Wetgevingsoverleg · maandag 21 september 2026
Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met het verhogen van het aandeel van gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas aan afnemers (Wet bijmengverplichting groen gas)
Henk Jumelet
CDA
Dank u wel, voorzitter, voor deze aankondiging.
Voorzitter. Na de eerste termijn, twee weken geleden, vandaag vanuit mijn inbreng toch nog aandacht voor drie onderwerpen. Ze zijn ook al bij andere collega's langsgekomen, maar ik wil het hebben over de binnenlandse groengasproductie, de betaalbaarheid en de gevolgen voor de glastuinbouw.
Allereerst over de gevolgen van deze bijmengverplichting voor de binnenlandse productie van groen gas. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik er begrip voor heb dat niet alles op voorhand exact te beantwoorden is; er bestaat nu eenmaal onzekerheid over hoe de markt zich zal ontwikkelen en welk deel van de vraag uiteindelijk door Nederlandse productie wordt ingevuld. Die onzekerheid is er gewoon. Ik vind het wel jammer dat mijn vragen over de concrete uitwerking van het versnellingsplan, dat plan van LTO, NVDE en Rabobank, nog onvoldoende zijn beantwoord. Juist gezien de onzekerheid over het effect van de bijmengverplichting vindt het CDA het belangrijk dat ook aan de aanbodkant snel stappen kunnen worden gezet. In ieder geval zou ik graag van de minister horen dat de uitvoering van het versnellingsplan daadwerkelijk prioriteit heeft en dat de minister hier op korte termijn samen met haar collega van LVVN concreet mee aan de slag gaat. Het kan misschien een suggestie zijn: kan bijvoorbeeld een aanjaagteam helpen om daadwerkelijk concrete stappen te zetten bij de vergunningverlening en de uitvoering? Daarin is nog veel te winnen, denk ik. Als we namelijk willen dat deze wet daadwerkelijk leidt tot meer Nederlandse productie, moeten we niet alleen de vraag organiseren maar ook zorgen dat de productiecapaciteit er daadwerkelijk komt. Ik zal zo meteen ook nog een motie hierover indienen.
Voorzitter. Dan betaalbaarheid. Ook daarover hebben we twee weken geleden uitgebreid gesproken. Het gaat dan wat mij betreft niet alleen over de gevolgen van dit wetsvoorstel, maar veel breder over de cumulatieve effecten op de energierekening van allerlei beleid en ontwikkelingen. We hebben inmiddels meer inzicht in de ontwikkeling van de energierekening. Dat is heel goed, maar er ontbreekt nog een goed overzicht van de beleidsknoppen — daar hebben we eerder ook een motie over ingediend met collega Van den Berg — bijvoorbeeld een beleidsknop om ook die betaalbaarheid te kunnen regelen. Of misschien beter gezegd: om de kosten te drukken. Ik denk dat het ons allemaal zou helpen om een beter beeld te krijgen. Daarom vraag ik de minister om zo snel mogelijk met een zo volledig mogelijk overzicht te komen. Kan de minister ook aangeven wanneer zij de motie, mede-ingediend door collega Van den Berg, kan afdoen? Ik begreep net dat hier ook nog voorstellen van PRO over komen, dus wellicht kan dit samen worden beetgepakt, om het ook af te doen.
Voorzitter. Dan de glastuinbouw. Ook dit derde punt is voor het CDA een belangrijk punt. Een aantal andere fracties hebben het ook heel nadrukkelijk naar voren gebracht: de gevolgen voor de glastuinbouw. Met Prinsjesdag is er wat meer duidelijkheid gekomen. Er komt compensatie voor de glastuinbouw voor de gevolgen van de bijmengverplichting, in ieder geval tijdelijk. Het is inderdaad tijdelijk. Maar voor ons is nog niet helemaal duidelijk wat die compensatie in de praktijk precies betekent en hoe die zich verhoudt tot het gezamenlijke pad richting 2040. De minister geeft aan dat ze samen met haar collega van LVVN en de sector wil komen tot een uitvoerbaar pad. We vinden het belangrijk dat dit ook echt in gezamenlijkheid gebeurt en dat de afspraken uit het convenant daarbij leidend blijven. Daarom nog twee concrete vragen aan de minister. Allereerst, in hoeverre ligt met het voorgenomen pad al vast dat de ETS2-opt-in voor de glastuinbouw er komt? Is er in de gesprekken met de sector nog daadwerkelijk ruimte om alternatieven in te brengen? En worden die alternatieven ook serieus meegewogen? Ten tweede, kan de minister toezeggen dat de inzet van haarzelf en haar collega van LVVN erop gericht zal zijn om samen met alle convenantspartijen tot dit uitvoerbare pad te komen, in lijn met de bedoeling van de motie-Flach/Grinwis, dus niet overgaan tot de genoemde opt-in voor de glastuinbouw, tenzij alle partners in het convenant hiermee instemmen?
Voorzitter. Naar aanleiding van dat eerste punt heb ik een motie.