Wetgevingsoverleg · maandag 7 september 2026
Wetsvoorstel bijmengverplichting groen gas
Esther Ouwehand
PvdD
Voorzitter, dank u wel. Ik kan me kortheidshalve aansluiten bij veel van de punten die al door collega's zijn gemaakt. We zullen de klimaatcrisis moeten aanpakken. We zullen onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen zo snel mogelijk moeten afbouwen. We moeten van het gas af. De vraag is of dit wetsvoorstel verstandig is. We zitten aan het eind van de pijplijn een beetje te doen alsof mest zomaar uit de lucht komt vallen, we die hernieuwbaar kunnen noemen en die in een mestvergister kunnen stoppen zodat we daar op magische wijze onze gasvoorziening uit kunnen halen. Zo werkt het natuurlijk niet. De minister en ik kennen elkaar. Wij waren collega-landbouwwoordvoerders. Ik weet dus dat zij net zo goed weet dat het nogal wat voeten in de aarde heeft voordat je mest eventueel in een vergister kan stoppen. Daar zal mijn bijdrage zich dus op concentreren. Het kabinet heeft gelukkig gezegd: we gaan het nu een keertje integraal proberen op te lossen. Daar ben ik een heel groot voorstander van. Boeren worden de hele tijd met zo veel verschillende regels op zo veel verschillende terreinen geconfronteerd, maar zo komen we er niet. We zullen de doelen voor natuur, stikstof, water, klimaat en dierwaardige veehouderij dus zo veel mogelijk integraal moeten bekijken en ons dan afvragen wat wijsheid is.
Mijn korte oproep is dus eigenlijk: neem deze beslissing nu niet, want we zijn de komende maanden nog met elkaar in debat over die stikstofplannen. Wat wordt precies die norm voor grondgebondenheid? Moeten er maatregelen bij? Uit de berekeningen van het PBL is gebleken dat als alles meezit, maar dan ook alles meezit, het misschien kan. We weten dat het nooit helemaal meezit, dus dat moet je al incalculeren. Aan het einde van de rit moet er dan misschien toch nog een generieke korting plaatsvinden. Volgens mij wil je de boeren dat niet aandoen. Volgens mij wil je het de boeren ook niet aandoen om ze met een prikkel een richting op te sturen, met een verplichting waar hele grote investeringskosten mee gemoeid zijn. Die zijn echt niet misselijk. Ik lees het volgende in de stukken van banken die de boeren al dan niet financieren. "Productie van biogas in combinatie met het opwaarderen tot groen gas vergt flinke investeringen. Die kunnen voor individuele projecten oplopen van minimaal €500.000 tot meer dan 2 miljoen euro." Als je boeren vertelt dat dit een verstandige route is, dan gaan ze die investering doen. Vervolgens blijkt dat we er in het totaalpakket onvoldoende rekening mee hebben gehouden dat ze ook de weidegang moeten borgen en een grondgebondenheidsnorm moeten hebben. Ik denk dan: waarom moeten we dit zo snel doen? Laten we het debat in samenhang met de verdere uitwerking van de stikstofplannen bekijken — dat gaan we de komende maanden doen — om te zien of het wijs is om boeren deze kant op te sturen.
De grootste vraag is natuurlijk hoe dit zich gaat verhouden tot de doelen voor een dierwaardige veehouderij. Deze Kamer heeft zich daar wel aan gecommitteerd. Dat staat gewoon in de wet. Ik denk niet dat je kan zeggen: dat komt later wel. Investeringen gaan heel lang mee. Boeren wachten al ongelofelijk lang op die stip op de horizon. Ze zeggen: geef me alsjeblieft duidelijkheid welke verschillende doelen op welke manier het kabinet ziet, zodat ik weet hoe ik integraal kan afwegen welke kant ik op wil en waar ik in wil investeren. Als we hier nu alvast mee aan de slag gaan en we over twee jaar weer met een bijstelling komen, zijn boeren weer twee jaar kwijt en zitten ze mogelijk al vast aan een hele dure investering. Ik lees in de stukken dat daar ook veel belastinggeld naartoe gaat. Dat wil ik de minister ook vragen. Ik ken haar als iemand die zei: je moet je euro's gewoon slim uitgeven. Is dit dan een slimme besteding van het belastinggeld?
