Naar de inhoud
Uitspraken Fatihya Abdi, 28 sep
Wetgevingsoverleg · maandag 28 september 2026

Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1712 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan (Implementatiewet herziene Europese richtlijn mensenhandel) (36835)

Dank, voorzitter. We hebben het hier over mensenhandel, een van de meest ernstige en mensonterende misdrijven die we kennen. Dat daar hard tegen opgetreden moet worden, is evident. Om dat beter mogelijk te maken, hebben we hier in de Tweede Kamer niet al te lang geleden al de Wet modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel aangenomen, wat door meerdere collega's al genoemd is. Die ligt nu bij de Eerste Kamer. Die wet was de grote herziening van het mensenhandelartikel in ons strafrecht. Nu hebben we het over de wet waarmee de gewijzigde EU-richtlijn mensenhandel in ons strafrecht wordt opgenomen. Het daarin opnemen van specifieke vormen van uitbuiting kan een nuttige verduidelijking zijn. Dat ook het bereik van de strafbaarstelling van het misbruik maken van een slachtoffer van mensenhandel wordt uitgebreid, is prima. Ook in de uitbreiding van de rechtsmacht kunnen wij ons als fractie vinden. Kortom, deze implementatiewet kan op de steun van mijn fractie rekenen. Dat neemt niet weg dat we ook nog wat opmerkingen en wat kritische vragen hebben over hoe het nog beter kan. Laat ik beginnen met wat in de wet aan ons strafrecht wordt toegevoegd, namelijk gedwongen huwelijk, illegale adoptie en draagmoederschap. Voor een deel gaat het om op zich al strafbare feiten. Het wetsvoorstel voegt daar specifiek het element van uitbuiting aan toe. De vraag is wanneer er niet alleen sprake is van dwang tot trouwen, illegale adoptie of het draagmoederschap, maar ook nog van uitbuiting van die persoon. In de stukken bij dit wetsvoorstel worden daar wel voorbeelden van genoemd, maar dat gebeurt summier. Dat geldt ook voor de nieuwe strafbaarstelling van het gebruikmaken van álle diensten, niet alleen seksuele, van een slachtoffer van mensenhandel. Ook hier zijn de toelichtende voorbeelden summier. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel wijst er dan ook terecht op dat om de rechtspraak meer houvast te bieden, het nodig is om deze vorm van mensenhandel nader te duiden. Kan de minister daarop ingaan? Als het nodig is, mag dat wat mij betreft ook in een brief. Dan het non-punishmentbeginsel. Dat onderwerp speelde al bij de Wet modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel, en blijft heel erg actueel. Door het nu voorliggende wetsvoorstel gaat het beginsel van het niet-bestraffen van slachtoffers van mensenhandel nu namelijk ook gelden voor administratieve en bestuurlijke boetes. Er volgen dus niet alleen geen strafrechtelijke sancties als een slachtoffer tot het delict wordt gedwongen, maar het gaat ook gelden voor bestuursrechtelijke overtredingen in verband met prostitutie, zwartwerken et cetera. Ook de minister wil niet dat personen die als slachtoffer tot dit soort overtredingen worden aangezet, daarvoor gestraft worden. De vraag is echter of dit deel van het non-punishmentbeginsel wel genoeg is doorgedrongen tot alle bestuursorganen. De minister zegt toe met de relevante partijen in gesprek te gaan over het toepassen van het non-punishmentbeginsel, maar met de Nationaal Rapporteur Mensenhandel vraag ik me af of dat genoeg is. Worden instanties die boetes kunnen opleggen — denk aan gemeentes, de Arbeidsinspectie en de Belastingdienst — daarmee doordrongen van het non-punishmentbeginsel? In de Algemene wet bestuursrecht is al bepaald dat bestuursorganen geen boetes mogen opleggen voor overtredingen die niet aan de overtreder kunnen worden verweten. Ik heb geen zicht op hoe vaak bestuursorganen tot nu toe onterecht boetes aan slachtoffers van mensenhandel geven. Daarvan heeft de minister gezegd dat hij dit zou gaan monitoren. Is dat gebeurd en is daarnaast, analoog aan het strafrecht, een aanvulling van de Awb met het non-punishmentbeginsel voor slachtoffers van mensenhandel toch niet nuttig? Dan wil ik graag iets zeggen over de slachtoffers, te beginnen met een nationaal verwijsmechanisme voor slachtoffers. Het wetsvoorstel kent daarvoor wel een