Notaoverleg · maandag 21 september 2026
Initiatiefnota van het lid Dobbe over de zorg voor slachtoffers van seksueel geweld
Voorzitter. Ze was 30 weken zwanger toen ze bij mij op spreekuur kwam. Ze bezocht al jaren zorgverleners vanwege lichamelijke en mentale klachten. Onderzoek na onderzoek volgde, maar niemand vond de oorzaak. Na een groepsvoorlichting over seksueel en huiselijk geweld durfde ze uiteindelijk aan mij te vertellen dat ze al jaren seksueel geweld meemaakte binnen haar huwelijk. Jarenlang hield zij zich stil uit schaamte en jarenlang misten wij als zorgverleners de signalen. Dit voorbeeld laat zien hoe belangrijk het is dat seksueel geweld vroegtijdig wordt herkend, want iemand moet niet pas op de juiste hulp kunnen rekenen wanneer die zichzelf als slachtoffer meldt. Zorg- en hulpverleners moeten beter worden toegerust om signalen te herkennen, om het gesprek veilig te voeren en om passende expertise in te schakelen.
Daarom allereerst heel veel dank aan mevrouw Dobbe en haar team voor deze ontzettend belangrijke nota en voor het centraal stellen van de ervaringen van slachtoffers. Mijn vraag is dan ook: hoe kan deskundigheidsbevordering volgens haar het beste worden geborgd? De vorige staatssecretaris kondigde aan dat uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026 een plan voor structurele deskundigheidsbevordering zou verschijnen, maar dat plan heb ik nog niet gezien. Wanneer ontvangt de Kamer dat, zo vraag ik de minister. Worden daarin ook veilig doorvragen, cultuursensitief werken en de communicatie met mensen met een beperking meegenomen?
Voorzitter. Nederland moet uiterlijk in 2027 voldoen aan de Europese richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. GREVIO constateert ondertussen tekortkomingen in de toegankelijkheid, de capaciteit en de specialistische hulp. Welke aanbevelingen en verplichtingen staan nog open, welke stappen zijn voor juni 2027 nodig en is de jaarlijks beschikbare 2 miljoen daarvoor voldoende, zo vraag ik de minister.
Het Centrum Seksueel Geweld vervult een onmisbare rol. De structurele financiering van 1,8 miljoen euro is een heel belangrijke stap, maar de centra waarschuwen toch voor structurele onderfinanciering, tijdelijke subsidies en groeiende regionale verschillen. Het mag niet van je postcode afhangen welke hulp je krijgt. Slachtofferondersteuning wordt in verschillende regio's grotendeels vanuit de Wmo gefinancierd. Daardoor ontstaan verschillen in capaciteit en aanbod. Beperkte Wmo-middelen leiden tot knelpunten in casemanagement, netwerkcoördinatie en outreachende mogelijkheden. Heeft het kabinet onderzocht of de huidige Wmo-financiering in iedere regio toereikend en structureel passend is om de verplichtingen uit de Europese richtlijn uit te voeren? Zo nee, wil de minister dit voor de wettelijke verankering van de richtlijn alsnog inzichtelijk maken? En is zij bereid om aanvullende structurele financiering buiten de bestaande Wmo-middelen te organiseren als gemeenten de noodzakelijke ondersteuning hieruit niet kunnen betalen? Is de minister daarnaast bereid om de financiering van het landelijke en regionale CSG-netwerk structureel te borgen en te laten meegroeien met het aantal hulpvragen? Want bekendheid is nog niet hetzelfde als toegankelijkheid. Kan iemand met een lichamelijke beperking een locatie binnenkomen? Hoe kan iemand die laaggeletterd is of de Nederlandse of Engelse taal niet goed spreekt de juiste informatie tot zich nemen en rekenen op professionele tolken? Mijn vraag aan mevrouw Dobbe is hoe zij de toegankelijkheid concreet wil borgen. Is zij het met ons eens dat de overheid hiervoor verantwoordelijk is en de CSG's daarvoor voldoende middelen en ondersteuning moet bieden? Aan de minister vraag ik: wordt onderzocht welke groepen nu onvoldoende worden bereikt? En komt er een gerichte aanpak samen met informele organisaties en de vertegenwoordigende organisaties?
Voorzitter. Mensen met een verstandelijke beperking zijn extra kwetsbaar voor seksueel geweld, binnen en buiten de zorg. Door afhankelijkheid en beperkte mogelijkheden om te communiceren kunnen zij bovendien moeilijker om hulp vragen. Dat geldt ook voor jongeren in de jeugdzorg. PRO pleitte eerder voor gespecialiseerde vertrouwenspersonen en meer inspectietoezicht. Die aangenomen moties zijn niet uitgevoerd, terwijl de IGJ nu opnieuw moet bezuinigen. Mijn collega Westerveld en mevrouw Dobbe dienden hierover twee weken geleden opnieuw een motie in. Wordt deze aangenomen motie deze keer wel uitgevoerd? Wanneer krijgt de Kamer daar inzicht in? Hoe houdt de IGJ zicht op seksueel geweld dat niet wordt herkend of gemeld, juist wanneer een cliënt zelf niet kan vertellen wat er gebeurt? Houdt de inspectie voldoende capaciteit voor proactief toezicht en zelfstandig onderzoek?
Zal ik even een pauze inlassen? Ik zie namelijk dat er een interruptie is.