Dank u wel, voorzitter. Allereerst, wat geen verrassing is: ik begin met de compensatie. We hebben inmiddels Kamerbreed twee moties aangenomen en wij hebben samen met PRO een aantal schriftelijke vragen over de compensatie gesteld. Het gaat om pensioendeelnemers tussen de ongeveer 40 jaar en 60 jaar, voor wie juist compensatie was bedoeld vanwege het nadeel dat ze door de transitie kunnen ondervinden. Inmiddels is er ook veel media-aandacht geweest voor de duizenden mensen die tussen wal en schip dreigen te vallen omdat zij net op het verkeerde moment van baan zijn gewisseld of omdat zij juist in deze periode werkloos zijn geworden. De communicatie hierover is, zeker in de beginfase, onvoldoende geweest. Ook nu zullen veel mensen zich nog niet realiseren dat zij door een baanwissel compensatie kunnen mislopen.
Voorzitter, ik zal het kort houden. Het CDA wil de minister nogmaals nadrukkelijk vragen om te onderzoeken of er toch een oplossing mogelijk is. Ik denk dat dit aanvullend is op wat mijn collega van PRO zei en wat verschillende collega's hebben benadrukt. Misschien kunnen we niet aan iedereen recht doen, omdat de groep lastig af te bakenen is. Wij willen echter dat alle mogelijke oplossingsrichtingen goed in beeld worden gebracht, zodat de Kamer vervolgens kan beoordelen of er toch een oplossing denkbaar is die zowel rechtvaardig alsook uitvoerbaar is. Kan de minister toezeggen hiermee aan de slag te gaan?
Voorzitter. Mijn tweede punt gaat over het nabestaandenpensioen. Als iemand overlijdt, komt een gezin vaak al in een moeilijke periode terecht. Juist dan moet je niet ook nog voor financiële verrassingen komen te staan. Daarom is het goed dat het kabinet maatregelen neemt om te voorkomen dat mensen na het einde van hun dienstverband onbedoeld zonder dekking voor het nabestaandenpensioen komen te zitten. Het gaat niet alleen om de vraag of er dekking is, maar ook hoe hoog die dekking is. Uit onderzoek van de AFM blijkt dat de hoogte van het partnerpensioen in de nieuwe regelingen behoorlijk kan verschillen. Dat betekent dat mensen kunnen denken dat hun partner goed verzorgd achterblijft, terwijl de werkelijkheid anders uitpakt.
Sociale partners spreken de hoogte van het partnerpensioen af, maar werknemers moeten nog wel kunnen begrijpen wat die keuze betekent voor hun eigen gezin. Kan een deelnemer bij een relatief lage dekking zelf kiezen voor extra bescherming? Als dat niet kan, vindt de minister dan ook dat deelnemers actief moeten worden gewezen op de mogelijke inkomensachteruitgang voor hun partner en op mogelijkheden om zich aanvullend te verzekeren? Voor het CDA moet deze informatie helder en begrijpelijk beschikbaar zijn. Het is wat ons betreft te mager als mensen zelf allerlei pensioenoverzichten naast elkaar moeten leggen om te ontdekken of hun gezin financieel voldoende beschermd is.
Tot slot het pensioenadvies. De minister heeft daar ook een brief over geschreven. Mensen moeten bij hun pensionering keuzes maken met gevolgen voor de rest van hun leven. Goede persoonlijke begeleiding is dan geen luxe. Juist daarom vindt het CDA dat persoonlijk pensioenadvies beter beschikbaar moet zijn via de werkgever. Goed advies helpt mensen bij keuzes over eerder stoppen met werken, langer doorwerken of hun inkomen na pensionering. Het kan ook bijdragen aan het verkleinen van de pensioenkloof, bijvoorbeeld door vrouwen eerder inzicht te geven in de gevolgen van deeltijdwerk, loopbaanonderbrekingen of een scheiding.
De minister wil pensioenadvies via de werkgever niet belastingvrij maken en laat daarmee een vreemd verschil bestaan. Advies van de pensioenuitvoerder kan onbelast zijn, terwijl een bijna vergelijkbaar advies via de werkgever belast kan worden. Voor het CDA zou het moeten gaan om de kwaliteit en de inhoud van het advies, maar niet om wie het advies geeft. Deelt de minister het belang dat mensen laagdrempelig advies over hun pensioen moeten krijgen? Als een generieke fiscale uitzondering niet wenselijk is, welke mogelijkheden ziet hij dan wel om persoonlijk pensioenadvies via de werkgever beter bereikbaar te maken? De staatssecretaris wijst in zijn brief bijvoorbeeld op de werkkostenregeling. Is de minister bereid te onderzoeken of die route beter benut kan worden, of ziet hij andere mogelijkheden om werknemers gemakkelijker toegang te geven tot persoonlijk pensioenadvies? Welke concrete opties ziet het kabinet verder om dit advies toegankelijker te maken?
Uitspraken Elles van Ark, 10 sep