrouwen worden systematisch gedwongen door hun partner om diensten of arbeid te verrichten. Dat moeten we in het belang van de slachtoffers niet alleen benoemen als vorm van mensenhandel, maar we moeten de kans benutten om het in de wet te expliciteren. Ik heb daar samen met D66 een amendement over ingediend. Ik hoor graag de reactie van de minister, maar ik kijk ook met belangstelling naar het amendement dat de heer Boomsma heeft ingediend, waarvan de strekking mogelijkerwijs verder gaat.
Voorzitter. Kamerbreed wordt mensenhandel gekwalificeerd als een van de meest mensonterende delicten, een delict dat de hoogst mogelijke prioriteit en opsporing en vervolging vereist. Het doel van de modernisering van het artikel over mensenhandel vloeit daaruit voort, namelijk de complexiteit vereenvoudigen om sneller tot bewijs te komen. Ik heb destijds in het wetgevingsdebat de oude wetgeving een "bot mes" genoemd voor opsporingsinstanties. De toenmalige staatssecretaris, Van der Burg, beloofde in antwoord daarop met de gemoderniseerde wet een scherp zwaard.
Vanwege de complexe bewijslast heeft de VVD samen met de ChristenUnie tijdens de wetsbehandeling van het gemoderniseerde artikel een amendement ingediend. Met dit amendement wordt een aangifteplicht voor mensenhandel in de wet opgenomen. Die geldt ook voor de klanten van prostituees. Die aangifteplicht geldt voor de klanten, dus ook voor het baliepersoneel in het hotel en het personeelslid in mijn voorbeeld. Het amendement is met brede steun door de Tweede Kamer aangenomen.
Voorzitter. De VVD kijkt eveneens met belangstelling naar het amendement van de SGP en de PVV om voorwaardelijke opzet toe te voegen en zo de bewijslast te verlagen. Nu is voor het bewijzen van uitbuiting de zwaarste juridische variant van opzet vereist. Wat mijn fractie betreft kijken we scherp naar alle verschijningsvormen van mensenhandel om te bezien of de bewijsbaarheid van het oogmerk van uitbuiting niet een te hoge drempel vormt, waardoor daders ermee wegkomen.
Voorzitter. Zoals ik eerder betoogde, is mensenhandel een van de ernstigste delicten die ons Wetboek van Strafrecht kent. Het is een delict waarvan de opsporing en vervolging de hoogste prioriteit behoort te krijgen. Om die reden bestaat er een absoluut doorlaatverbod voor mensenhandel. Dit betekent dat opsporingsdiensten verplicht zijn om direct in te grijpen en het delict te beëindigen en niet voort te laten duren. Ook volstaat voor mensenhandel een melding en is een aangifte niet noodzakelijk om actief op te sporen.
Voorzitter. Met die wetenschap las ik tabel 2 in de brief van 24 september jongstleden aan de Kamer, over de prioriteit in de opsporing. Daarin staat bij ondermijning en mensenhandel — dit is een en hetzelfde kopje — "niet behandelde zaken: 18". Dit zijn achttien zaken waarvan geen aangifte is gedaan. Je zou bijna zeggen: goed dat Bikker en Verkuijlen een aangifteplicht hebben geamendeerd. Maar dat is hier niet het punt. Mensenhandel is ambtshalve vervolgbaar en vereist geen aangifte. Een melding volstaat en vereist navolging volgens het doorlaatverbod. Wat zegt dit nu over de prioritering van een ernstig delict als mensenhandel? Graag een reflectie hierop van de minister.
Voorzitter. In het verlengde daarvan het volgende. In de memorie van toelichting bij de implementatiewet van de Europese richtlijn staat in de laatste alinea op pagina 27 de volgende formulering: "Een eerste inschatting is dat de impact op de gehele strafrechtketen beperkt zal zijn, gelet op de huidige capaciteit en prioriteitsstelling van de betrokken organisaties." Dat roept andermaal het beeld op dat hieraan onvoldoende prioriteit wordt gegeven door de opsporingsinstanties, de politie en het OM. Graag een reactie van de minister hierop.
Voorzitter. Ook de huidige capaciteit wordt kennelijk als beperkt ingeschat. Van het kabinet hebben wij begrepen dat 58 fte's aan de formatie zijn toegevoegd, in navolging van de motie-Segers/Asscher. Ik wil graag van de minister weten wat de concrete resultaten zijn van deze 58 fte's en of deze structureel voor mensenhandel worden ingezet.
Voorzitter. Dan de slachtoffers. Ik wil mijn waardering uitspreken voor alle mensen en alle organisaties die deze vaak ernstig getraumatiseerde slachtoffers opvangen en bijstaan. Uit gesprekken met deze organisaties werd duidelijk dat zij zich zorgen maken over de wettelijke grondslag om gegevens te delen met de Nationaal Rapporteur. Daar is al het een en ander over gewisseld. Ik sluit mij daar graag bij aan. Kan de minister aangeven of die zorg terecht is en of daar een specifieke wettelijke grondslag voor gegevensdeling door de Nationaal Rapporteur Mensenhandel voor nodig is, zoals in 2023 is voorbereid?
Een andere zorg betreft de structureel vrijgemaakte financiën voor het opvangstelsel van mensenhandelslachtoffers. Niet automatisch komen deze middelen daadwerkelijk ten goede aan gespecialiseerde opvang van slachtoffers van mensenhandel. De financiering loopt via de gedecentraliseerde vrouwenopvang, waardoor de gemeenten uiteindelijk zelf kunnen bepalen hoe het geld wordt ingezet. Is de minister bereid hierover in gesprek te gaan met de VNG?
Voorzitter, ik sluit af. De implementatie van de Europese richtlijn voegt een aantal delictsvormen aan mensenhandel toe, maar zoals ik in mijn betoog aangaf, maakt mijn fractie zich ook zorgen. Beschikken we na de modernisering en toevoeging van de Europese richtlijn over een scherp zwaard, voldoende capaciteit en hoge prioriteit voor de aanpak van mensenhandel of over een bot mes, capaciteitsgebrek en onvoldoende prioriteit? Ik zie in die zin uit naar de beantwoording door de minister.
Ik dank u wel, voorzitter.