juridische grondslag, maar het NVM zelf moet nog ingericht worden. Ik sluit me wat dat betreft ook aan bij de vraag van collega Bikker, want Comensha moet, om slachtoffers in contact te kunnen brengen met passende opvang, zorg, bescherming en ondersteuning, wel signalen en gegevens van slachtoffers van alle betrokken instanties kunnen ontvangen en verwerken. Daarom vraagt Comensha om een wettelijke verankering van hun taken binnen het NVM, en een duidelijke grondslag voor gegevensdeling en gegevensverwerking. Kan de minister hierop ingaan? De richtlijn stelt eisen aan het vaststellen van slachtofferschap van mensenhandel. Volgens de minister voldoet Nederland daaraan; volgens de Nationaal Rapporteur Mensenhandel niet. Ik wil niet in een soort juridische welles-nietesdiscussie belanden, maar de schoen wringt voor mij wel bij het loskoppelen van het slachtofferschap van het meewerken aan de vervolging van de mensenhandelaren. De strikte koppeling tussen een verblijfstitel en het strafrechtelijk opsporingsverzoek vind ik ongewenst. Bij de bescherming en opvang van slachtoffers moeten de humanitaire overweging en de vraag hoe aannemelijk het slachtofferschap is het uitgangspunt zijn. Er wordt nog steeds verkend of vanuit het zorgdomein een partij kan worden aangewezen die ook de geringste aanwijzing van mensenhandel kan vaststellen en de vertrekplicht van de vreemdeling kan opschorten. Ook wordt nagedacht over een onafhankelijke commissie die buiten het strafrechttraject om het slachtofferschap kan vaststellen, maar dit horen wij al jaren. Wat is de stand van zaken? Wil de minister hier actie op ondernemen? Ik sluit me ook aan bij de vragen van de collega van het CDA over het tekort aan opvangplekken. Kan de minister hierop ingaan? Wat is daarin mogelijk? Tot slot, voorzitter. Slachtoffers van mensenhandel: het is een stille pandemie. Bij heel veel misdrijven zien we dat mensen veel eerder in beeld komen omdat ze overlast veroorzaken, zichtbaar in de samenleving zijn en meer geluid maken, maar bij de slachtoffers van mensenhandel zien we juist dat deze mensen in stilte lijden. Het gaat vaak om vrouwen, vrouwen die, als ze zich überhaupt bewust zijn van wat hun overkomen is, twijfelen over het zoeken van hulp, omdat dat consequenties heeft voor de mensen om hen heen, voor hun kinderen of voor familie die van hen afhankelijk is. De voorgaande sprekers hadden het vaak over een soort duisternis, over enge mannen die erachter zitten. De realiteit is veel diffuser. Heel veel slachtoffers van mensenhandel zijn mensen die eigenlijk beter zouden moeten weten. Denk aan nanny's die worden ingezet, terwijl ze eigenlijk uitgebuit worden. Ik denk aan mensen die hand-en-spandiensten verrichten, zoals schoonmaken. Denk aan de zaak die eerder speelde bij Saints & Stars, waar schoonmakers werden uitgebuit. Er zijn zo veel gevallen van mensenhandel waarbij we als samenleving eigenlijk beter zouden moeten weten, juist omdat de slachtoffers niet altijd in de positie zijn om hulp te kunnen vragen. Mijn vraag aan de minister is dus de volgende. Zelfs als we het goed geregeld hebben in de wet, welke cultuuromslag gaan we dan aanjagen om mogelijk te maken dat deze slachtoffers wel geholpen worden en dat er bewustwording komt in de Nederlandse samenleving van hoe wijdverbreid mensenhandel is? Je zou zelfs kunnen zeggen dat het een onderdeel van onze economie is. We hebben het eerder gedaan bij slachtoffers van intieme terreur, waarbij we de samenleving wijzen op wat de rode vlaggen zijn. Welke stappen kunnen we zetten om de zichtbaarheid van slachtoffers van mensenhandel, of het nou gaat om arbeidsuitbuiting, seksuele uitbuiting of criminele uitbuiting, waar de heer Verkuijlen terecht op wees, te vergroten? Het gaat ook om het bewustzijn in de samenleving. Waar kunnen we terecht als we vermoedens hebben dat er sprake is van uitbuiting? Ook hierover hoor ik graag iets meer van de minister. Tot slot ben ik ook benieuwd hoe vaak de minister eigenlijk zit met de politie en met het Openbaar Ministerie om te kijken hoe we de aanpak van mensenhandel veel gerichter en veel beter kunnen aanpakken. Met andere woorden: hoe vaak is het een prioriteit? Kan de minister daarop ingaan? Dank.