Voorzitter. De belangrijkste stukken waar we op wachten, zijn die over de dierwaardige veehouderij. De minister weet ook dat het een enorm gevecht is als je vanuit het bestaande systeem probeert de landbouw te verduurzamen. Tot nu toe heeft dat tot ellende geleid voor de boeren en tot het niet halen van de doelen. Daar wordt niemand blij van. Opnieuw kijken naar welke landbouw we willen, hoe we dat gaan doen en op welke manier we boeren daarin zo goed mogelijk kunnen helpen, is verstandiger dan toch weer stiekempjes vanuit het bestaande systeem proberen problemen op te lossen.
Neem de weidegang. Hoe vaak is het wel niet geprobeerd om de weidegang te stimuleren? Als je de agrarische pers leest, zie je dat het percentage koeien dat naar buiten komt, weer daalt. De minimale invulling die we nu als doelstelling voor weidegang hanteren, namelijk 120 dagen per jaar zes uur per dag, halen we al niet. Als je dan boeren de verplichting oplegt en zegt "je kan zelf kiezen, maar het werkt wel het beste als je 500 koeien in een systeem hebt waarin ze niet buiten komen", weet je al waar dit gaat eindigen. Daarom was ik ook verbaasd over de minimale beantwoording door het ministerie op onze vragen daarover. Er is zo goed door het kabinet gezegd "we gaan het integraal doen" en er is een ministeriële taskforce, dus jullie zitten bij elkaar. Wij vragen naar de gevolgen voor de dierwaardigheid vanwege de prijsprikkel of de prikkel om juist dieren binnen te zetten en omdat banken al tegen boeren zeggen: je hebt 400 koeien, maar dat is echt te weinig, want pas vanaf 500 koeien gaat het renderen. Als je dat allemaal weet, begrijp ik niet zo goed dat het kabinet in de beantwoording daar zo makkelijk over doet. De regels die we met elkaar moeten opstellen om te zorgen dat boeren op weg worden geholpen naar die dierwaardige veehouderij, gelden voor alle dieren. Je kan dan niet zeggen: we sturen op een kleiner percentage mest dan we ons aanvankelijk hadden voorgenomen, dus maakt u zich geen zorgen, want dat past binnen de richting die we de veehouderij op proberen te sturen. Als een deel van de dieren dan nog steeds hun hele leven niet buitenkomt, is dat strijdig met dat wettelijke doel dat boeren in 2040 moeten halen voor een dierwaardige veehouderij.
Laten we hier dus meer tijd voor nemen. Laten we dit betrekken bij de debatten over de landbouw de komende maanden. Volgens mij weten we aan het eind van het jaar waar we staan. Dan kan je zien waar het heen gaat in de landbouw en wat er eventueel over is wat je zou kunnen gebruiken voor mestvergisting. Maar het andersom doen is veel te risicovol. Ik hoop dat de minister dat signaal serieus neemt en dat we die tijd kunnen nemen. Ik roep de collega's op om deze tijd ook te nemen. Andere collega's hebben ook al gezegd: met stoom en kokend water is niet verstandig. Ik denk dat we er niet zijn met een latere inwerkingtreding, maar dat we vooral het debat de komende maanden in samenhang met de aanpak voor landbouw en natuur moeten doen en dat we dan moeten kijken waar we op uitkomen. Ik denk dat dit onze plicht is richting de boeren, maar zeker ook richting de doelen voor een dierwaardige veehouderij, waar we echt nog op zitten te wachten.