Plenair debat · donderdag 25 juni 2026
het addendum op het rapport van de Commissie van onderzoek wapeninzet Hawija
Dilan Yeşilgöz-Zegerius
minister van Defensie, viceminister-president
Vandaag staan de getraceerde F-16-videobeelden van de luchtaanval op Hawija op de agenda. Het zijn beelden van de zogenoemde overvlucht die een Nederlandse F-16 maakte in de ochtend van 3 juni 2015, de ochtend na de Nederlandse luchtaanval op een bommenfabriek van ISIS. Bij deze luchtaanval vielen onbedoeld ten minste 70 burgerslachtoffers. In het bijzonder spreken we vandaag over een aantal afgeronde onderzoeken naar die teruggevonden F-16-videobeelden.
De afgelopen jaren is veelvuldig met de Kamer gewisseld over de luchtaanval op Hawija. Vandaag, voorzitter, hoop ik met u, zoals de Kamer ook voorstelde, het hoofdstuk Hawija in deze context af te sluiten en daarmee de betrokkenen rust te brengen. Dat zeg ik, wetende dat deze gebeurtenis een blijvende impact heeft op de mensen in Hawija, de betrokken militairen en de Nederlandse samenleving. Daarmee blijft dit hoofdstuk een onderdeel van onze geschiedenis.
Als we terugkijken naar wat er destijds is gebeurd, is het van belang om de context van de Nederlandse inzet in Irak te herhalen. Vanaf 2014 ging de opkomst van ISIS razendsnel. Grote steden werden ingenomen en ISIS pleegde vreselijke terreurdaden tegen de burgerbevolking in Irak en Syrië. Ook hier, op ons eigen continent, vormde ISIS een dreiging. Het inspireerde terroristen om op Europese bodem aanslagen te plegen tegen onschuldige burgers. Zo herinneren we ons bijvoorbeeld allemaal de vreselijke beelden van de aanslagen in Parijs in 2015, waarbij meer dan 130 mensen om het leven kwamen. Bij een voetbalstadion, verschillende terrassen in de stad en bij concertzaal Bataclan brachten terroristen dood en verderf. Er moest snel gehandeld worden tegen dit kwaad. Destijds vroeg de Iraakse regering zelf de internationale gemeenschap om steun in de strijd tegen ISIS. Nederland heeft toen binnen korte tijd onder ongekend hoge druk F-16's naar het inzetgebied gestuurd.
In die omstandigheden hebben onze vliegers en onze militairen ontzettend belangrijk werk gedaan, voor onze veiligheid en voor de veiligheid van de mensen in Irak en Syrië. Onze militairen hebben circa 3.000 missies met F-16's uitgevoerd en meer dan 2.100 keer wapens ingezet. Ik wil dan ook mijn grote waardering uitspreken voor hun werk. Door hun inzet en professionaliteit kunnen wij het gevecht aangaan, toen en nu. Het is ontzettend belangrijk om te benadrukken dat wij achter onze militairen staan.
In het overgrote deel van de gevallen is de inzet gegaan zoals verwacht. Het doel werd bereikt en ISIS werd verzwakt. Daarmee werden meer slachtoffers van terrorisme voorkomen. Maar de realiteit van deze oorlog is ook dat het in een beperkt aantal gevallen anders is gelopen dan verwacht. De luchtaanval op de bommenfabriek van ISIS in Hawija had onbedoeld verschrikkelijke gevolgen. We moeten daar als Defensie van leren en verantwoording over afleggen. Dat gaat ook over de manier waarop Defensie omgaat met de archivering van de informatie achteraf.
Voorzitter. Ik ben mij ervan bewust dat deze luchtaanval nog steeds een grote impact heeft op de mensen in Hawija. Mijn voorganger heeft namens het kabinet excuses aangeboden voor de onvoorziene gevolgen van de luchtaanval. Daarvoor is hij dit jaar naar Hawija gereisd, om die excuses in persoon aan te bieden en om in gesprek te gaan met slachtoffers en nabestaanden. Natuurlijk herhaal ik hier graag de woorden van mijn voorganger en bied ik ook nogmaals excuses aan voor de onvoorziene gevolgen van deze luchtaanval.
