Notaoverleg · maandag 21 september 2026
Initiatiefnota van het lid Dobbe over de zorg voor slachtoffers van seksueel geweld
Ingrid Coenradie
JA21
Heel veel dank aan deze commissie voor deze gelegenheid.
Voorzitter. Allereerst wil ik mijn grote dank en waardering uitspreken richting mevrouw Dobbe voor het maken van deze uitgebreide initiatiefnota. Ik heb deze met veel belangstelling gelezen en kan mij in heel veel van de voorstellen vinden. De zorg voor slachtoffers van seksueel geweld is een onderwerp dat mij ook zeer aan het hart gaat.
Ik ben diep onder de indruk van de inzet van de Centra Seksueel Geweld voor deze kwetsbare vrouwen. De casemanagers bij de CSG's, de Centra Seksueel Geweld, zijn echte vertrouwenspersonen voor slachtoffers en coördineren de zorg en hulp voor verschillende disciplines. Zij doen dus onmisbaar werk. Tegelijkertijd zie en erken ik ook de druk waar zij tegenaan lopen. Het is heel goed dat er sinds de invoering van de Wet seksuele misdrijven op 1 juli 2024 meer meldingen zijn gedaan. Tegelijkertijd nemen de capaciteitsvraagstukken toe, zowel bij het CSG als bij de zedenrecherche. Daar komt bij dat er ook grote zorgen zijn over de financiële positie van de CSG's en de verschillen tussen de regio's. Wij steunen de CSG's en de initiatiefnemer volledig in het punt dat het niet uit zou mogen maken waar je woont om te bepalen welke zorg en hulp je als slachtoffer krijgt. We zijn dan ook blij dat het kabinet de komende drie jaar 2 miljoen extra beschikbaar stelt voor de CSG's. Maar we zijn er wel van overtuigd dat dit niet genoeg is. Het CSG heeft eerder bij ons aangegeven dat hier meer voor nodig is, zeker als we ook meer willen doen om ook de zedenrecherche te ontlasten. Wij zouden namelijk graag zien dat het CSG gedeeltelijk zedenzaken van de zedenrecherche kan overnemen, in de vorm van een volledig ingericht landelijk meldpunt voor slachtoffers van seksueel geweld. Dit zou je in de vorm van bijvoorbeeld de Filomena-aanpak kunnen doen: meerdere plekken in het land waar slachtoffers laagdrempelig kunnen binnenlopen. Hoe kijkt de initiatiefnemer hiernaar? Graag ook een reactie van de minister hierop.
Voor slachtoffers is het namelijk zo enorm belangrijk dat zij snel passende en toegankelijke hulp en ondersteuning kunnen krijgen en dat zij het liefst maar één keer hun verhaal hoeven te doen. Mede daarom heb ik ook de motie ingediend om één centrale intake- en triagefunctie te organiseren binnen zedenzaken. In de recente beantwoording van mijn Kamervragen wordt aangegeven dat er een gezamenlijke aanpak, triage en regie is. Maar in hoeverre voldoet dit aan het dictum van de zojuist genoemde motie? Daarin wordt namelijk aangegeven dat er nog steeds verschillende toegangspunten zijn en dat er afstemming tussen organisaties nodig is. Dit willen we toch juist voorkomen?
Mijn vraag is ook: hoe borgen we nou dat als slachtoffers aangifte willen doen, zij ook maar één keer hun verhaal hoeven te doen? Iedereen erkent het belang hiervan, maar ik heb grote twijfels over de uitvoering in de praktijk. Ook blijven wij signalen horen dat slachtoffers te horen krijgen dat aangifte doen geen zin heeft. Hoe borgen we dat dit soort uitspraken door hulpverleners niet meer worden gedaan en dat aangifte doen altijd zin heeft?
JA21 onderschrijft het belang van goede hulpverlening aan slachtoffers van seksueel geweld. Wij erkennen uiteraard de problematiek van de lange wachtlijsten binnen de ggz. We willen vooral aan het kabinet vragen om te kijken naar wat wél kan en om dit vervolgens ook te gaan doen. In de reactie wordt niet echt ingegaan op het idee van mevrouw Dobbe over digitale hulp en het buddysysteem. Kan de minister daar alsnog op reageren en overweegt zij ook de genoemde pilots? Ik begrijp dat de minister verwijst naar de steunpunten uit het AZWA, maar die zijn nog niet overal ingevoerd, dus wat doen we dan in de tussentijd? Het lijkt me ook niet dat hier altijd mensen met ervaring met seksueel geweld naartoe gaan. Graag een reflectie hierop van de initiatiefnemer en de minister.
Ook zouden we creatiever moeten kijken naar de personeelstekorten onder forensische artsen. Het is goed dat het kabinet hier aandacht voor heeft, maar we zouden misschien nog wel iets meer kunnen doen. In elke regio werkt het wellicht weer anders, maar we zouden kunnen kijken of we bijvoorbeeld tijdelijk extra forensische artsen kunnen wegroepen bij de GGD's of de organisaties van Veilig Thuis.
Voorzitter. Ik heb nog een paar vragen over de opvang van vrouwen. Dit is gelijk weer een mooi haakje om te vragen naar de status van mijn motie over afkoelhuizen voor daders. Kan de minister daar een update van geven? Ook zou ik graag meer duidelijkheid willen over de 10 miljoen euro uit de Miljoenennota die staat genoemd onder "vrouwenopvang of de Filomena-aanpak". Gaat het volledige bedrag naar Filomena of is er nog een onderscheid te maken tussen specifieke nachtopvangplekken?
Tot slot steunen wij de oproep volledig om meer te focussen op de aanpak van online seksueel geweld. Dit is een groeiend probleem. De opsporing en vervolging zijn vaak nog lastig, maar ze verdienen onze volle aandacht en prioriteit.
Nogmaals, heel veel dank aan mevrouw Dobbe voor dit initiatief, voor dit hele mooie voorstel. Het is heel fijn om het hierover te hebben. Ook wij zullen ons hier namens JA21 zeker voor blijven inzetten.
Dank.