Notaoverleg · maandag 21 september 2026
Initiatiefnota van het lid Dobbe over de zorg voor slachtoffers van seksueel geweld
Dank, voorzitter. Ik begin even met het volgende. Mevrouw Becker gaf het ook al aan. Ik snap dat het met zo veel vrouwen hier soms een beetje naar één kant wordt getrokken, maar niet alleen vrouwen zijn slachtoffer van seksueel geweld. Dat overkomt ook mannen en zeker jonge jongens. Ik denk dat het wel belangrijk is om dat goed duidelijk te hebben.
Allereerst wil ik mevrouw Dobbe bedanken voor deze initiatiefnota, want het is echt goed dat we hier met zo veel mensen over spreken vandaag. Elke stap die gezet wordt om slachtoffers van seksueel geweld te helpen, is er één. Dat is belangrijk.
Voor mij persoonlijk is het niet alleen een politiek onderwerp. Ik hoor hier heel vaak: slachtoffers moeten niet te vaak opnieuw hun verhaal vertellen. Maar ik denk dat het vooral heel belangrijk is dat mensen hun verhaal überhaupt vertellen. Zelf ben ik op mijn 13de onder mijn kleding seksueel betast door een volwassene. Ik ben toen bevroren. Ik heb eigenlijk niet gereageerd. Ik bleef maar doorpraten over mijn verzorgpony's, totaal in shock en overvallen. Ik heb er jarenlang, eigenlijk decennialang, met niemand over gesproken, ook al dacht ik er de eerste jaren wel elke dag aan, maar vooral aan hoe ik gereageerd had, of eigenlijk niet gereageerd had. Daarnaast is er schaamte. Je weet niet hoe je zoiets moet vertellen. Je bent bang voor de reacties in je omgeving, bang dat je niet geloofd wordt. Ik weet precies hoe dat werkt. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we niet alleen praten over goede hulp na seksueel geweld, maar juist ook over het bereiken van kinderen en jongeren. Het gaat erom dat zij echt weten: datgene wat gebeurd is, is niet jouw schuld. Vertel het aan iemand. Praat erover, want jij kunt er niets aan doen. Je hoeft je ook echt niet te schamen. Als daardoor ook maar één kind of jongere hiervoor behoed wordt en door deze boodschap de moed vindt om het aan iemand te vertellen, is dat ontzettend belangrijk. Het kan het verschil maken.
Seksueel geweld is afschuwelijk. Het is een afschuwelijke vorm van geweld, waar nog altijd te veel mensen, wel in het bijzonder vrouwen, mee te maken krijgen. De gevolgen, lichamelijk en mentaal, zijn enorm. Daarom wil ik één ding heel duidelijk zeggen: seks hoort vrijwillig, wederzijds en gelijkwaardig te zijn. Alleen een enthousiaste ja is een ja, een ja die vrij gegeven wordt, zonder druk, zonder dwang en zonder misbruik van afhankelijkheid of macht. Geen nee zeggen is niet hetzelfde als ja. Bevriezen is geen ja. Toegeven omdat iemand blijft aandringen is ook geen enthousiast instemmen. En boven alles: seksueel geweld is absoluut nooit de schuld van het slachtoffer. Te veel slachtoffers vragen zich nog steeds af: had ik duidelijker nee moeten zeggen? Of had ik iets anders moeten doen? Had ik het kunnen voorkomen? Die schuld hoort niet bij het slachtoffer. Die hoort bij degene die over de grens ging. Die schuld ligt altijd bij de dader.
Voorzitter. Alle slachtoffers verdienen onze steun, begrip en goede hulp. BBB heeft daarom heel veel waardering voor deze initiatiefnota. Veel voorstellen spreken ons aan, waaronder nadrukkelijk het voorstel om slachtoffers van seksueel geweld uit te zonderen van het eigen risico. Wie medische of psychologische hulp nodig heeft vanwege wat hem of haar is aangedaan, zou daarvoor wat ons betreft niet ook nog eens de rekening gepresenteerd moeten krijgen. Juist bij slachtoffers, die vaak al worstelen met schaamte en schuldgevoelens, moeten we elke onnodige drempel naar hulp wegnemen. Ook de voorstellen voor stabiele financiering van de Centra Seksueel Geweld, betere mentale ondersteuning, opvang en betere bekendheid van het hulpaanbod vinden wij waardevol. Over de uitbreiding van de capaciteit van de zedenrecherche hebben wij nog wel een praktische vraag. De initiatiefnemer schrijft zelf terecht dat dit niet ten koste mag gaan van andere politietaken. Mevrouw Coenradie deed hier zojuist al een suggestie voor, waar ik me bij aansluit. Hoe kijkt de initiatiefnemer aan tegen de suggestie om een deel van die taken bij de centra neer te leggen? Ik zou daar een reflectie op willen vragen.
Daarnaast vraag ik mij af hoe zij het verder concreet voor zich ziet. Bij de politie, het OM en de rechtspraak zijn er nu namelijk al tekorten. Waar komen die mensen dus vandaan? Hetzelfde geldt natuurlijk voor de forensische geneeskunde. Jaarlijks beginnen er te weinig artsen aan de opleiding forensische geneeskunde. Dat moet anders. Hoe gaan we dat aanpakken?
Ik vraag mij ook af wat de initiatiefnemer concreet verstaat onder een actieve inzet om dit tekort terug te dringen. Hoe zorgen we ervoor dat de beleidskeuzes het vak juist aantrekkelijker maken voor jonge artsen?
Tot slot. Dit werd net ook al benoemd: online seksueel geweld, nieuwe technologie en AI maken het steeds eenvoudiger om levensecht seksueel beeldmateriaal te vervaardigen en te verspreiden. Een aantal van ons heeft dat volgens mij aan den lijve ondervonden. De nota wijst terecht op de mogelijkheden om verwijderbevelen uit te breiden. Wat ons betreft verdient de bescherming van slachtoffers hiervan blijvende prioriteit.
Dank.