In hetzelfde debat

16 andere bijdragen
David van Weel minister van Justitie en VeiligheidDank, voorzitter. Er zijn inderdaad een hoop vragen gesteld, waarvan niet het merendeel juridisch getint. Ik zal proberen alle vragen zo goed mogelijk te beantwoorden, maar bij doorvragen zou ik toch ook willen verwijzen… David van Weel minister van Justitie en VeiligheidDank, voorzitter. Toch wil ik beginnen met mijn inleidende spreektekst. We bespreken vandaag een heel belangrijk en actueel onderwerp. Mensenhandel is een grove schending van mensenrechten, van het recht op lichamelijke … David van Weel minister van Justitie en VeiligheidIk ben het volledig eens met mevrouw Faber dat die verzwaringsgrond onderdeel moet uitmaken van de zaken waarbij ambtenaren betrokken zijn. Dat stel ik dus niet in Frage. Ik denk alleen dat we ervoor moeten waken dat we … David van Weel minister van Justitie en VeiligheidIk snap uw punt. Tegelijkertijd zie ik dus andere wegen om ervoor te zorgen dat artikel 44 wordt toegepast, bijvoorbeeld bij opsporings- of vervolgingsrichtlijnen zoals die worden uitgegeven, waardoor de individuele offi… David van Weel minister van Justitie en VeiligheidJa, zeker. Ik wijs er nog even op dat zelfs als het amendement van mevrouw Faber zou worden aangenomen, het nog steeds aan de officier van justitie is om dat ten laste te leggen. Daar is dus eigenlijk geen verschil in. D… David van Weel minister van Justitie en VeiligheidDank, voorzitter. Daar waren een hoop vragen over van een hoop mensen. Ik moet eerlijk zeggen dat het ook wel ingewikkeld is. Dat komt deels door de taken die voortvloeien uit deze richtlijn en deels door de taken die, i… David van Weel minister van Justitie en VeiligheidJa, dat klopt, en dat hangt samen met de discussie over het opvangconcept, die nog loopt. Daaruit zal namelijk ook blijken welke wettelijke grondslag benodigd is om dit sluitend te maken. Vandaar de korte ophouding. Dat … David van Weel minister van Justitie en VeiligheidHet antwoord daarop is ja. Ik geef toe dat ook ik niet voor niks heb voorgelezen, want het is best complex om bij de verschillende taken, al dan niet voortvloeiend uit deze implementatierichtlijn, te weten wat we nou voo… David van Weel minister van Justitie en VeiligheidJa. Daar waren een hoop vragen over, en terecht, denk ik. Het is een belangrijk uitgangspunt als we willen dat er schot komt in de opsporing en de aangiftebereidheid in dit soort zaken. Mevrouw Belhirch vroeg of het non-… David van Weel minister van Justitie en VeiligheidJa, daar zijn een hoop vragen over gesteld en ik denk ook dat dat terecht is, want uiteindelijk kunnen wij wetten maken, maar als we niet in staat zijn om dat ook te vertalen naar de uitoefening door de opsporingsdienste… David van Weel minister van Justitie en VeiligheidDaar komt de minister heel graag op terug in de voortgangsrapportage voor het einde van het jaar. Heel specifiek: ik kan me voorstellen dat de samenloop van zaken, juist omdat we bij de ondermijnende criminaliteit in Ned… David van Weel minister van Justitie en VeiligheidJa, het scherpe zwaard. Ja, al denk ik dat het overgrote deel van het in handen geven van het instrumentarium al zit in het wetsvoorstel dat ik vorige week in de Eerste Kamer heb besproken. Dat behelst die modernisering.… David van Weel minister van Justitie en VeiligheidBij seksuele uitbuiting zal dat ook altijd afhankelijk zijn van de medewerking van in dit geval het slachtoffer. Ik ben zelf mee geweest met de politie in Den Haag. Ik ben in een sociale huurwoning geweest waar in dit ge… David van Weel minister van Justitie en VeiligheidKeuzes in de opsporing zijn altijd aan het gezag. Dat zal op basis van deze wetten aan de slag gaan. Ik stel me voor dat we bij de evaluatie van het wetsvoorstel meenemen in hoeverre we dit effect hebben zien optreden en… David van Weel minister van Justitie en VeiligheidWe kunnen dat gezamenlijk meegeven. Tegelijkertijd zal de keuze voor een individuele opsporingszaak elke keer aan het lokale gezag zijn. Dat zijn wij weer niet, dus men zal toch altijd lokaal de afweging maken: wat heeft… David van Weel minister van Justitie en VeiligheidOok voor die discussie verwijs ik door naar het wetsvoorstel waar we het vorig jaar over hebben gehad. Daar zat die verlaging van de bewijslast, het verruimen van delictsomschrijvingen en het opschonen van het botte mes …