Voorzitter. Hoewel het kabinet van oordeel is dat de aanval rechtmatig was, is het vreselijk dat daarbij burgerslachtoffers zijn gevallen. Daarom besloot het kabinet in 2020 om de gemeenschap in Hawija vrijwillig tegemoet te komen in de vorm van projecten. In het debat over het rapport van de commissie-Sorgdrager op 15 mei 2025 heeft mijn voorganger circa 10 miljoen euro extra beschikbaar gesteld voor aanvullende projecten. De invulling hiervan wordt op dit moment vormgegeven. De noden en wensen van de gemeenschap staan daarbij centraal. Ik kom straks ook op de specifieke vragen daarover.
Ook voor de betrokken militairen van Defensie heeft deze gebeurtenis een blijvende impact. Ik realiseer mij dat met elk debat over Hawija ook bij hen een wond wordt opengehaald. Tegenover hen wil ik mijn waardering uitspreken voor de inzet die zij tonen, toen en nu. Elf jaar na dato spreken we nog steeds over de inzet die zij hebben geleverd. En ik weet dat dat niet voor iedereen even makkelijk is. Want zij hebben naar eer en geweten gehandeld.
Vandaag staan de teruggevonden F-16-videobeelden centraal en de daarna afgeronde onderzoeken. De videobeelden waren lange tijd onvindbaar. Daardoor was de indruk ontstaan dat deze waren overschreven. Eind maart 2025 werden deze videobeelden alsnog getraceerd. Naar aanleiding hiervan zijn in opdracht van Defensie vorig jaar vier onderzoeken aangekondigd. Het betrof een intern feitenrelaas naar de vondst van de videobeelden, een extern onderzoek onder leiding van de heer Harm Brouwer, met als doel het reconstrueren van de feiten rondom de getraceerde videobeelden en het trekken van conclusies, een intern onderzoek naar het handelen van de detachementscommandant en een extern onderzoek door de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed naar missiegerelateerde archivering. Ook de commissie-Sorgdrager besloot haar onderzoek te heropenen en een addendum te schrijven. De Kamer is in februari dit jaar geïnformeerd. Drie van de vier onderzoeken in opdracht van Defensie waren afgerond, net als het addendum van de commissie-Sorgdrager. Gisteren is ook het eerste deel van het onderzoek naar de missiearchivering met de Kamer gedeeld.
Ik wil de commissies hartelijk bedanken voor hun werk. De rapporten over de videobeelden geven inzicht en helderheid in wat er met de beelden is gebeurd, en ook over de conclusies van het onderzoek naar het handelen van de detachementscommandant. Het onderzoek laat duidelijk zien dat de commandant integer en op geen enkele manier verwijtbaar heeft gehandeld. Ik wil hier ook mijn waardering voor uitspreken, en acht het van belang dat zijn integere handelen wordt erkend. Met het afronden van dit onderzoek hoop ik dan ook de afsluiting te vinden van dit dossier.
Tot slot trekt de inspectie stevige conclusies over de staat van de archivering bij Defensie. Defensie heeft reeds verbeterstappen in gang gezet om de missiearchivering op orde te brengen, maar zal op basis van de uitkomsten van dit rapport de werkzaamheden hierop intensiveren. Het is namelijk van belang dat Defensie zich kan verantwoorden, maar ook kan blijven leren van de inzet uit het verleden. Dat kan alleen wanneer de informatiehuishouding op orde is.
Voorzitter. Ik heb drie mapjes proberen te maken. Het eerste gaat over transparantie en de informatiehuishouding. Het tweede over compensatie en de verschillende vragen over de projecten. En vervolgens de informatiepositie. Daar zijn ook vragen over gesteld.