Plenair debat · woensdag 9 september 2026
Wijziging van de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht in verband met de implementatie van de herziening van de richtlijn luchtkwaliteit (36879)
Ani Zalinyan
PRO
Ik zou de heer Bikkers willen uitnodigen om samen met mij ambitieus te zijn en juist te gaan strijden voor de gezondheid van de Nederlanders. Ik wil hem vragen om daarvoor te gaan staan, want die gezondheid staat voor mij voorop.
Ik vervolg mijn betoog. De gevolgen zijn groot, vooral voor kinderen. Een op de zes kinderen met astma heeft deze ziekte gekregen door luchtvervuiling. Kinderen die opgroeien in vervuilde lucht hebben bovendien een grotere kans op astma en minder goede longontwikkeling. Wij zijn blij met iedere verbetering, maar we zijn wel pas tevreden als de lucht die onze kinderen inademen, daadwerkelijk gezond is.
We weten ook waar de oplossing ligt. De industrie moet verder verduurzamen met strengere emissienormen, effectieve handhaving en strikte toepassing van het BBT-beginsel. Maar ook de veehouderij speelt een belangrijke rol. Intensieve veehouderijen stoten namelijk fijnstof en ammoniak uit. Er ligt nu eindelijk een pakket dat hier wat aan doet, zodat de natuur ook kan herstellen. Maar ook hier moeten we de volksgezondheid centraler stellen bij vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dankzij de emissieregels die Europa voorschrijft voor nieuwe auto's, wordt het wegverkeer ook schoner.
Voorzitter, verbetering is mogelijk. Maar dat betekent ook dat we geen excuus hebben om stil te blijven staan, nu we weten dat beleid de lucht schoner maakt en de gezondheid van kinderen en volwassen beschermt. Dan moeten we ook de bereidheid hebben om door te pakken. Dit weten we overigens al heel lang, want elke euro die wordt geïnvesteerd in schone lucht, levert €40 maatschappelijke winst op. Of je nu naast Tata Steel of Schiphol woont, langs een drukke weg of ergens in een stad, overal word je blootgesteld aan vervuiling. Burgers kunnen zich er nauwelijks zelf tegen beschermen; dat moeten wij doen.
Daar zit voor mij ook een bredere zorg. We hebben het gezien bij stikstof en we zien het nu bij de Kaderrichtlijn Water, en als we niet oppassen, zien we hetzelfde straks ook bij de luchtkwaliteit: we komen pas in beweging wanneer er normen worden overschreden, procedures dreigen en de rechter moet ingrijpen. Steeds opnieuw slagen we er onvoldoende in om de gezondheid en de leefomgeving van mensen tijdig te beschermen. Onze natuur en ons milieu verdienen bescherming, maar uiteindelijk gaat het ook over de mensen die iedere dag in die leefomgeving wonen.
Voorzitter. Ik kom bij de wet. Nederland heeft bij strengere Europese normen vaak terughoudend geopereerd, terwijl we gezien onze bevolkingsdichtheid juist veel baat hebben bij een gezond milieu. We namen de geactualiseerde WHO-advieswaarden niet zelf over en waren te laat met voldoen aan de huidige normen. Nu schrijft Europa voor dat we opnieuw een stap moeten zetten; zonder de EU waren deze stappen waarschijnlijk nóg moeilijker geweest. Wij steunen daarom deze wetswijziging, zelfs in deze karige omzetting. PRO is immers pro-gezondheid. We hadden niet op Brussel hoeven te wachten, maar ik ben blij dat we nu deze stap zetten.
Met deze nieuwe normen neemt de gezondheidsschade niet automatisch voldoende af. Veel van de stoffen waarvan we ziek worden, hebben hier immers geen eigen norm. Ultrafijnstof staat er niet in. Componenten van dat fijnstof, zoals zwavelverbindingen, pfas of metalen staan er ook niet in. Het zoutzuur van ICL staat er ook niet in. Paks en pcb's staan er ook niet in. Wanneer krijgen deze stoffen een gezondheidsnorm die effectief kan worden afgedwongen? Waarom is er gekozen voor deze minimale en gezondheidskundig deels achterhaalde omzetting? Hoe gaat de staatssecretaris deze wet gebruiken om problemen beter in beeld te krijgen, effectieve oplossingen te ontwikkelen en gemeenten en provincies te ondersteunen bij eigen omgevingswaarden en maatregelen?
We hebben het Schone Lucht Akkoord, een convenant met lokale overheden maar met beperkte middelen en zonder afdwingbare voorschriften, en we krijgen nieuwe normen. Zonder aanvullende maatregelen zal Nederland in 2030 opnieuw niet overal aan die normen voldoen. Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat meer gemeenten aansluiten bij het SLA?
Dan dreigt ook opnieuw hetzelfde patroon: eerst weten we wat nodig is, dan stellen we doelen, vervolgens halen we die doelen niet en uiteindelijk moeten maatschappelijke organisaties, bezorgde burgers of de rechter ervoor zorgen dat we de overheid alsnog in beweging krijgen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is daarom heel concreet: wat gaat zij extra doen om ervoor te zorgen dat we in 2030 wél aan deze normen voldoen en waar komen de nieuwe knelpunten? Welke sectoren en wijken hebben extra maatregelen nodig? Is er generiek beleid nodig om heel Nederland schoner te maken?
Voorzitter. Uiteindelijk maak ik mij niet zozeer zorgen over deze wet of over de bemoeienis van Brussel, maar wel over wat vervuiling met ons doet. Ik maak mij zorgen over de sluipende aantasting van onze gezondheid: meer kanker, longklachten en hart- en vaatziekten, en stoffen die zich verspreiden en ophopen in de natuur, water en bodem en uiteindelijk ook in ons. Met voldoende eigen beleid hadden we deze por van Brussel misschien niet nodig gehad. Maar uiteindelijk is het niet de vraag of we de norm netjes in de Nederlandse wet zetten; de vraag is of we bereid zijn om te doen wat nodig is om de lucht daadwerkelijk gezonder te maken. Ik hoop dat gezonde lucht iets is waar we niet alleen bij stilstaan op 7 september; ik hoop dat we elke dag een dag van gezonde lucht kunnen maken. Alleen een norm op papier beschermt namelijk niemand, schone lucht wél.
Dank, voorzitter.