Commissiedebat · donderdag 3 september 2026
Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden
Raymond de Roon
PVV
Voorzitter. Vandaag spreken we over een zeldzaam betreurenswaardig sanctiebesluit. Het besluit is een uiting van symboolpolitiek. Dit sanctiebesluit, de handelsboycot, is wat je krijgt als D66 in het kabinet zit en gesteund wordt door linkse partijen in de oppositie, die hun Israëlobsessie nooit onder stoelen of banken steken. De regeling van werkzaamheden is daar elke week het bewijs van en de stortvloed aan anti-Israëlmoties in de Kamer eveneens. Dat het kabinet die obsessie nu vertaald heeft naar dit sanctiebesluit is een dieptepunt in ons buitenlandbeleid.
Van een vriend van Israël is Nederland nu een tegenstander geworden. En nog erger: Nederland loopt daarin voorop in Europa, want het zoekt naar anti-Israëlcoalities in Europa. Als je de nieuwe sancties tegen Israël in historisch perspectief plaatst, is het nog weerzinwekkender. Pleitte je als Kamerlid voorheen voor sancties tegen schurkenstaten, dan kreeg je altijd hetzelfde riedeltje te horen: "kan niet", "lastig" en "er is geen draagvlak voor in Brussel". Maar voor de enige echte democratie in het Midden-Oosten gelden die bezwaren kennelijk niet. Voor sancties tegen Israël worden geen bezwaren maar geitenpaadjes gezocht.
Voorzitter. Dan de werking van het voorgenomen besluit. Volgens de FIOD, het OM en de Douane is het lastig om de herkomst van goederen uit Judea, Samaria en Oost-Jeruzalem te controleren. Dat verbaast ons niets. Honderden illegale migranten sluipen immers iedere week ongezien ons land binnen. Een lekker flesje wijn uit Judea lukt dat dan dus ook wel. Waar kunnen we ons dan beter op focussen? Dat is een belangrijke vraag waar de Kamer met het kabinet een antwoord op moet proberen te vinden. Gaan we onze grensbewakingscapaciteiten eindelijk optimaal inzetten voor het tegenhouden van illegale migranten en zware criminelen, of voor kistjes wijn uit Israël?
Voorzitter. Hoe wordt de internationale rechtsorde met deze maatregel eigenlijk beschermd, zoals het kabinet stelt? Ten aanzien van Noord-Korea, China en Iran zie ik het kabinet nooit zo gretig de vlucht naar voren nemen met nationale sanctiebesluiten om de rechtsorde overeind te houden. Zijn deze landen dan lid van een andere internationale rechtsorde? Of geldt het internationaal recht helemaal niet voor hen? Of past het kabinet het gewoon selectief toe? Is dat het misschien? Daar lijkt het wel op.
Voorzitter. De fatsoenlijke politiek die het CDA propageerde, is blijkbaar het selectief toepassen van internationaal recht, het selectief toepassen van het sanctiebesluit als instrument en het selectief onder druk zetten van een bondgenoot. Dat is Israël namelijk: een bondgenoot. Daarom vindt de PVV dat Israël juist hulde en steun verdient, omdat de enige democratie in het Midden-Oosten gekoesterd moet worden. Het mag nooit zo zijn dat een democratie zwaarder bestraft wordt dan landen als Turkije en China. Dat zijn landen die echt en dan ook nog eens hele grote stukken grond bezetten. Denk aan Tibet en Noord-Cyprus. Dus nogmaals de vraag: waarom wordt een democratie door dit kabinet harder aangepakt dan een autoritair land? Ten tweede: hoe helpt deze selectieve aanpak de internationale rechtsorde, waar de minister de mond vol van heeft?
Voorzitter. Dit kabinetsbesluit helpt Nederland op geen enkele wijze. Het schaadt onze relatie met Israël aanzienlijk en het helpt de internationale rechtsorde geen millimeter verder. Het speelt alleen de corrupte Palestijnen in de kaart en versterkt hen ten opzichte van Israël. De slotsom is dus een dikke min, ook voor het internationaal recht. Het internationaal recht waar gek genoeg uitgerekend de Palestijnen een broertje dood aan hebben, behalve natuurlijk als ze het als wapen tegen Israël kunnen inzetten. Dat is nu precies wat het Nederlands kabinet voor hen doet. Daarom roep ik het kabinet nogmaals op ervan af te zien en aan de slag te gaan in het belang van Nederland.
Dank u, voorzitter.