Commissiedebat · donderdag 10 september 2026
Pensioenonderwerpen
Hans Vijlbrief
minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Kamer voor het ongelofelijk interessante debat. Ik zat dit net in de schorsing voor te bereiden en toen dacht ik: waarom is dit nou zo'n interessant onderwerp? Dat is zo omdat het vol zit met allerlei dilemma's. Dat hoorde ik ook in de bijdragen van de leden van de Kamer. Ik herken ze ook allemaal. Wie gaat eigenlijk over de beleggingen? Dat zijn wel de besturen van de pensioenfondsen, en niet ik. Wie gaat erover hoeveel informatie wordt verschaft? Je ziet de Kamer, en ook ikzelf, dan twijfelen: waar ligt dan precies de rol van de overheid en waar ligt dan precies de rol van die fondsen? Ik was getroffen door het pleidooi van mevrouw Michon. Zij pleit voor de uitbreiding van pijler 2-pensioenen, ook voor mensen bij wie dat niet automatisch gaat. Dat vind ik een hele interessante gedachte, terwijl ik er 20 jaar of 30 jaar geleden als goed geaarde liberaal nog voor was om die hele pijler 2-pensioenen helemaal vrij te maken. Nou, zover zijn we inmiddels dus met elkaar gekomen. Het zit vol met dilemma's. De Kamer vraagt vaak om extra toezicht, maar tegelijkertijd om lagere toezichtlasten. Het zit er helemaal vol mee. Dit is niet bedoeld als een jij-bak, maar hiermee wil ik wel aangeven hoeveel dilemma's dit dossier kent. Dat zie je gewoon in het gesprek dat wij hebben.
Ik zal in vier blokjes antwoorden. Ik zal beginnen met de compensatie voor de mensen die zijn overgegaan en daar financieel onder lijden. Dan zal ik wat zeggen over de stand van zaken bij de transitie. Daarna zal ik wat zeggen over rendementen en dan heb ik nog een mapje overig.
Ik begin bewust met die compensatie, want dit zit ook mij heel erg dwars. Iedereen die mij heeft zien opereren in Groningen weet dat ik altijd probeer om in ingewikkelde dossiers uiteindelijk toch terug te gaan naar wat het voor mensen betekent, en dit betekent voor een fors aantal mensen een probleem. Overigens — dan ga ik toch maar weer terug naar de verantwoordelijkheden — is daar toen naar gekeken: doen we het met big bangs of gespreid? Er is bewust gekozen voor deze methode van overgang. Er waren inderdaad anderen, zoals mevrouw Van Brenk zei, die pleitten voor spreiden, maar er is bewust gekozen voor deze methode en daar is dit het gevolg van. Dat is heel vervelend en heel naar. Ik ga niet alle voorbeelden benoemen van situaties waarin een probleem kan ontstaan. Het is ook vervelend dat ik nu geen antwoord kan geven op de vraag om hoeveel mensen het precies gaat, maar dat kan ik niet omdat niemand dat heeft bijgehouden. Dus ja, dan kun je gaan roepen dat het een schande is dat de minister dat niet direct kan vertellen, maar dat is gewoon niet bijgehouden. En ik kan geen getallen maken. Dat wil echter niet zeggen dat we hier niet toch iets aan moeten doen. Wat we tot nu toe hebben gedaan, heeft blijkbaar niet gewerkt. Die constatering is duidelijk. Ik deel die frustratie dus. Er zijn meerdere gesprekken geweest met sociale partners die de pensioenfondsen besturen. Zij komen zelf tot de conclusie: wij weten het niet. Ja, er zijn wel varianten. Ik weet van de petitie die van de week is aangeboden. Daar zitten drie opties in, maar die opties zijn allemaal groot, ingrijpend en duur en brengen ook weer andere gevolgen met zich mee.
Wat ik de Kamer daarom zou willen voorstellen, is om nu toch aan de regeringscommissaris transitie pensioenen te vragen om hier een advies over uit te brengen. Je moet daar niet al te lang over doen. Ik moet even met mevrouw in gesprek over hoe we dat precies gaan doen, maar als de Kamer dat ook een goed idee vindt — ik zie Kamerleden knikken — dan gaan we dat doen. We gaan dan op korte termijn aan haar advies vragen. Ik zeg er wel bij dat de kans dat daar een makkelijke oplossing uitkomt, niet groot is. Dat ik dat gezegd heb, staat nu geboekstaafd. Die is er namelijk niet. Dat kun je ook zien aan die opties. Er is geen makkelijke oplossing. Blijkbaar vinden mensen het vervelend dat ik dat zeg, maar het zijn toch echt de feiten. Als de Kamer het daarmee eens zou zijn, ga ik haar dus benaderen en aan haar vragen of zij dit wil doen. Dan is het, denk ik, even de vraag hoelang zij daarvoor nodig heeft. Ik hoor hier: uiterlijk november. De volle omvang van dit probleem is natuurlijk pas helder als de transitie is afgerond. Dat maakt het allemaal nog ingewikkelder, maar we gaan het allemaal doen. Ik zal aan haar vragen om daarbij alle initiatieven mee te nemen die uit het publiek zijn gekomen en die in de petitie staan die van de week is aan de Kamer is aangeboden. Ik zal aan haar vragen om hoeveel het nou precies gaat en of je daar een iets betere slag naar kunt slaan, want ik begrijp die vraag van de Kamer best. Dit lijkt mij de weg voorwaarts. Nogmaals, succes is niet verzekerd. Het alternatief is dat ik die sociale partners zelf nog een keer door elkaar ga rammelen en ga zeggen: jullie moeten een oplossing vinden. Dat is echter al twee keer gedaan door mensen die minstens zo duidelijk zijn als ik, en daar komt geen oplossing uit. Geef haar dus even de kans om dit goed te bestuderen en in dezen naar een oplossing te zoeken.