Plenair debat · dinsdag 22 september 2026
Wijziging van de Mededingingswet in verband met aanpassing van de bepalingen over markt en overheid (35985) antwoord 1e termijn + rest
Tom van der Lee
PRO
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording. Ik heb in mijn eerste termijn en volgens mij ook in mijn interrupties laten merken dat ik me serieus afvraag of het wel verstandig is om dit allemaal in een permanente wet vast te leggen. Ik vraag me af of de verwarring die alleen al in deze zaal is ontstaan over wat we hier nou eigenlijk precies doen, in de tweede termijn is weggenomen. Ik zie in de afgelopen jaren een praktijk waarin er amper klachten zijn en waarin ondernemers gewoon hun gang weten te vinden naar een college en een gemeenteraad. Wat gaan we nou, misschien onbedoeld, aanrichten met een aantal ingediende amendementen? Ik ben blij met de positieve waardering voor sommige amendementen en met het feit dat we elkaar op één punt als collega's een beetje gevonden hebben, maar ik weet niet wat straks na de stemmingen de balans zal zijn. Ik vraag de voorzitter dus alvast om een knip te maken tussen de stemmingen over de amendementen en de stemming over het wetsvoorstel, want voor mijn fractie gaat het echt om die balans. Ik hoor ook dat fracties al praten — dat is hun goed recht, hoor — over schadeloosstelling van ondernemers die misschien gedupeerd zijn. Dat iets wel of niet wordt aanbesteed, is op zich een punt van discussie. Als iets had moeten worden aanbesteed, betekent dat niet dat een specifieke onderneming die aanbesteding had gewonnen. Het hardmaken van schade die een bepaalde onderneming heeft geleden en het zelfs al vooraf vergoeden van die schade zonder een gang naar een rechter … Als we die kant opgaan, wil ik helemaal niets meer juridisch vastleggen, want dan gaan we de bietenbrug op.
Ik vind dus dat er in de manier waarop we hier als Kamer over discussiëren te veel elementen zitten die zulke grote einden zijn dat ik als medewetgever niet zo goed weet wat we hier nou eigenlijk precies gaan doen. Dat zit 'm ook in dat ene amendement waar nog een oordeel over komt. Ik moet daar echter nu iets over zeggen, want dit is mijn tweede termijn. De heer Kisteman zegt dat hij dit heeft opgelost omdat hij er een regeltje aan toe heeft gevoegd, maar dat stelt mij niet onmiddellijk gerust. Ik weet niet wat het oordeel van de minister over dat amendement is, maar ik hoop dat zij in haar beoordeling ervan in ieder geval ervoor kan zorgen dat de huidige zorgen van de gemeenten over al hun onderlinge afspraken, ook over afvalverwerking, worden weggenomen. Het kan immers zijn dat de gemeente waarvan het afvalverwerkingsbedrijf is, zelf die 80% niet haalt maar dat een buurgemeente het andere deel aanlevert. Dan vind ik dat een publieke zaak. Dan zou ik daar niet per se een commerciële partij tussen willen hebben, want dan ontmantelen we gemeentelijke samenwerkingen en een slagvaardige en efficiënte overheid. Ik kan niet overzien of één zo'n amendement al die gevolgen heeft. Die juridische zekerheden heb ik dus nodig, ook voor de bepaling van het stemgedrag straks, niet alleen per amendement maar zeker ook over het wetsvoorstel. Dat wil ik dus alvast gezegd hebben.