Plenair debat · woensdag 9 september 2026
Wijziging van de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht in verband met de implementatie van de herziening van de richtlijn luchtkwaliteit (36879)
Bart Bikkers
VVD
Voorzitter, dank u wel. Schone lucht is belangrijk voor gezondheid van mensen, voor een prettige leefomgeving en voor een Nederland waarin mensen gezond kunnen wonen en werken. Daarom is het goed dat we vandaag spreken over de implementatie van de herziene Europese richtlijn.
Voorzitter. Dit debat gaat wat de VVD betreft ook over iets anders, namelijk over de manier waarop we Europese regels in Nederland uitvoeren. We kennen in Nederland de neiging om Europese regels soms net wat strenger te maken, met extra eisen, extra verplichtingen en extra regeldruk. Uiteindelijk zullen het bedrijfsleven, inwoners en medeoverheden daar de rekening voor betalen. Dat moeten we voorkomen.
Het wetsvoorstel dat vandaag voorligt, is gelukkig beperkt van aard. Het gaat om de noodzakelijke technische wijzigingen van de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht om de Europese richtlijn te kunnen implementeren. Uit het wetsvoorstel zelf volgen geen extra verplichtingen of lasten voor bedrijven, burgers en overheden. De heer Russcher zei het al: we zullen gewoon moeten voldoen aan de Europese richtlijn. Ook de Raad van State had technisch geen opmerkingen. Wat dat betreft kunnen wij deze wet steunen.
Voorzitter. De echte politieke keuze wordt vandaag niet gemaakt. Die komt bij de verdere uitwerking van deze richtlijn. Daar heeft de VVD graag vandaag wat duidelijkheid over.
Voorzitter. De Europese richtlijn scherpt de normen vanaf 2030 fors aan. De grenswaarde voor stikstofdioxide gaat bijvoorbeeld van 40 naar 20 microgram per kubieke meter. Ook voor fijnstof worden de normen aangescherpt. De VVD begrijpt waarom we dit doen: luchtverontreiniging heeft gevolgen voor de gezondheid. Waar de luchtkwaliteit onvoldoende is, moeten we die verbeteren. Maar Europese normen implementeren betekent wat ons betreft niet automatisch dat Nederland daar nog een schep bovenop moet doen. Daarom mijn eerste vraag aan de staatssecretaris. Kan zij vandaag heel duidelijk toezeggen dat Nederland deze richtlijn een-op-een implementeert? Dus geen strengere normen via de achterdeur en geen aanvullende nationale verplichtingen zonder aantoonbare noodzaak. En als Nederland gebruik wil maken van nationale beleidsruimte, kan de staatssecretaris dan toezeggen dat zij binnen die maatregelen inzichtelijk maakt wat rechtstreeks Europees verplicht is en waar Nederland toch die beleidsruimte zou moeten gaan gebruiken?
Voorzitter. Ik vind dat belangrijk, want als wij in Nederland strengere regels invoeren dan onze buurlanden, dan moeten we daar wel goede redenen voor hebben. Ik wil daarom een harde toezegging van de staatssecretaris dat Nederland niet verder gaat dan Europees noodzakelijk, tenzij daar duidelijk een zwaarwegende onderbouwing voor bestaat die wij als Kamer ook kunnen inzien.
Voorzitter. De nieuwe normen zijn niet alleen een milieuvraagstuk. Ze kunnen ook gevolgen hebben voor de manier waarop we Nederland inrichten. Want wat gebeurt er als er op een bepaalde plek een nieuwe norm wordt overschreden? Dan kan er een routekaart nodig zijn, dan zijn er maatregelen nodig en die maatregelen kunnen gevolgen hebben voor vergunningverlening, woningbouw, infrastructuur, mobiliteit en het bedrijfsleven. Dat is precies waarom de VVD wil voorkomen dat die luchtkwaliteit een nieuw slot wordt op de ontwikkeling van Nederland. De heer Russcher sprak er ook al over. We willen woningen bouwen. We willen bedrijven de ruimte geven om te investeren. We willen Nederland bereikbaar houden. We willen tegelijkertijd de lucht schoner maken. Die belangen hoeven niet tegenover elkaar te staan, maar dat vraagt wel om goede keuzes.